Voedingsspecial volwassen hond

Voedingsspecial volwassen honden

Inleiding

Dit is de voedingsspecial voor de volwassen hond.
In mijn zoektocht naar de waarheid over voeding voor honden bleek al snel dat je de meningen over voeding voor honden in 4 groepen kunt verdelen.

De eerste groep zegt, je moet je hond rauw vlees geven, want dat eten wolven ook en daar stamt je hond nou eenmaal van af.

De tweede groep zegt, veel teveel gedoe met dat rauwe vlees, risico van besmetting met bacteriën en het is te eenzijdig, dus geef maar brokken en blikvoer, die zijn compleet, bevatten alles wat je hond nodig heeft.

In een bijna verbale oorlog bestrijden de fanatiekelingen uit deze beide groepen elkaar te vuur en te zwaard, elk overtuigd van het eigen gelijk.

De derde groep heeft een passieve mening en laat het van de hond afhangen (wat hij/zij lekker vindt, dat moet je dan maar geven).

De vierde groep heeft ook een passieve mening en gaat uit van het advies van de dierenarts (want die heeft ervoor gestudeerd).

Laten we eerst eens kijken naar de meningen van de derde en vierde groep.

De keuze van je hond of puppy

We weten (hopelijk) allemaal dat bepaalde voeding die wij als mensen nemen, voor honden heel gevaarlijk is. Denk bijvoorbeeld aan chocola en druiven (krenten/rozijnen). Voor honden kan het eten hiervan zelfs dodelijk zijn.

Toch zal menige hond die de kans krijgt, op oudejaarsavond graag een oliebol oppeuzelen, al zitten er krenten en rozijnen in. Mijn vorige hond heeft dat in een onbewaakt ogenblik een keer gedaan en ik was blij dat het hem geen blijvende schade heeft gedaan.

Ik zag eens hoe mensen wat koffie op een schoteltje goten en het door mijn hond lieten oplebberen. Ik werd boos, omdat cafeïne versnelde hartslag, spierspasmen en zelfs inwendige bloedingen kan veroorzaken. Mij werd verweten dieronvriendelijk te zijn en dat ik de hond niets extra’s gunde. Hoe dom kunnen mensen zijn vraag ik me dan af.

Ons eigen (meestal gekruide) eten is ook ongeschikt voor het maag-darmkanaal van onze honden, maar als je je bord voor zijn/haar neus zet, reken maar dat je hond er dan op aanvalt.

Voeding laten afhangen van wat je hond zelf het liefste wil is dus niet echt een goed idee, want honden laten zich nou eenmaal makkelijk verleiden tot het eten (en drinken) van dingen die niet goed voor ze zijn.

Als je dan ook nog bedenkt dat aan veel hondenvoeding geur-, kleur- en smaakstoffen zijn toegevoegd, alleen maar om te zorgen dat de hond er enorm door aangetrokken wordt, dan begrijp je vast wel dat het voor ons al moeilijk wordt een goede keuze te maken, laat staan voor de hond zelf.

Zet eens 5 geopende blikjes voer van verschillende merken op een rij en laat je hond kiezen. De neus gaat direct in werking en je hond zal gaan naar de geur die hem/haar het meest aantrekt. Fabrikanten willen natuurlijk graag dat het hun merk is en dus wordt sterk ingezet op de geur, anders gezegd: ze doen er veel geurstoffen in.

Bedenk eens hoe belachelijk dat eigenlijk is. Het meest geavanceerde zintuig van de hond is zijn/haar neus. Pasgeboren puppy’s kunnen nog niet zien en niet horen, maar ze kunnen wel ruiken en met hun reukvermogen vinden ze de weg naar de moedermelk. Volwassen honden kunnen sporen volgen, speuren mensen op, kunnen verstopte drugs opsporen, enz. Dan is het toch te idioot voor woorden dat er geurstoffen in de voeding zitten.

Bovendien zijn het chemische stoffen, net zoals kleurstoffen en smaakstoffen. Niet alleen overbodig, maar ook nog eens heel slecht voor de gezondheid van je hond.

Een keuze voor bepaalde voeding omdat het er zo mooi uitziet, zo goed ruikt of zo lekker smaakt is dus echt geen goed idee.

De dierenarts

De dierenarts heeft absoluut een intensieve studie gedaan, maar helaas is voeding slechts een minimaal onderdeel in de hele studie. Vergelijk het met huisartsen, die voor voedingsadvies doorverwijzen naar een diëtiste. Helaas doen dierenartsen dat niet en ze doen voorkomen alsof ze er zelf alles van weten, maar dat is meestal niet zo. Bovendien worden veel dierenartsen gesponsord door fabrikanten van diervoeding en staat dat ene merk prominent in de schappen bij de balie van de dierenarts, wat hun advies niet objectief maakt.

Niet passief zijn

Kortom, een passieve mening mag dan lekker makkelijk zijn, het is absoluut geen garantie dat je je hond het beste geeft dat je kunt geven, integendeel zelfs.

Het wordt er al met al niet makkelijker op. Het is eerst al kiezen tussen brokken, blikvoer, vers vlees of een combinatie daarvan en daarna nog kiezen welk merk je geeft. De keuze is enorm, vooral wat betreft hondenbrokken en puppybrokken.

Vleeseters

Hou om te beginnen één ding goed in gedachten: Honden zijn vleeseters en dat geldt ook voor puppy’s, zodra ze van de moedermelk af gaan. Zelfs als jij (het baasje) vegetarisch of veganistisch bent, doe je jouw hond ernstig tekort door het dier geen vlees te geven. Het spijsverteringsstelsel van een hond is ingericht op het verteren van vlees.

Met name door de aanhangers van rauw vlees voeding wordt nogal eens de gezegd dat de hond dezelfde voedingsbehoefte heeft als de wolf.

Hier zit natuurlijk een kern van waarheid in, de hond is inderdaad verwant aan de wolf, maar ik las ook dat honden veel meer van het enzym amylase hebben dan wolven en dat enzym is werkzaam in het afbreken van zetmeel. Honden kunnen dus beter dan wolven plantaardig materiaal verteren.

