Voedingsspecial puppy

Voedingsspecial puppy

Inleiding

Dit is de voedingsspecial voor de puppy.
Na de geboorte drinken puppy’s de eerste weken moedermelk en krijgen zo de antistoffen binnen die beschermen tegen ziektes. Daarnaast bevat de moedermelk voldoende eiwitten, calcium en vetten voor de groei van de puppy’s. Puppy’s hebben meer energie nodig dan volwassen honden.

Na de periode van moedermelk moeten de puppy’s door ons gevoed worden. Het beste is bijvoeren, een langzame overgang met steeds iets meer vaste voeding en iets minder moedermelk.

We gaan nu kijken naar wat het beste is om aan puppy’s te geven en hoeveel.

De basis van goede voeding

Om gezond op te groeien is een goed uitgebalanceerde en complete voeding nodig, waarin alle stoffen zitten die je puppy nodig heeft, maar ook weer niet teveel.

Tijdens de groei heeft je puppy veel energie nodig en daarvoor is speciale puppyvoeding het meest geschikt. Die bevat namelijk meer energie en meer eiwitten dan voeding voor volwassen honden.

De stelling dat je je puppy voeding voor volwassen honden moet geven als hij te snel groeit is onzin, je moet hem dan simpelweg minder geven.

Kwalitatief goede voeding voor puppy’s zorgt voor een gezonde groei en een stevig bottenstelsel. Verder krijgt je puppy van goede voeding een mooie glanzende vacht zonder kale plekken en is zijn ontlasting stevig. Dit zijn dus belangrijke herkenningspunten. Een doffe vacht, kale plekken, huidklachten, veel verharen, dunne (en veel) ontlasting, diarree, het zijn allemaal aanwijzingen dat er iets mis kan zijn met de voeding van je puppy.

Zorg er uiteraard  wel voor dat je mogelijke andere oorzaken zoals de aanwezigheid van parasieten uitsluit.

Complete voeding

Een voeding voor puppy’s is pas compleet als de juiste ingrediënten er in zitten: eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen, mineralen en vocht en afgestemd is op de te bereiken grootte en de leeftijd van het dier. De ingrediënten moeten makkelijk verteerbaar zijn voor puppy’s. Dit bevordert de opbouw van de spieren, het skelet en het gebit.

Eiwitten zijn nodig voor de opbouw van spieren en weefsel. Ook leveren eiwitten energie.
Dierlijke eiwitten zijn beter verteerbaar dan plantaardige eiwitten. Daardoor zal ook de ontlasting minder en steviger worden.

Vetten leveren ook energie en zorgen verder voor belangrijke vetzuren zoals omega-3.
Deze vetzuren heeft het lichaam van je puppy nodig voor de spijsvertering. Ook zijn ze goed voor de huid en de vacht.

Koolhydraten leveren ook energie, maar niet in de mate zoals eiwitten en vetten dat doen. Wel kunnen koolhydraten voorzien in vezels, die helpen met de darmwerking, maar voeding mag niet te vezelrijk zijn, dan kan de ontlasting te lang in de darmen blijven zitten.

Vitaminen en mineralen hebben vele functies in het lijfje van je puppy en zijn erg belangrijk. Ze moeten absoluut in voldoende mate in de voeding aanwezig zijn.

Voeding bevat vocht, maar droge voeding natuurlijk maar weinig, dus zorg voor ruim voldoende te drinken als je droge brokjes geeft.

De calorieën

Als we het hebben over energie, dan bedoeling we de calorieën die in voeding zitten en om het makkelijker te maken gebruiken we liever kilocalorieën, afgekort tot kcal.

Hoeveel kcal een puppy nodig heeft hangt van een paar gegevens af. Ten eerste de leeftijd van de puppy, ten tweede zijn huidige gewicht en ter derde het lichaamsgewicht dat hij gaat bereiken als hij volwassen is. Dat laatste kan lastig zijn bij gemixte rassen. Eventueel kan een dierenarts wel een inschatting maken van het te verwachten volwassen gewicht.

