Vaccinatie van hond en puppy

Vaccinatie van hond en puppy
Vaccinatie hond en puppy

Het kiezen voor de juiste en noodzakelijke vaccinaties voor je hond of puppy is niet zo eenvoudig als je misschien zou denken. Er is nogal wat om rekening mee te houden.

Wat is een vaccinatie, wat zit er allemaal in een vaccinatie, wat heeft een puppy nodig, wat heeft een volwassen hond nodig, hoe vaak moet het vaccineren gebeuren, wat is een titerbepaling, wat is een booster, enz. enz. Op deze vragen zal ik proberen in deze blog een antwoord te geven.

Deze blog is niet bedoeld als pleidooi tegen vaccineren. Deze blog is wel bedoeld als waarschuwing tegen teveel vaccineren en om de risico’s van vaccineren toe te lichten.

Wat is een vaccinatie?

Een vaccinatie is een via een injectie toegediende vloeistof bedoeld om honden te beschermen tegen bepaalde virusziekten en bacteriële infecties. De samenstelling van een vaccin bepaalt de werkzaamheid ervan, hoe veilig het is en hoe lang het vaccin houdbaar is alvorens deze te gebruiken.

De werkzame bestanddelen van een vaccin zijn dode of verzwakte bacteriën of virussen of delen hiervan. Een vaccin kan ook bacteriële toxines (gifstoffen) bevatten, als de ziekte niet door de bacterie zelf wordt veroorzaakt, maar door stoffen die de bacterie aanmaakt. Deze werkzame bestanddelen in een vaccin moeten ervoor zorgen dat immuniteit tegen de bacteriën, virussen of toxines wordt opgebouwd. Het lichaam moet dus zelf de antistoffen aanmaken tegen de ziekte waar de vaccinatie tegen moet beschermen.

Soorten vaccinaties

We kennen de volgende ziekten en ziekteverwekkers waartegen vaccinaties mogelijk zijn. Met een lettercode wordt de soort vaccinatie aangeduid.

ZiekteZiekteverwekkerVaccinatie
Hondsdolheid (Rabiës)RabiësvirusR
Hondenziekte van Carré (Distemper)DistempervirusD of C
Leverziekte (Hepatitis)AdenovirusA of H
ParvoParvovirusP of CPV
Para-influenzaPara-influenzavirusPi
Ziekte van Weil (Leptospirose)LeptospirosebacteriënL of L4
Kennelhoest (Bordetella)Bordetella BronchisepticaB of K

De combinatie Distemper, Hepatitis en Parvo wordt aangeduid als de ‘grote cocktail’. Meestal bevat de grote cocktail ook Para-influenza.

Wat zijn de hulpstoffen in een vaccinatie?

Naast de werkzame bestanddelen bevat een vaccin bepaalde hulpstoffen. De bedoeling hiervan is om te zorgen voor een goede werking van het vaccin. Ook worden hulpstoffen gebruikt om de houdbaarheid van het vaccin te verlengen en het injecteren van de werkzame stof makkelijker te maken.

Vulmiddelen

Er zijn hulpstoffen die bedoeld zijn als vulmiddel en stabilisator. Deze zorgen ervoor dat het injecteren van het vaccin makkelijker wordt. Veel gebruikte vulmiddelen zijn suikers, glutamaat, polysorbaat, albumine en gelatine. Deze middelen (vooral gelatine) staan bekend als oorzaak van ernstige allergische reacties na vaccinatie.

Adjuvanten

Een andere groep hulpstoffen zijn de middelen die het afweersysteem stimuleren. Ze worden adjuvanten genoemd en  worden toegevoegd voor een betere productie van antistoffen. Adjuvanten zijn DNA- en RNA-componenten zoals foetaal runderserum en andere eiwitten. Deze stoffen kennen bijwerkingen zoals overgevoeligheid en roodheid, zwelling, pijn rond de plek van de injectie.