Dat neemt niet weg dat de voedingsstoffen die in vlees zitten het allerbelangrijkst zijn voor je hond. De meest essentiële voedingsstoffen voor je hond zijn: water, dierlijke eiwitten, dierlijke vetten, mineralen en vitaminen.

Negatief in voeding zijn de chemische toevoegingen, waarvan sommigen erg slecht zijn voor het welzijn van je hond.

Voeding voor honden Brokken

Brokken deel 1: vleesgehalte

Honden zijn vleeseters. Vlees is een “must” voor honden, maar op welke manier geef je dat vlees aan je hond?

Pak eens een stukje vlees uit de koelkast en bedenk eens hoe je daar een krokante hondenbrok van kunt maken die je ook nog eens een tijdje goed kunt houden buiten de koelkast. Dat valt niet mee, er zal heel wat met dat stukje vlees moeten gebeuren voordat het een hapklare brok is.

Daarom heb ik veel internetartikelen gelezen, enkele YouTube filmpjes gekeken en gemaild met fabrikanten om te ontdekken wat er nou eigenlijk allemaal gebeurt om hondenbrokken te maken.

De basis bleek heel simpel. Om van vlees brokken te maken moet het vocht aan het vlees onttrokken worden, het ingedroogde vlees moet gemalen worden zodat vleesmeel ontstaat en er moet zetmeel aan toegevoegd worden om de brokken te kunnen maken.

Ook worden er conserveringsmiddelen aan toegevoegd, door sommige fabrikanten chemische conserveringsmiddelen en door andere fabrikanten natuurlijke conserveringsmiddelen. Uiteraard is dat laatste vele malen beter.

Het onttrekken van vocht kan op 3 manieren: verhitten, vriesdrogen en luchtdrogen. Daarvan heeft verhitten als nadeel dat bepaalde vitamines en mineralen vernietigd worden en dat de structuur van dierlijke eiwitten verandert, ten nadele van de voedingswaarde.

Op de verpakking van brokken staat vermeld wat er verder nog in zit. Naast vlees zijn dat meestal dierlijke vetten, dierlijke bijproducten, granen, plantaardig bijproducten, bietenpulp, maïspulp en antioxidanten.

Laten we eerst eens kijken naar vlees. Dat is toch de voornaamste voedingsbron, je hond haalt er de benodigde eiwitten uit. Wij mensen gebruiken eiwitten voor de opbouw van spieren en koolhydraten voor de levering van energie. Een hond haalt veel minder uit koolhydraten en gebruikt de eiwitten zowel voor spieropbouw als voor energie. Dan heb ik het wel over dierlijke eiwitten, want met plantaardige eiwitten (uit bijvoorbeeld soja en maïs) kan je hond veel minder goed overweg.

Hoeveelheid en kwaliteit

Zowel de hoeveelheid vlees in de brokken als de kwaliteit van het vlees zijn van belang. De hoeveelheid kun je het beste beoordelen door te kijken hoeveel dierlijke eiwitten in de brokken zitten, dat zegt meer dan een percentage vlees. Vaak wordt namelijk de hoeveelheid vlees genoemd voordat het wordt ingedroogd en dan denk je dat er meer vlees in zit dan het geval is. Voor je hond is tenminste 25% dierlijk eiwit acceptabel. Als er alleen een eiwitpercentage staat, kan dat betekenen dat er plantaardige eiwitbronnen zijn gebruikt, zoals soja en maïs. Dat zijn niet de eiwitten waar je hond behoefte aan heeft.

Verder zou het mijn keuze zijn om te kiezen voor een fabrikant (een merk) waar gebruik is gemaakt van biologisch vlees van dieren die vrij konden bewegen en geen vlees uit de bio-industrie.

Bedenk altijd dat het vlees voor hondenvoer absoluut niet te vergelijken is met het vlees dat wij als avondeten in de pan hebben sudderen. Op zich is dat geen probleem, de wilde verwanten van de hond eten ook delen van prooidieren die wij als mensen niet zouden eten.

Wat wel telt is dat sommige fabrikanten er uit winstbejag geen problemen mee hebben om vlees van zieke dieren te gebruiken, ook van honden en katten die een spuitje (euthanasie) hebben gekregen. Voordat die dieren tot voer verwerkt worden is het maar de vraag of ze dan bijvoorbeeld een eventuele vlooienband hebben verwijderd. Ik las dat meer dan eens de aanwezigheid van middelen tegen parasieten in brokken is aangetoond. Het is dus goed om wel op zoek te gaan naar kwaliteit.

Ook belangrijk is je ervan te overtuigen dat de fabrikanten geen dieronvriendelijke proeven op honden hebben uitgevoerd (zie voor meer info de website van de politieke Partij voor de Dieren).

Dierlijke bijproducten

Pas ook op als er op de verpakking “dierlijke bijproducten” staat zonder verdere uitleg. Dan kunnen de slechts denkbare delen van een dier gebruikt zijn, zoals hoeven, hoorns, veren, hersenen, poten koppen, uiers tot zelfs darmen (niet geleegd) aan toe. In feite zit er dus plat gezegd poep in de brokken.

De keuringsdienst van waarde heeft daar een filmpje over gemaakt en op YouTube gezet: https://www.youtube.com/watch?v=5OeJv7p0Swc. Als je 25 minuten de tijd hebt zou ik zeggen, kijk daar eens naar.

Vetgehalte en vetzuren

Over het vetgehalte in brokken zie ik maar weinig uiteenlopende meningen. Men is het er over eens dat dierlijke vetten de voorkeur verdienen boven plantaardige vetten en dat voor een gezonde volwassen hond de brokken minimaal 16% vet moeten bevatten.

Ook vetzuren zijn belangrijk, dus als er omega 3 vetzuren uit bijvoorbeeld visolie in de brokken zitten, dan is dat goed voor de kwaliteit van de brokken. Let wel op de verhouding tussen omega 3 en omega 6 vetzuren. Als er meer dan 2 keer zoveel omega 6 als omega 3 in de brokken zit, dan neemt de kwaliteit van de brokken af.