Door op deze manier de energiebehoefte vast te stellen, hoeven we niet te kijken of de puppy al binnen een jaar volwassen is (zoals bij kleinere rassen) of pas na 2 jaar zijn volwassen gewicht bereikt (zoals bij grotere rassen). We kijken gewoon hoe ver hij is gevorderd ten opzichte van het gewicht dat hij uiteindelijk zal bereiken. Zolang de puppy nog groeit krijgt hij voeding afgestemd op een puppy.

Ter informatie, kleine honden tot maximaal 10 kilo volwassen gewicht zijn in 8 tot 10 maanden volgroeid, middelgrote honden die tussen de 10 en 25 kilo gaan wegen zijn met 12 maanden volgroeid, grote honden van 25 tot 40 kilo zijn met 18 maanden volgroeid en de grootste honden die boven de 40 kilo gaan wegen zijn pas na 2 jaar volgroeid.

Door het huidige gewicht te vergelijken met het te bereiken gewicht, berekenen we zijn groei als percentage en dat bepaalt hoeveel kcal hij nodig heeft. Die benodigde energie wordt berekend op basis van zijn zogenoemd metabole gewicht.

Dit metabole gewicht is belangrijk, omdat puppy’s, die als volwassen hond klein blijven, per kilogram lichaamsgewicht meer energie nodig hebben, omdat ze sneller volgroeid zijn. Puppy’s die als volwassen hond groot worden hebben een langere groeiperiode en moeten daarin langzamer en vooral gelijkmatig opgroeien.

De samenstelling van de voeding

Nu we weten wat er in puppyvoeding moet zitten en hoeveel calorieën puppy’s in verschillende groeistadia nodig hebben, is het ook belangrijk om te weten hoeveel er van de verschillende ingrediënten in moet zitten.

Het is gebruikelijk dat de hoeveelheden worden aangegeven in het aantal gram per 1000 kcal (kilocalorieën). De reden is simpel, als voeding meer kcal bevat, hoeft je puppy er minder van te eten en van voeding met minder kcal moet je puppy dus meer eten.

Het is dus niet zuiver om te zeggen hoeveel procent van de voeding een bepaald ingrediënt is, want dat zal je puppy bij meer eten van voeding van laag caloriegehalte teveel van het ingrediënt binnenkrijgen en bij minder eten van voeding van hoog caloriegehalte zal hij er te weinig van binnenkrijgen.

Eiwitten

De hoeveelheid eiwitten moet minimaal 50 gram per 1000 kilocalorieën zijn.

Lange tijd is gedacht dat een hoog eiwitgehalte ervoor zorgt dat een puppy te snel groeit en daardoor groeipijnen en groeiproblemen in het skelet kan krijgen.

Inmiddels is duidelijk geworden dat eiwitten juist heel belangrijk zijn voor het lichaam door te zorgen voor een gezond spierstelsel en daardoor stabilisering van het skelet.

Vooral in de puppytijd is voldoende eiwitten erg belangrijk en uit wetenschappelijk onderzoek van o.a. de Universiteit Utrecht is bekend geworden dat een hoog eiwitgehalte geen schadelijke invloed heeft op de groei. Een tekort aan eiwitten kunnen echter wel leiden tot allerlei problemen, zoals bloedarmoede, een lagere weerstand en verlies van spierweefsel.

Vetten

De hoeveelheid vetten moet minimaal 21,25 gram per 1000 kilocalorieën zijn.

Vetten leveren veel energie en dus hoeft je puppy minder te eten om toch voldoende energie binnen te krijgen.

Vetten zijn meestal goed verteerbaar, al verteren ze langzamer dan eiwitten en koolhydraten. Daarom is het vaak zo dat bij darmklachten extra vette voeding kan helpen.

Calcium en Fosfor

De hoeveelheid calcium hangt af van het volwassen lichaamsgewicht.

De hoeveelheid fosfor moet in juiste verhouding staan tot de hoeveelheid calcium. Geadviseerd wordt vaak 1,75 gram fosfor per 1000 kilocalorieën, maar dit is een gemiddelde.

Een hond die een gewicht tot maximaal 15 kilo bereikt heeft 2 tot 4,5 gram calcium per 1000 kilocalorieën nodig. De verhouding calcium/fosfor moet tussen 1/1 en 1.8/1 liggen.