Aluminiumzouten

Dan is er de meest gebruikte hulpstof in vaccins, namelijk aluminiumzouten. Deze zorgen voor een langzame vrijgave en een betere opname van de werkzame stof door het immuunsysteem. Hoewel fabrikanten beweren dat de hoeveelheid aluminium in de vaccins onder de toelaatbare niveaus blijft, is het zeker dat aluminium kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen, met name neurologische aandoeningen. Bekende gevolgen van aluminium zijn: schade aan het centrale zenuwstelsel, lusteloosheid, ernstig trillen, laterale sclerose en spieratrofie.

Bewaarmiddelen

De laatste groep hulpstoffen zijn de bewaarmiddelen, ook wel conserveermiddelen genoemd. Het zijn middelen om het vaccin langer houdbaar te maken en bederf tegen te gaan.

De meest gebruikte conserveringsmiddelen in vaccins zijn thiomersal, 2-fenoxyethanol en formaldehyde.

Thiomersal is een ethylkwikverbinding met een desinfecterende werking. Hoewel in voeding al decennia lang is ingezet op het verwijderen van kwikverbindingen, is het in de meeste vaccins helaas nog steeds standaard toegevoegd.

Formaldehyde remt de groei van ongewenste bacteriën. Formaldehyde kan een schadelijke invloed op het lichaam van de hond hebben en het staat ook op de lijst van kankerverwekkende stoffen.

2-Fenoxyethanol is een alcoholverbinding die in enkele vaccins als bewaarmiddel wordt gebruikt.

Wat zijn de reststoffen in een vaccinatie?

Dat zijn stoffen die tijdens het maken van het vaccin zijn gebruikt en die na de productie eigenlijk verwijderd moeten worden, maar soms gedeeltelijk achterblijven in het vaccin.

Denk hierbij aan de voedingsbodems die werden gebruikt voor het kweken van de bacteriën. Bij vaccins tegen virussen gaat het om voedingsbodems van levende cellen, meestal uit een kippenembryo. Deze reststoffen kunnen allergische reacties veroorzaken.

Om de groei ongewenste bacteriën te voorkomen wordt ook antibiotica gebruikt tijdens de productie van sommige vaccins. Restanten hiervan kunnen een huidreactie (jeuk) veroorzaken op de plek van de vaccinatie.

Bepaalde vaccins (zoals de hepatitis in de cocktailvaccinatie) worden geproduceerd in gistcellen die het vaccineiwit activeren. Gistresten kunnen een ernstige allergische reacties veroorzaken.

Enkele vaccins bevatten kleine hoeveelheden lactose. Honden kunnen sowieso al niet goed overweg met lactose en honden met lactose-intolerantie kunnen hier ernstige klachten van krijgen.

Vaccinatie hond

Wat doet een vaccinatie en welke bijwerkingen zijn er?

Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat een vaccinatie behoorlijke invloed kan hebben op de gezondheid van je hond. Er worden meerdere virussen en/of bacteriën ingespoten, in combinatie met stoffen die het immuunsysteem moeten activeren.

Bij een besmetting in een natuurlijke leefsituatie komen virussen en bacteriën het lichaam binnen via inademing of via de slijmvliezen. Een goed werkend immuunsysteem zorgt ervoor dat deze ziekteverwekkers geen bedreiging vormen. Ze worden geneutraliseerd en met de ontlasting mee uit het lichaam verwijderd.

Een vaccinatie zorgt ervoor dat de dode of verzwakte virussen en bacteriën inclusief de hulpstoffen in de bloedbaan terecht komen. Zo worden de virussen, bacteriën en schadelijke hulpstoffen door het lichaam verspreid en komen ook in de hersenen en andere kwetsbare organen terecht.

De witte bloedcellen (leukocyten) bevinden zich in het bloed en het lymfeweefsel en beschermen het lichaam tegen lichaamsvreemde stoffen. Tegen de ingespoten virussen en bacteriën zal het lichaam antistoffen en zogenoemde killercellen aanmaken om de ziekteverwekker te bestrijden en de besmette cellen op te ruimen.

Ook worden er geheugencellen aangemaakt, die de informatie opslaan om de ziekteverwekker succesvol te kunnen bestrijden. Deze geheugencellen blijven zeer lang, waarschijnlijk levenslang, aanwezig in het lichaam. Zodra het lichaam opnieuw geconfronteerd wordt met een bekende ziekteverwekker, zorgen de geheugencellen ervoor dat het lichaam op dezelfde effectieve manier reageert als de vorige keer, door het aanmaken van passende antistoffen.