Helaas blijkt het voor te komen dat afgewerkte frituurvetten uit cafetaria’s en restaurants gebruikt worden om de brokken mee te besproeien en dat wil je je hond toch niet geven. Die vetten zijn ten eerste plantaardig en ten tweede ontstaan er transvetten door de uitharding en die zijn voor honden (net als voor mensen) heel ongezond.

Brokken deel 2: plantaardige ingrediënten

Plantaardige ingrediënten worden om 2 redenen gebruikt. Ten eerste zijn ze goedkoper dan dierlijke ingrediënten en ten tweede zijn ze nodig voor de vorming van de brokken.

Soms staat er op de verpakking welke plantaardige bestanddelen erin zitten, maar soms staat er alleen “plantaardige bijproducten”. Dat zijn meestal reststoffen (afval) uit de menselijke voedingsindustrie zoals bietenpulp (van de suikerbiet), maïspulp, sojaschrot, stengels en bladeren. Niet zo best dus.

Soja wordt trouwens ook verwerkt omdat het een plantaardige eiwitbron is. Helaas is juist soja vaak een oorzaak van een allergische reactie van je hond op de voeding.

Honden hebben niet veel koolhydraten nodig en een teveel ervan kan problemen geven in de spijsvertering. Op meerdere sites zag ik een maximum van 40% koolhydraten staan. Dat vind ik nog wel als vrij veel klinken, maar het is goed om te zorgen dat je daar in ieder geval niet bovenuit komt.

De vuistregel is, hoe minder koolhydraten er in brokken zitten, des te beter het is voor je hond.

Als plantaardige voedingsstoffen tot de hoofdbestanddelen van de brokken behoren, dan zit er iets scheef in de verhouding, want zoals eerder gezegd, je hond is in de basis een vleeseter.

De volgorde van de ingrediënten zoals die op de verpakking staat is bepalend. Dat is voorschrift. Waar het meeste van in zit staat als eerste, enz.

Helaas zijn er fabrikanten die dit willen verdoezelen door graan als hoofdbestanddeel op te splitsen, bijvoorbeeld maïs opsplitsen in maïsmeel, maïsgluten en plantaardige bijproducten. Dan hoeven ze niet als eerste vermeld te worden, maar dat is natuurlijk het voor de gek houden van de consumenten. Helaas mag het op deze manier.

De koolhydraten komen voort uit granen, aardappelen en dergelijke plantaardige producten.

Bepaalde granen bevatten gluten en zoals er mensen zijn met glutenintolerantie, zo kan dat bij honden ook voorkomen. Vooral omdat honden in de basis al geen graaneters zijn.

Tarwe, gerst, spelt en rogge bevatten heel veel gluten, dus het is beter te kiezen voor andere toevoegingen zoals rijst, maar ook dan liever geen witte rijst en al helemaal geen breukrijst. Kies voor ontsloten bruine rijst.

Bij één van de merken brokken zag ik dat er zelfs suiker aan is toegevoegd. Waarschijnlijk om het lekkerder te maken, maar bij honden veroorzaakt suiker een stijging van de bloedsuikerspiegel. Goede vitamines en mineralen gaan dan verloren, omdat ze gebruikt worden voor de verwerking van die suiker.

In het meeste plantaardige materiaal zit geen voedingsstoffen meer, maar het blijkt wel veel vezels te bevatten. Die vezels blijven langer in de darmen van je hond dan de goede voedingsstoffen en zo blijven ook afvalstoffen langer in het lichaam van je hond, terwijl je hond er juist belang bij heeft om het onbruikbare deel van de voeding (dat sowieso al meer is door het plantaardige materiaal) zo snel mogelijk kwijt te raken. Ja ik bedoel daarmee, hij/zij wil graag poepen.

Brokken deel 3: vitamines en mineralen

Wat zit er verder nog in brokken? Nou nogal wat en dat is maar goed ook, want je hond heeft ook andere belangrijke stoffen nodig zoals vitaminen en mineralen.

Natuurlijke mineralen en vitamines zijn uiteraard te verkiezen boven de synthetische vorm. Het is goed als je hond het rechtstreeks uit de voeding haalt. Een voorbeeld: in veel brokken is chemische jodiumsulfaat verwerkt. Er zijn ook brokken die kelp bevatten en je hond kan uit kelp precies de hoeveelheid jodium halen die hij/zij nodig heeft.

Ik kwam veel moeilijke termen tegen, zoals “gecheleerde mineralen” die soms ook wel als “chelaten” werden aangeduid.

Het blijkt dat met deze term wordt aangegeven dat er mineralen zijn gebruikt die goed door het lichaam van je hond worden opgenomen. Toch wel iets om op te letten lijkt me.

Van al die moeilijke termen in de samenstelling is het handig om te weten dat het goed is als er staat: chelaten, proteinaten, citraten, fumaraten en gluconaten en dat het (zacht gezegd) minder goed is als er staat: sulfaten, oxides, fosfaten, chlorides en hydroxides.

Menadion (vitamine K3)

Over de synthetische vitamine menadion las ik weinig goeds. Menadion wordt ook wel vitamine K3 genoemd en is de synthetische variant van vitamine K. Dus ik schreef een fabrikant die menadion verwerkt en vroeg waarom ze dat doen. Hun antwoord verraste me, ik zal het hieronder letterlijk citeren, zodat je zelf je conclusie kunt trekken.

“Wat betreft het Menadion; voorheen maakten we gebruik van de K1, echter door de instabiliteit tijdens het bewaren vermindert daardoor de effectiviteit in het lichaam. Daarom waren wij genoodzaakt om in de belang voor de gezondheid van alle honden gebruik te maken van vit. K3. De nadelen van een tekort aan vit. K (bij vit K1), waren groter dan wanneer wij vit. K3 niet zouden gebruiken. Vitamine K zorgt er onder ander voor dat het bloedstollingsproces in het lichaam goed blijft verlopen. Als dit niet wordt toegevoegd en er ontstaan kleine bloedinkjes in het lichaam dan stolt het bloed niet voldoende.