Een hond die een gewicht boven de 15 kilo bereikt heeft de eerste 6 maanden 2,5 tot 4,5 gram calcium per 1000 kilocalorieën nodig. De verhouding calcium/fosfor moet in die periode 1/1 tot 1.6/1 zijn.

Na die 6 maanden wordt het 2 tot 4,5 gram calcium per 1000 kilocalorieën met een verhouding calcium/fosfor van 1/1 tot 1.8/1.

Het lichaam van een volwassen hond kan heel goed de opname van calcium en fosfor in de darmen aanpassen aan de behoefte van zijn lichaam. Bij puppy’s is dit regelmechanisme nog niet volledig ontwikkeld. Vooral in het eerste half jaar kan de puppy (veel) meer calcium opnemen dan nodig is om in zijn behoefte te voorzien.

Puppy’s kunnen een overschot aan calcium niet door het lichaam uitscheiden, zoals een volwassen hond dat wel kan.

Net als een tekort aan calcium kan ook een overschot zorgen voor groeiproblemen in het skelet en de bijbehorende groeipijnen bij je puppy.

De hoeveelheid voeding

Hoeveel voeding je moet geven hangt in eerste instantie af van de voedingswaarde van de voeding. Hoe hoger de voedingswaarde is, des te minder dat je ervan moet geven. De voedingswaarde wordt uitgedrukt in het aantal kilocalorieën per kilo voeding.

Het is niet mogelijk te zeggen dat je puppy op een bepaalde leeftijd een bepaald aantal grammen moet hebben.

Pas als je weet wat de voedingswaarde van de voeding is en weet wat de energiebehoefte van je hond is, kun je uitrekenen hoeveel voeding hij dagelijks moet hebben.

De gedachte dat je een puppy moet laten eten zoveel hij lust is absoluut verkeerd, dat leidt niet alleen tot overgewicht maar ook tot diarree en groeiproblemen in het skelet. Hoe groter de hond uiteindelijk wordt, hoe ernstiger het risico op gewrichtsproblemen door teveel voeding in de puppytijd.

Zodra je de voedingsbehoefte van je puppy hebt vastgesteld, is het goed om de juiste dosering nauwkeurig af te wegen. Hou daarbij ook rekening met eventuele extraatjes die je geeft of beloningskoekjes en dergelijke. Die extraatjes zijn vaak rijk aan eiwitten en mineralen als calcium en fosfor, waardoor de balans die je geeft via de normale voeding toch verstoord kan raken.

Bij de juiste dosering voeding moet je de achterste ribben gemakkelijk kunnen voelen, zonder dat er een vetlaagje overheen zit en moet er een taille te zien zijn.

Kun je de ribben niet meer voelen of zie je geen taille meer, dan is er overgewicht en is het goed de hoeveelheid voeding te verlagen. Omgekeerd, als de ribben al zichtbaar worden, kun je het beste de hoeveelheid voeding verhogen.

Verdeling over de dag

Hoe jonger puppy’s zijn, hoe meer eetmomenten ze nodig hebben op een dag. Als algemene regel wordt gehanteerd dat puppy’s die jonger zijn dan 3 maanden vier keer per dag moeten eten, vanaf 3 maanden is dat drie keer per dag en vanaf 6 maanden gaat het naar twee keer per dag.

Dat kun je daarna het beste zo laten, ook volwassen honden zijn goed af met twee maaltijden per dag. Soms geven mensen de dagelijkse hoeveelheid één maaltijd bij volwassen honden. Dat kan, maar dan is de vertering na de maaltijd wel heel belangrijk. Te snelle activiteit na het eten kan dan tot een maagkanteling leiden.

Groeiproblemen

Puppy’s moeten groeien, maar dat wel in het voor hun lichaamsontwikkeling beste tempo. Een te snelle groei leidt onherroepelijk tot problemen. Hoe groter de puppy als volwassen hond gaat worden, des te meer tijd de groei duurt. Klein blijvende honden kunnen al na 8 tot 10 maanden volgroeid zijn terwijl bij honden die groot worden het wel 2 jaar kan duren om te volgroeien.