Tegen de ingespoten schadelijke hulpstoffen zal het lichaam ontstekingsreacties laten zien, met als doel deze stoffen uit het lichaam te verwijderen. Soms blijven deze reacties onopgemerkt, soms geven ze kortdurende klachten, met name koorts en soms ontstaan er chronische (blijvende) klachten in de hersenen, darmen of andere kwetsbare organen.

Hoe ernstig de gevolgen van een vaccinatie kunnen zijn hangt af van de lichamelijke weerstand van de hond. Vooral oude honden en honden met een bepaalde ziekte of aandoening lopen groot risico op blijvende schade. Ook jonge honden die nog geen sterke natuurlijke weerstand hebben opgebouwd kunnen schadelijke en blijvende gevolgen ondervinden.

Wat is een booster?

Een booster betekent in feite niets anders dan een herhaling van dezelfde vaccinatie na een bepaalde periode. Dat kan zijn na enkele weken, na enkele maanden, na een jaar of na enkele jaren.

Lange tijd was de aanbeveling om honden jaarlijks te laten ‘boosten’ met de kernvaccins. Veel dierenartsen hanteren nog steeds deze termijn, anderen zijn overgestapt op een ‘booster’ eens per 3 jaar voor de kernvaccinaties (de grote cocktail).

Professor dokter Ronald D. Schultz is immunoloog en één van de bekendste wetenschappers inzake vaccinaties bij honden. Hij heeft veel en langdurig onderzoek gedaan naar vaccinaties bij honden en andere huisdieren. Hij noemt de term ‘booster’ misleidend, omdat honden die al immuun zijn (al antistoffen hebben) geen gunstig ‘booster-effect’ krijgen van een besmettelijk vaccin. Het virus wordt namelijk onmiddellijk geneutraliseerd door de aanwezige antistoffen en killercellen of doordat de antistoffen direct weer worden aangemaakt vanuit de aanwezige informatie in de geheugencellen.

De vaccinatie die bedoeld is om het lichaam antistoffen aan te laten maken heeft dus geen enkel effect als er al antistoffen in het lichaam aanwezig zijn. Het ingespoten virus kan geen cellen infecteren en dus niet zorgen voor het repliceren van antistoffen. De schadelijke effecten van de hulpstoffen treedt echter wel op, met alle risico’s van dien.

Wat is een titerbepaling?

Een titerbepaling is een meting van de hoeveelheid antistoffen in het bloed van de hond. Door een druppeltje bloed af te nemen kan met een test worden bepaald welke antistoffen er nog aanwezig zijn in het bloed. De aanwezigheid van voldoende antistoffen maakt vaccinatie overbodig en nutteloos.

Een titerbepaling is mogelijk voor Hondsdolheid (Rabiës), Parvo, Hondenziekte (Distemper) en Hepatitis (Adeno). Voor de ziekte van Weil (Leptospirose) en voor Kennelhoest is titerbepaling niet mogelijk.

Honden met aantoonbare antistoffen hebben geen vaccinatie nodig. Als een titerbepaling echter laat zien dat er geen virale antistoffen zijn, kan vaccineren nodig zijn. Een vaccin kan dan het immuunsysteem versterken. Een vaccinatie gaat dan wel voorbij aan de werking van geheugencellen. Immers, zelfs als de titerbepaling een negatieve uitkomst heeft op de aanwezigheid van antistoffen, kan de hond vanuit de opgeslagen informatie opnieuw deze antistoffen aanmaken, zodra besmetting met de ziekteverwekker plaatsvindt.

Een titerbepaling is belangrijk voor teefjes die een nestje krijgen. Door de titerbepaling wordt dan bekend welke antistoffen de moederhond doorgeeft aan de puppy’s.

Vaccinatie puppy

Wat heeft een puppy nodig?