Vitamine K3 (menadion) staat soms in een negatief daglicht zonder dat daar wetenschappelijk bewijs of bewijs vanuit de praktijk tegenover staat. Echter de laatste tijd wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de juist positieve effecten van vit. K3. Daarnaast zijn er diverse wetenschappelijke onderzoeken op internet te lezen, dat juist vit K3 wordt ingezet om groei van kankercellen met succes te verlagen of te stoppen.

Zie http://scholar.google.nl/scholar?hl=nl&q=vitamin+k3&btnG=&lr=

(google scholar is een zoekmachine voor wetenschap literatuur).

Ik hoop dat ik hiermee voldoende toe heb kunnen lichten waarom wij gebruik maken van Vitamine K3.”

Deze reactie kwam van een fabrikant die verder veel aandacht heeft voor de kwaliteit van brokken en chemische toevoegingen vermijdt. Dit was het enige bestanddeel dat mij verbaasde. Uit de reactie kun je zelf je mening vormen of je dit een afdoende verklaring vindt.

Brokken deel 4: conserveermiddelen

Om brokken houdbaar te maken, worden er antioxidanten (conserveermiddelen) aan toegevoegd. Dit kan met natuurlijke en met synthetische antioxidanten. Het worden antioxidanten genoemd omdat ze voorkomen dat de vetten te snel oxideren.

De natuurlijke antioxidanten die je in de samenstelling kunt zien staan zijn vitamine E (ook wel onder de naam tocoferolen), vitamine C, rozemarijnextract en selenium. Brokken met deze natuurlijk conservering zijn goed voor je hond.

Landbouwgif

De synthetische antioxidanten die in brokken gebruikt worden hebben vervelende bijwerkingen voor je hond. Je herkent ze aan de namen BHA, BHT, propylgallaat en ethoxyquin.

Dit zijn stoffen die ook gebruikt worden in de landbouwindustrie als bestrijdingsmiddelen (pesticiden). Voor menselijke consumptie zijn deze stoffen daarom verboden, maar dat verbod geldt helaas niet voor hondenvoer. Met deze stoffen geef je je hond dus vergif en hij/zij kan er ernstige ziektes en zelfs kanker van krijgen.

Voor fabrikanten is het gebruik van synthetische conserveermiddelen gunstig. De brokken zijn (veel) langer houdbaar en het is een stuk goedkoper.

De reden dat er voor menselijke voeding een verbod op deze stoffen ligt is deze, de middelen zijn kankerverwekkend, kunnen leiden tot onvruchtbaarheid, kunnen het zenuwstelsel aantasten en kunnen epileptische aanvallen veroorzaken.

Tja dat was wel even schrikken, want ik was dus juist op zoek gegaan naar meer kennis over voeding voor honden, vanwege de epilepsie van één van mijn honden. Het is dus zeker geen fabeltje dat voeding dat mede kan veroorzaken.

Het wordt nog moeilijker als je bedenkt dat een verpakking waarop staat “geen chemische conserveermiddelen toegevoegd” of “geen chemische antioxidanten toegevoegd” geen garantie is dat ze er ook echt niet in zitten. Als de fabrikant deze giftige stoffen zelf niet toevoegt, maar wel grondstoffen gebruikt waarin ze zijn toegevoegd, dan zijn ze niet verplicht dat te vermelden. Weer een hiaat in de regelgeving.

Er moet dus op de verpakking staan “bevat geen chemische conserveermiddelen” om zeker te weten dat ze er echt niet in zitten.

Brokken deel 5: kleur, smaak en geur

Tot slot van dit deel nog iets over kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen. Ze dienen alleen om het product aantrekkelijker te maken, maar zijn totaal onnodig en zelfs erg ongezond.

Ik zei het al eerder, het is belachelijk om een hond te moeten lokken met geurstoffen, terwijl het dier sowieso al een geweldig goede neus heeft.

Als ik voor mijn honden de verpakking met verse pens open, dan vind ik het erg stinken, maar de honden ruiken het en staan al enthousiast te kwispelen. Laten we onze honden alsjeblieft niet blootstellen aan die onnatuurlijke geuren en smaken en laten we zeker niet afgaan op wat wij als mensen wel of niet lekker vinden ruiken.

MSG

Er is een smaakstof die ik nog speciaal wil noemen en dat is MSG. Een afkorting van monosodriumglutamaat. Het wordt onder veel verschillende benamingen toegevoegd, namelijk: mononatriumglutamaat, monokaliumglutamaat, glutamaat, glutamaatzuur en calcium- of natriumcaseinaat. Ook als er aangegeven staat dat er plantaardige gehydrogeneerde oliën en vetten, gehydrogeneerde eiwitten, gelatine, of gistextract is toegevoegd, gaat het om deze kunstmatige smaakstof.

Deze stof is schadelijk voor de hersenen en het heeft een eetlust verhogende werking. Het ontregelt namelijk de hormoonhuishouding en verbreekt de verbinding tussen het honger- en verzadigingscentrum in de hersenen en de maag, waardoor de hersenen geen signaal “vol” meer van de maag krijgen. MSG laat dus de eetlust toenemen, zonder dat het lichaam eigenlijk voedsel nodig heeft.

Wij mensen komen ook met dit product in aanraking, bijvoorbeeld in zoutjes. Misschien ken je het wel, je begint te eten en kunt maar moeilijk stoppen en hebt al helemaal niet het idee dat je vol begint te raken. Een gemeen goedje dus, dat MSG.

Voor mijn hond met epilepsie, is het zo belangrijk dat er via de voeding geen stoffen bij haar binnen komen die de hersenen prikkelen of prikkels wegnemen, dus dit vond ik flink gevaarlijk voor haar en alle reden om te voorkomen dat ze het krijgt.

Ook voor gezonde honden lijkt het me beter om voeding met dit soort toevoegingen niet te nemen.

Brokken deel 6: conclusie

Brokken bevatten bijna geen vocht (ongeveer 10% vocht) en zijn mede daardoor lang houdbaar, maar het maakt het des te belangrijker om voor voldoende drinken te zorgen.