Het weefsel van het lichaam en de botten in het skelet moeten gelijk op gaan in de groei en daarom is het zo belangrijk dat de voedingswaarde van de voeding (de kilocalorieën) en de in die voeding opgenomen hoeveelheden calcium en fosfor op elkaar zijn afgestemd.

Zowel te snelle groei als ongelijkmatige groei leiden allereerst tot groeipijnen bij de puppy en kunnen uitmonden in vergroeiingen.

Afhankelijk van de volwassen grootte van je hond kun je de keuze voor een bepaalde voeding maken, want voeding voor honden die groot worden heeft een lagere voedingswaarde gecombineerd met een minder calcium in vergelijking met een voeding voor klein blijvende honden. Juist omdat de klein blijvende honden eerder volgroeid zijn, hebben ze als puppy een hogere voedingswaarde en dus ook meer calcium in de voeding nodig.

Groeiproblemen komen vooral voor bij puppy’s die als volwassen hond groot worden en voeding hebben gehad die eigenlijk voor de puppy’s van klein blijvende honden is bedoeld.

Eiwitten

Zorg dat het gehalte eiwitten in de voeding niet te laag is.

Eerder werd wel gedacht dat een teveel aan de eiwitten voor een te snelle groei zorgden, maar inmiddels is na onderzoek ontdekt dat het komt door een overdaad aan voedingswaarde (kilocalorieën) en/of door een teveel aan calcium.

Onderzoek op de dierenfaculteit in Utrecht heeft aangetoond dat puppy’s die niet voldoende eiwitten (slechts 15% eiwitten) kregen een slechtere groei hadden en vatbaarder waren voor gezondheidsproblemen (verlaagde immuniteit) dan puppy’s die wel ruim voldoende eiwitten kregen. Zodra de slechter groeiende puppy’s extra eiwitten kregen herstelde de groei zich al snel.

Uit het onderzoek bleek ook dat er geen schadelijke gevolgen waren toen het eiwitgehalte bovenmatig werd verhoogd (naar 32% eiwitten). Deze verhoging had geen negatieve invloed op het skelet en het kraakbeen ontwikkeling. Ook was er geen enkel effect op het functioneren van de lever en de nieren.

Dit geldt voor puppy’s die tot grote honden uitgroeien en voor puppy’s van honden die ook als volwassen hond klein blijven.

De conclusie was dat een goede kwaliteit eiwitten belangrijk is voor een gezonde groei en een goede werking van het immuunsysteem. Een negatieve invloed op de groei van het skelet werd alleen waargenomen bij een te lage dosering eiwitten of bij eiwitten van slechte kwaliteit.

Calcium

Uit het onderzoek op de dierenfaculteit in Utrecht kwam wel naar voren dat een hogere dosering calcium wel voor problemen in de groei van het skelet kan zorgen. Dit kan vooral gebeuren als er extra calcium wordt toegevoegd aan uitgebalanceerde voeding of als puppy’s meer dan 50% rauwe vleesbotten te eten krijgen.

Het is daarom ook belangrijk dat puppy’s die een energiebeperkt dieet krijgen, in hun voeding dan ook een verlaagd calciumgehalte krijgen. De verhouding tussen voedingswaarde en calcium moet altijd in balans blijven.

Bedenk wel dat groeiproblemen ook genetische veroorzaakt kunnen worden. Dan wordt het een medische kwestie en is de hulp van de dierenarts nodig.

Het bestaan van aangeboren gewrichtsproblemen neemt niet weg dat puppy’s die te dik zijn een grotere kans hebben ontwikkelen van groeiproblemen en dat volwassen honden een grotere kans hebben op het krijgen van arthritis naarmate ze ouder worden.

Adviezen

Het is verstandig om puppy’s in de groei speciale puppyvoeding te geven, vanwege het hogere eiwitgehalte.

Maak gebruik van dierlijke eiwitten van een hoge kwaliteit. Verlaag de hoeveelheid eiwitten niet, omdat eiwitten zorgen voor een gezonde groei, gezonde organen en een sterk immuunsysteem.

Zorg dat je opgroeiende puppy slank blijft, want overgewicht geeft een verhoogde kans op groeiproblemen en later op arthritis.