Bij pas geboren puppy’s moet het immuunsysteem zich nog ontwikkelen. Om toch beschermd te zijn tegen virussen en bacteriën, krijgen de puppy’s antistoffen binnen van de moeder, via de moedermelk (ook wel colostrum of biest genoemd). Dat geeft wel bescherming, maar het lichaam van de puppy heeft daarmee nog niet geleerd om zelf antistoffen aan te maken.

Voorwaarde voor deze bescherming is wel dat de moederhond over de antistoffen beschikt, dus gevaccineerd is of de ziekte heeft gehad en antistoffen heeft aangemaakt. Is dat niet zo, dan is de puppy onbeschermd tot het moment van de eerste vaccinatie.

De antistoffen via de moedermelk zijn gedurende een aantal weken effectief, maar nemen daarna langzaam in werkzaamheid af. Het is daarom belangrijk dat puppy’s op het juiste moment gevaccineerd worden, zodat er geen periode ontstaat waarin de puppy’s onbeschermd zijn.

In Nederland is het de standaard om puppy’s 3-maal te vaccineren, namelijk op 6, 9 en 12 weken. Daarna wordt de vaccinatie pas op 1-jarige leeftijd herhaald, al zijn er dierenartsen die aangepaste richtlijnen volgen en na 6 maanden weer vaccineren. Dit om een periode van onbeschermd zijn zoveel mogelijk te vermijden.

Het is namelijk zo dat vaccinatie niet aanslaat als de puppy nog beschermd wordt door antistoffen van de moeder. De puppy maakt dan zelf geen antistoffen aan en dat maakt de vaccinatie dus nutteloos. Men hoopt dus eigenlijk dat 1 van de 3 vaccinaties (6, 9 en 12 weken) wel aanslaat, maar zekerheid daarover bestaat niet. Er zijn puppy’s die tot wel 20 weken of langer nog antistoffen van de moederhond in zich meedragen. Dan is de puppy dus onbeschermd tot aan de eerstvolgende vaccinatie (na 6 maanden of na 1 jaar). Om die reden is er een nieuwe richtlijn om de laatste vaccinatie niet op 12 weken, maar op 16 weken te doen, maar ook dat schema is uiteraard niet sluitend.

Titerbepaling

Hier kan de titerbepaling uitkomst bieden. In plaats van puppy’s 3- tot 4-maal binnen een half jaar te vaccineren, kan een titerbepaling aantonen of er nog antistoffen van de moederhond aanwezig zijn. Titerbepalingen zijn geen belasting voor de puppy’s, terwijl meerdere vaccinaties in korte tijd dat wel zijn.

De aanwezigheid van antistoffen van de moeder verdwijnt na 8 tot 20 weken. Door na het verlaten van het nest, zo rond de 8 weken, een eerste titerbepaling te doen en deze om de 2 à 3 weken te herhalen, wordt duidelijk wanneer de antistoffen verdwenen zijn of een te laag niveau hebben en dat is het moment om te vaccineren. De vaccinatie zal dan wel aanslaan. Dit kan desgewenst zo’n 4 weken na de vaccinatie gecontroleerd worden met een nieuwe titerbepaling.

Vaccinatie hond 2

Wat heeft een volwassen hond nodig?

Voor volwassen honden is de standaard momenteel dat om de 3 jaar gevaccineerd moet worden met de grote cocktail. Helaas houden veel dierenartsen nog steeds een jaarlijks vaccinatieschema aan. Honden die dit schema volgen worden dus sowieso teveel gevaccineerd, met alle risico’s van dien.

Uit de onderzoeken van de eerder genoemde professor dokter Ronald D. Schultz is duidelijk geworden dat honden veel langer beschermd zijn dan 3 jaar. Meer dan 95% van de gevaccineerde honden die deel uitmaakten van het onderzoek bleek een bescherming (antistoffen) te hebben van tenminste 7 jaar en vermoedelijk nog langer.

Dokter Schultz ontdekte bij het meten van de immuniteitsduur dat honden die werden blootgesteld aan de hondenziekte distemper, het adenovirus dat hepatitis veroorzaakt en aan het parvovirus, na een periode tot 11 jaar na vaccinatie in staat waren de ziekteverwekker succesvol te bestrijden.