De eisen aan de kwaliteit van brokken (en hondenvoer in het algemeen) zijn niet goed vastgelegd in onze wetgeving. Daarom is er veel verschil in kwaliteit en gebruikte ingrediënten. Als je besluit om brokken te voeren, besteed dan de nodige tijd aan het vergelijken van de merken. Kijk vooral goed naar de samenstelling, want de prijs zegt lang niet alles. Sommige fabrikanten moeten hun dure reclamecampagnes in de prijs verwerken, terwijl de voeding van matige tot slechte kwaliteit is.

Brokken van lagere kwaliteit bevatten vaak plantaardige eiwitten en missen de juiste mineralen, waardoor je hond kan gaan verharen en huidproblemen kan krijgen. Ook zijn deze brokken moeilijker te verwerken door het lichaam van je hond. Je moet dan meer voeren om je hond voldoende stoffen te geven en daardoor krijgt je hond ook veel meer afvalstoffen te verwerken.

Brokken bevatten zetmeel om het geheel bij elkaar te houden en daardoor blijven voedingsresten van de maaltijd achter tussen het gebit. Dit kan tandsteen en ontstoken tandvlees veroorzaken. Geef je hond daarom geregeld iets te kauwen, zodat zijn gebit schoon wordt van die resten.

Het is niet mijn bedoeling gericht merken aan of af te raden, maar als je beseft dat vooral veel van de bekendere merken eigendom zijn van grote multinationals (Eukanuba is van Proctor & Gamble, Hill’s is van Colgate/Palmolive, Purina is van Nestlé en Royal Canin en Pedigree zijn van Mars), dan kun je vast zelf wel een antwoord geven op de vraag of hun hart ligt bij het maken van iets goeds voor de hond of dat ze een handige manier hebben gevonden om van hun productieresten af te komen.

De toename van honden met voedselintoleranties of allergieën, van honden met maag-, lever- of andere vormen van kanker, van honden met epilepsie is helaas vaak te wijten aan het voeden met slechte brokken, juist ook van die merken waarvan je dat niet verwacht.

Dierenartsen varen er wel bij, de inkomsten stromen binnen en dan geven ze ook nog vaak het advies om dieetbrokken of zoiets te geven ban dezelfde merken, die ze dan toevallig zelf in de schappen hebben staan. Het commerciële cirkeltje is daarmee rond.

Gelukkig zijn er ook betere brokken voor honden, juist van de fabrikanten die zich hebben toegelegd op het maken van gezonde voeding.

Het is dus een kwestie van goed kijken, verpakkingen lezen en veel vergelijken. Volgens mij zijn onze honden het waard dat we die moeite voor ze doen.

Blikvoer

Blikvoer is wat betreft het vochtgehalte bijna het tegenovergestelde van brokken. Blikvoer bestaat voor 60% tot 90% uit water.

Verder geldt voor blikvoer hetzelfde als voor brokken, het gaat om de samenstelling, de ingrediënten en de herkomst van alles wat erin zit. Helaas is de kwaliteit daarvan vaak net zo triest als bij de brokken.

Voeding voor honden vers vlees

Rauw vlees deel 1: soorten

Het voeren van vers, rauw vlees komt steeds vaker voor. Het vlees kan op 3 manieren gegeven worden:

NRV (Natuurlijke Rauwe Voeding)

BARF (Bones and Raw Food)

KVV (Kompleet Vers Vlees of Kant-en-klaar Vers Vlees)

NRV betekent dat natuurlijke prooidieren in het geheel aan de hond worden gevoerd. Naast dit vlees worden geen toevoegingen zoals groenten bijgevoerd.

Het risico van NRV is dat je de hond niet alles geeft wat het dier nodig heeft, zelfs als je de soorten prooidieren regelmatig afwisselt.

BARF is al meer gericht op de verschillende voedingscomponenten van vers vlees. De voeding wordt samengesteld aan de hand van verschillende percentages voedingsstoffen in de voerproducten (zoals botten, spieren en orgaanvlees). Ook groenten worden meegenomen in de samenstelling.

LET OP: Je kunt niet ineens overstappen van brokken en blikvoer naar NRV of BARF. Om de botten die hier in zitten te kunnen verteren, moet het maagzuur van de hond eerst zuurder worden (de PH-waarde moet omlaag). Alleen dan kan een hond de botten verteren.

Botten die zijn verhit kan een hond nooit verteren, dus geef die nooit aan je hond.

KVV is kant en klaar vlees, dat vermalen en ingevroren is. Het is makkelijk te voeren en te bewaren in de diepvries. Je legt steeds een dag van tevoren de portie voor één in een afgesloten bak in de koeling en voor het geven zet je het een uurtje buiten de koeling om wat op temperatuur te komen.

Denk er wel aan dat je KVV nooit in de magnetron mag ontdooien, want het bevat gemalen bot en door de microgolven van de magnetron kan de botstructuur veranderen waardoor botsplinters kunnen ontstaan.

In KVV zie je geen herkenbare stukken vlees (prooidier) meer terug. Net als aan BARF worden ook aan KVV groenten toegevoegd. De meeste KVV worden als complete voeding gemaakt, dus ook de noodzakelijke vitaminen en mineralen zijn erin verwerkt.

Het vlees dat aan honden gevoerd wordt heeft dezelfde eisen als het vlees dat wij zelf op ons bord krijgen. Sommige veeziekten, zoals de ziekte van Aujeszky bij varkens, kunnen bij het eten van besmet vlees worden overgedragen aan je hond.

Daarom is het belangrijk dat je hond nóóit rauw varkensvlees eet. Varkensvlees moet altijd eerst verhit zijn geweest, voordat je het aan je hond mag geven.

Voor botten geldt precies het tegenovergestelde. Gekookte of gerookte botten mag je nooit aan je hond geven, want botten die verhit zijn geweest veranderen van structuur, kunnen gaan splinteren en daarmee inwendige beschadigingen veroorzaken.

Dit geldt ook voor vlees met botten, dat eerst gekookt, gerookt of gebakken is. Niet doen dus.

Rauwe kip mag je wel aan je hond geven. Een hond die rauw vlees eet is niet gevoelig voor de salmonella bacterie. Deze bacterie kan niet tegen de zuurgraad van het maagzuur van de hond en zelfs als bacteriën de maag passeren zorgt de darmflora van de hond dat deze bacterie geen kans heeft.