Geef niet teveel calcium. Voeg nooit extra calcium toe. Geef geen voer met een hoog vezelgehalte om af te vallen. Teveel vezels verhinderd de absorptie van voedingsstoffen en houden afvalstoffen te lang vast in de darmen.

Het advies om snelgroeiende puppy’s voeding voor volwassen honden te geven, omdat daar een iets lagere hoeveelheid calcium in zit, is een slecht advies., In die voeding voor volwassen honden zit namelijk ook beduidend minder voedingswaarde (kilocalorieën), waardoor er meer van moet worden gegeven en de puppy dan misschien juist meer in plaats van minder calcium binnenkrijgt.

Het geven van supplementen met calcium of vitamine D aan puppy’s is onverstandig, omdat hierdoor het skelet harder gaat groeien en de groei van spieren en weefsel achter zal blijven.

Bij het bereiken van het volwassen gewicht is het zaak over te stappen op voeding voor volwassen honden. Doe dit geleidelijk, meng de puppyvoeding met de volwassen voeding en dan steeds een beetje meer van de volwassen voeding en minder van de puppyvoeding. Daarmee worden maag- en darmklachten voorkomen.

Het advies van de geleidelijkheid geldt ook als je de puppy pas hebt. Probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij de voeding die hij gewend is en als je zelf een andere voeding wil geven, meng dan ook hier de oude en de nieuwe voeding, met steeds iets meer van de nieuwe voeding.

Adoptiehonden

Heb je een puppy uit het buitenland geadopteerd, dan is het belangrijk te weten waar de puppy voorheen heeft geleefd en gevoed is. Puppy’s die bij mensen hebben gewoond zijn doorgaans anders gevoed dan puppy’s van honden die op straat, in het wild of op een vuilnisbelt hebben geleefd.

Zwerfhonden voeden zich met wat ze kunnen vinden en de puppy’s die bij hun moeder drinken krijgen indirect binnen wat de moederhond heeft kunnen eten. Zowel de volwassen honden als de puppy’s hebben dan geen uitgebalanceerde maaltijden gehad, ze waren al blij als ze iets te eten konden vinden.

Ook nadat die honden en puppy’s uit hun slechte leefomstandigheden zijn gehaald en in een opvangsituatie komen, krijgen ze slechts de voeding die op de plek van hun opvang beschikbaar is en dat is meestal niet van de beste kwaliteit.

Daarom is het goed om te beseffen dat de overgang op de bij ons verkrijgbare zeer voedingsrijke voeding problemen kan geven. Het is teveel ineens, een te hoge voedingswaarde ten opzichte van wat ze gewend zijn. Ga daarom na wat de puppy gewend was te eten. De puppy direct na aankomst in Nederland overzetten op voeding met hoge voedingswaarde kan de groei ernstig verstoren.

Begin daarom met voeding die een gemiddelde voedingswaarde heeft. Zodra de spijsvertering zich heeft aangepast kun je overstappen op voeding die past bij de leeftijd en groeifase van de puppy.

Zorg er wel voor die overstap geleidelijk te doen, door wat van de oude voeding te combineren met de nieuwe voeding en dan steeds wat meer van de nieuwe, totdat je helemaal overgestapt bent.

Erfelijkheid en Beweging

Naast de voeding zijn er andere oorzaken van het ontstaan van groeiklachten. Als eerste de erfelijkheid.

Met name in de fok van rashonden is de vatbaarheid voor groeiklachten geen uitzondering.

Daarnaast is voor een goede en veilige ontwikkeling van spieren, gewrichten en botten de juiste hoeveelheid van de juiste beweging nodig. Dat betekent dat de beweging aangepast moet zijn aan de leeftijd en de mogelijkheden van de puppy.

Teveel of verkeerde beweging kan net als te weinig beweging averechts werken.

Hoewel voeding dus erg belangrijk is in het ontstaan of juist voorkomen van groeiproblemen, kan een puppy of volwassen hond er dus toch last van krijgen ten gevolge van andere oorzaken.

Terug naar: Voeding voor hond en puppy

Blogs over voeding

Reacties zijn gesloten.