Rauw vlees deel 2: samenstelling

Net als op de verpakking van brokken, moet op de verpakking van vers vlees een analyse staan. Staat die er niet op, dan is het product vermoedelijk van slechte kwaliteit of in ieder geval niet volgend de voorschriften gefabriceerd.

Wat betreft de samenstelling van NRV, BARF en KVV zijn er een paar dingen waar je op moet letten.

Bron van het vlees

De bron van het vlees vertelt al veel over de kwaliteit van het vlees. Is het biologisch, vrije uitloop of wild, dan is dat uiteraard beter dan vlees uit de bio-industrie.

Ook de verwerkte delen van het prooidier zijn van belang.

Bijvoorbeeld bevat kopvlees bepaalde enzymen die problemen in de spijsvertering kunnen geven. Dus hoewel kopvlees goedkoop is (voor de fabrikant), is het beter dat er minimaal gebruik van is gemaakt.

De herkomst is ook voor het orgaanvlees belangrijk, vooral als het gaat om de ontgiftende organen zoals de lever en de nieren. Deze kunnen bij vlees uit de bio-industrie restanten van allerlei stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn, zoals restanten van wormenkuren en toegevoegde antibiotica.

De belangrijkste organen zijn hart, lever, nieren en pens.

Calciumbron

Een hond kan het beste calcium uit de (vermalen) botten halen, dat verdient de voorkeur boven calciumsupplementen. Bot bevat trouwens niet alleen calcium, maar ook nog veel andere mineralen.

Het aandeel bot in de voeding mag niet te laag zijn, maar ook niet te hoog. Te weinig bot kan een tekort aan calcium veroorzaken, terwijl teveel bot zorgt dat het overschot aan calcium via de ontlasting het lichaam van de hond moet verlaten, wat tot te harde ontlasting kan leiden.

Met een aandel bot in de voeding rond de 15% zal het aandeel calcium rond de 0,5% liggen en dat is prima. Zorg dat het aandeel calcium  tenminste net zo hoog of iets hoger is dan het aandeel fosfor.

Plantaardige ingrediënten

In een vers vlees menu is 15% het maximale aandeel plantaardig materiaal dat acceptabel is. Net als bij de brokken geldt ook hier, let op welk plantaardig materiaal gebruikt is (geen granen zoals tarwe).

Hoewel vleeseters niet grazen om planten binnen te krijgen, eten ze wel prooidieren met de maaginhoud erbij, zodat ze ook plantaardig materiaal binnen krijgen. Om die reden is pens (deel van de maag) een goede voeding.

Plantaardige ingrediënten bevatten koolhydraten, vooral de graansoorten, maar ook in groenten zit een kleine hoeveelheid koolhydraten. Het is goed in vleesvoeding het aandeel koolhydraten onder de 2% te houden.

Vleesverhouding

De verhouding tussen spiervlees, bot en orgaanvlees moet goed zijn. Spiervlees is wat we doorgaans aanduiden als vlees, het is de basis van de voeding. Spiervlees is het beste en helaas zie je sommige KVV-producten waar wel 30% of meer orgaanvlees in zit. Dan ligt de verhouding scheef.

Het aandeel spiervlees moet minimaal 45% zijn en liefst nog hoger. Het aandeel bot moet tussen de 15% en 25% liggen en het aandeel orgaanvlees moet minder dan 25% zijn, tussen de 15% en 25% is het beste.

Het aandeel eiwitten ligt bij voorkeur tussen de 15% en 18% en het aandeel vetten tussen de 10% en 15%. Vetpercentages van 20% en hoger zijn niet verstandig om te voeren, het duidt op een scheve verhouding en je hond kan vitamines en mineralen tekort gaan komen, die wel in vlees maar niet in vet zitten.

Hoe meer de rauw vlees voeding is samengesteld uit het gehele prooidier, des te completer is de voeding. Zo gaat het immers ook in de vrije natuur, waar vleeseters hun prooi bijna volledig opeten.

Complete voeding

Je kunt bij rauw vlees voeding kiezen voor puur KVV of BARF, voor een KVV-mix en voor vlees waaraan een premix is toegevoegd.

Het is beter niet te kiezen voor een premix. Dat is namelijk een toevoegingen die synthetische vitamines en synthetische mineralen bevat in poedervorm, zoals gistextracten en menadion. Deze toevoegingen kunnen voor gezondheidsproblemen zorgen.

Een KVV-mix is een complete voeding, maar met vers vlees in de vorm van BARF of KVV moet je zorgen de totale voeding van je hond compleet te maken. Dit kan op meerdere manieren.

Ten eerste door diersoorten af te wisselen. Het is goed om minimaal vier diersoorten te voeren afgewisseld met vis. Tussendoor zijn dan enkele aanvullingen belangrijk, zoals een rauw ei, groenten, fruit en yoghurt.

De tweede manier is de voeding compleet te maken door natuurlijke toevoegingen. Dit kunnen bijvoorbeeld olie of plantenextracten zijn. Dit is absoluut te verkiezen boven de eerder genoemde premixen.

Zonnebloemolie of kokosolie bevatten vitamine E en visolie zorgt voor omega 3 vetzuren, maar teveel plantaardige olie kan de verhouding tussen de omega 3 en omega 6 vetzuren verstoren.

Gebruik geen lijnzaadolie of maïskiemolie, dit kan een hond niet omzetten.

Voor mijn honden heb ik gekozen voor KVV dat als basis vlees verwerkt dat ook geschikt is voor menselijke consumptie (dus geen afvalvlees).

De verhoudingen in de voeding zijn: 55% spiervlees, 15% botten, 15% orgaanvlees en 15% groentemix (zonder granen). De voeding is compleet met alle vitaminen en mineralen die ze nodig heeft. Ze doen het er prima op en vindt het ook nog eens heel lekker.

Rauw vlees deel 3: werking

Door het eten van rauw vlees wordt de zuurgraad (pH waarde) van het maagzuur van de hond lager.

Het maagzuur van honden die brokken eten ligt op een pH waarde van 6 à 7. Dat is vrij neutraal, vergelijkbaar met een menselijke waarde. Bij een hond die vlees en bot eet is de pH waarde 1 à 2 en dat is erg zuur.

Bepaalde parasieten zoals wormen kunnen niet overleven in maagzuur met een pH waarde die lager is dan 4. Om de darmen te bereiken zullen wormen altijd de maag moeten passeren en dat kan dus wel bij een hoge pH waarde, maar niet bij een lage pH waarde.

Ook andere bacteriën kunnen beter overleven in maagzuur met een hoge pH waarde.

Honden die met rauw vlees gevoed worden kenmerken zich doorgaans door minder maag- en darm problemen, een beter gebit en een mooiere vacht.

Weerstand

Er is, ook onder dierenartsen, de nodige weerstand tegen het voeren van rauw vlees. Het gevaar voor de mens wordt dan als één van de redenen genoemd. Dat is natuurlijk vreemd, want als mensen hun eigen stukje vlees bereiden, beginnen ze ook met het rauwe product met dezelfde risico’s. Hygiëne is belangrijk bij het werken met rauw vlees, dat is absoluut waar.

Opvallend is dat vaak gesproken wordt over het voeren van rauw vlees versus de traditionele brok. Dan vraag ik me af waarom de brokken traditioneel zijn. Honden bestaan al veel langer dan brokken en voordat de eerste brokken werden gefabriceerd heeft een hond zich met o.a. rauw vlees moeten voeden. Dus eigenlijk zijn niet de brokken traditionele voeding, maar juist het rauwe vlees.

Als het gaat om de jonge honden, de puppy’s, geven dierenartsen veelal aan dat voeren van vers vlees gevaarlijk is, omdat puppy’s afhankelijk zijn van de uitgebalanceerde calcium-fosfor verhouding in brokken en anders misvormd zullen raken of allerlei aandoeningen zullen krijgen zoals artrose en heupdysplasie.

Dat is natuurlijk vreemd, het impliceert dat honden voor de uitvinding van brokken misvormd waren en allerlei aandoeningen hadden aan hun bewegingsstelsel, evenals hun in het wild levende soortgenoten.

Tot slot de ophef over het binnenkrijgen van teveel schildklierhormoon. De schildklier bevindt zich tussen de hals en de slokdarm en het probleem met overdosering doet zich alleen voor als er teveel strottenhoofd, nek en slokdarm aan de mix is toegevoegd. Een kwestie van letten op goede kwaliteit, zoals dat altijd en met elk soort voeding nodig is.

Het is overigens zo dat strotvlees kraakbeen bevat en geen bot, dus als er in verhouding veel kraakbeen is verwerkt en weinig bot, dan kan dit leiden tot een tekort aan calcium in de voeding.

Het is wel duidelijk dat de macht van de brokkenfabrikanten ver reikt en dat die er alles aan willen doen om vers vlees voeding in een kwaad daglicht te zetten. Dat maakt een objectieve keuze lastig. Ga daarom af op de feiten en niet op de beweringen van fabrikanten en dierenartsen die er een commercieel belang bij hebben om brokken te promoten en rauw vlees af te kraken.

Rauw vlees deel 4: vetzuren en melkzuren

Al eerder is het belang van vetzuren genoemd. Deze zijn dan ook erg belangrijk voor de gezondheid van je hond. Vetzuren kunnen alleen via voeding opgenomen worden, omdat het lichaam ze zelf niet aanmaakt. Het belangrijkste vetzuur is omega-3. Deze behoort tot de groep meervoudig onverzadigde vetzuren.

Omega-3

Het beste zijn de omega-3 vetzuren in vissen en schelpdieren, vooral de vette vissoorten die in koud, diep water zwemmen zoals sardienen, tonijn, haring en makreel.

Ook uit bepaalde planten zijn vetzuren te halen, denk bijvoorbeeld aan lijnzaadolie. Deze vetzuren zijn echter minder geschikt voor honden. Omega-3 uit vette vis zorgt direct voor een verbeterde celstofwisseling.

De juiste verhouding

De verhouding tussen omega-3 en omega-6 vetzuren is belangrijk, er moet een goede balans zijn tussen deze soorten vetzuren.

De meest optimale verhouding van omega-6 tot omega-3 is 4:1. Helaas zie je deze of een nog gunstiger verhouding heel weinig in de voeding die je voor je hond kunt kopen. Daardoor krijgen veel honden (net als veel mensen overigens) te weinig omega-3 binnen en teveel omega-6.

Werking van omega-3

Omega-3 heeft naast een preventieve werking veel verschillende gunstige effecten. Er is veel informatie te vinden over onderzoeken naar het effect van omega-3 op honden. Daaruit zijn de volgende resultaten gekomen:

  • Omega-3 vetzuren werken ontstekingsremmend en anti-allergeen. Ze hebben dus een gunstig effect bij symptomen van allergieën, voedselintolerantie en ziekten die zich kenmerken door ontstekingen.
  • Omega-3 heeft een positieve invloed op de vacht en huid. Ze hebben een positieve werking bij honden met vachtproblemen, zoals een droge vacht, doffe haren, overmatige haaruitval, schilfers, jeukende huid en terugkerende ontstekingen in de huid.
  • Omega-3 heeft een positieve werking bij honden met immuunziekten (auto-immuunziekten). Omega-3 versterkt het immuunsysteem.
  • Omega-3 heeft een positieve werking bij honden met artrose, spondylose, heupdysplasie, elleboogdysplasie of andere problemen met de gewrichten of het gehele bewegingsstelsel. Dit is vanwege het ontstekingsremmend effect van omega-3.
  • Omega-3 heeft een gunstig effect op de hersenen, zodat honden met epilepsie en andere hersenaandoeningen veel baat hebben bij omega-3.
  • Omega-3 dient ter bescherming van hart en bloedvaten, werkt preventief tegen hartritmestoornissen en is belangrijk voor de stofwisseling naar de hersenen en het zenuwstelsel.
  • Omega-3 heeft een beschermende werking bij nierziekten en bij honden met nierfalen verbetert de levenskwaliteit.
  • Omega-3 in de voeding verlengt de levensduur bij honden met bepaalde vormen van kanker.

Hoewel het voor alle honden belangrijk is voldoende omega-3 binnen te krijgen, is het voor zwangere teefjes, puppy’s in de groei en voor oudere honden extra belangrijk. Dit vanwege het positieve effect op groei en ontwikkeling en het vertragen van fysieke aftakeling door ouderdom.

Tekort aan omega-3

Een tekort aan omega-3 is te herkennen aan de volgende fysieke problemen: meer dan normale dorst, veel urineren, een ruwe of droge huid, jeuk, een droge vacht, schilfertjes op de huid, oogproblemen, gescheurde nagels, symptomen van allergieën, eczeem, hooikoorts en voedingsintolerantie.

Ook in het gedrag kunnen bepaalde veranderingen toegeschreven worden aan een omega-3 tekort: aandachtsproblemen, onrust, angst, agressief gedrag en intolerantie.

Melkzuren

Melk en meerdere zuivelproducten zijn niet zo goed voor een hond. Dat komt omdat melk lactose bevat en dat kan een hond niet goed verteren. Dat kan tot darmproblemen leiden.

Dit geldt echter niet voor yoghurt, omdat yoghurt het resultaat is van een proces dat fermentatie genoemd wordt. Daarin wordt lactose omgezet in melkzuur.

Melkzuurbacteriën hebben juist een gunstige werking op de darmflora. Verder bevat yoghurt ook vitaminen (A en D) en mineralen die goed voor je hond zijn.

Het gaat dan wel om yoghurt die niet ingedikt is en zonder allerlei toegevoegde smaken en kleuren. Biologische yoghurt met minder dan 3,5% vet die rechtsdraaiend melkzuur bevat heeft de voorkeur.

Door je hond dagelijks een beetje yoghurt te geven zal ook de zuurgraad van de huid veranderen, waardoor je hond minder aantrekkelijk wordt voor vlooien. Dit alleen is echter geen afdoende bescherming tegen vlooien.

Conclusie over voeding

Het is jammer dat je zo voorzichtig moet zijn met wat je geeft en zo goed moet nagaan wat er allemaal in de voeding verwerkt is, maar het gaat wel om de gezondheid van je hond.

Het is volgens mij niet zomaar dat er steeds meer honden zijn met voedselintolerantie of allergie, met allerlei vormen van kanker en ja, ook met epilepsie.

Let dus goed op wat je geeft, want hoewel je misschien geschrokken bent van het voorgaande, zijn er gelukkig ook gezonde brokken en gezond voorverpakt voer voor je hond te krijgen, juist van de fabrikanten die zich hebben toegelegd op het maken van gezonde voeding.

Het is dus een kwestie van goed kijken, verpakkingen lezen en veel vergelijken. Volgens mij zijn onze honden het meer dan waard dat we die moeite voor ze doen.

Even door de supermarkt, wat huismerk brokken en blikken in het mandje, lekker goedkoop en makkelijk, maar je doet je hond zwaar tekort. Je hebt een hond geadopteerd omdat je hem of haar zo leuk, lief en aardig vindt. Daarmee neem je ook een verantwoordelijkheid op je en in mijn ogen voldoe je niet aan die verantwoordelijkheid ten opzichte van je hond, als je onvoldoende aandacht besteedt aan de voeding die je hem of haar geeft.

Fabrikanten

Er zijn veel verschillende merken hondenvoeding te koop. De fabrikanten hiervan variëren van kleine bedrijven tot grote multinationals.

De kleine bedrijven hebben zich doorgaans alleen toegelegd op het maken van diervoeding, terwijl dat voor de multinationals slechts één van de vele producten is.

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de multinationals veel meer financiële mogelijkheden hebben om hun producten te promoten en door reclame groeit de naamsbekendheid en wordt al snel gedacht dat het om hele goede voeding gaat.

Soms krijg ik vragen over voeding en dan probeerde ik merkneutraal te blijven. Dan ging ik wijzen op de samenstelling van de voeding, het aandeel vlees, de eiwitbron, de vetzuren, de gebruikte conserveermiddelen, de onzinnige toevoeging van geur- en smaakstoffen, enz.

Dat is verleden tijd, in mijn antwoorden waarschuw ik nu doelgericht tegen bepaalde merken, omdat voor mij juist wel het welzijn van de honden telt en omdat ik merk dat veel mensen – door de machtige reclame van de hondenvoedingsgiganten en de gekochte mening van dierenartsen – denken het beste te geven, terwijl dat helaas niet het geval is.

Adoptiehonden

Heb je een hond geadopteerd, dan is het belangrijk te weten waar de hond voorheen heeft geleefd en hoe de hond gevoed is. Honden die bij mensen hebben gewoond zijn doorgaans anders gevoed dan honden die op straat, in het wild of op een vuilnisbelt hebben geleefd.

Zwerfhonden voeden zich met wat ze kunnen vinden. Ze hebben dan geen uitgebalanceerde maaltijden gehad, ze waren al blij als ze iets te eten konden vinden.

Ook nadat die honden uit hun slechte leefomstandigheden zijn gehaald en in een opvangsituatie komen, krijgen ze slechts de voeding die op de plek van hun opvang beschikbaar is en dat is meestal niet van de beste kwaliteit.

Daarom is het goed om te beseffen dat de overgang op de bij ons verkrijgbare zeer voedingsrijke voeding problemen kan geven. Het is teveel ineens, een te hoge voedingswaarde ten opzichte van wat ze gewend zijn. Ga daarom na wat de hond gewend was te eten. De hond direct na aankomst in Nederland overzetten op voeding met hoge voedingswaarde kan problemen geven in de spijsvertering.

Begin daarom met voeding die een gemiddelde voedingswaarde heeft. Zodra de spijsvertering zich heeft aangepast kun je overstappen op voeding die je blijvend wilt geven.

Zorg er wel voor die overstap geleidelijk te doen, door wat van de oude voeding te combineren met de nieuwe voeding en dan steeds wat meer van de nieuwe, totdat je helemaal overgestapt bent.

Terug naar: Voeding voor hond en puppy

Blogs over voeding

Reacties zijn gesloten.