Dokter Richard Ford, een hoogleraar medicijnen aan de State University in North Carolina, zei dat het schema voor hervaccinatie na 3 jaar gebaseerd is op een compromis en dat er geen wetenschappelijke onderbouwing voor is.

Titerbepaling

Ook hier kan titerbepaling uitkomst bieden. Na 3 jaar (of zoveel langer als je wilt) kan met een titerbepaling beoordeeld worden of de hond nog voldoende antistoffen in het lichaam heeft.

Het is goed te weten dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft bepaald dat titerbepalingen een wettelijke status hebben en aantonen dat de hond voldoende beschermd is in situaties waar vaccinaties verlangd worden. Er zijn geen wettelijke plichten tot vaccinatie, behalve dat Rabiës verplicht is als je met jouw hond naar het buitenland wilt gaan.

De titerbepaling is dus een goede manier om teveel onnodige vaccinatie te voorkomen. Het enige minpunt is dat een titerbepaling geen rekening houdt met de geheugencellen. Dus zelfs als de titerbepaling laat zien dat er te weinig antistoffen zijn, zal je hond deze antistoffen weer opnieuw aanmaken op het moment dat je hond besmet wordt met de betreffende ziekteverwekker (virus of bacterie). De deskundigen vermoeden dat deze bescherming zelfs levenslang is. Vergelijkbaar dus met de bescherming die mensen levenslang hebben tegen ziekteverwekkers waartegen ze als peuter zijn gevaccineerd.

Over-vaccinatie

Helaas worden veel honden nog steeds enorm over-gevaccineerd. Jaarlijkse of 3-jaarlijkse boosters, die dan soms ook nog binnen een paar weken herhaald moeten worden (om welke vage reden dan ook). Besef dat achter vaccinaties een enorme macht schuilgaat van farmaceutische bedrijven die enorme winsten maken op het zoveel mogelijk vaccineren van zoveel mogelijk honden (en andere dieren).

De gedachte die sommige mensen hebben dat hoe meer vaccinatie, hoe beter de bescherming is, gaat zeker niet op. Het tegenovergestelde is juist waar, gezien de eerder genoemde risico’s van vaccinatie.

Vaccinatie hondje

Is nooit meer vaccineren verstandig?

Deze vraag is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden.

Ten eerste kan het kiezen voor vaccineren afhankelijk gemaakt worden van de uitslag van een titerbepaling. Dan vaccineer je de hond niet zo lang de titerbepaling laat zien dat het niet nodig is.

Ten tweede kun je vertrouwen op de geheugencellen, waarmee je ook zonder titerbepaling ervan uitgaat dat je hond in staat is antistoffen aan te maken die niet meer of onvoldoende in het bloed aanwezig zijn.

Een hond die na de puppy vaccinaties levenslang niet meer gevaccineerd wordt kan ziek worden van bacteriën of virussen. Garanties dat dit niet zal gebeuren zijn niet te geven. Maar een hond kan ook ziek worden van de vaccinaties zelf. Ook kan een hond ondanks vaccinatie toch de ziekte krijgen waartegen gevaccineerd is. Simpelweg omdat er van ziekteverwekkers teveel diversiteit is en slechts tegen een deel gevaccineerd kan worden of omdat de ziekteverwekker muteert en daardoor ongevoelig wordt voor de antistoffen die de hond na vaccinatie heeft aangemaakt.

Wat is de belangrijkste bescherming?

De bedoeling van vaccinatie is dat je hond antistoffen aanmaakt tegen bepaalde virussen en bacteriën. Deze worden met een vaccinatie in verzwakte vorm ingespoten. Je hond maakt dan antistoffen aan.

Je hond kan en zal ook antistoffen aanmaken als hij besmet raakt met het virus of de bacterie, dus in onverzwakte vorm. Helaas zijn niet alle honden in staat een dergelijke infectie succesvol te bestrijden. De natuurlijke weerstand is hierin een belangrijke factor.

Zorg daarom voor een goede gezondheid van je hond. Houd je hond in een goede conditie door voldoende te bewegen. Geef je hond de best denkbare voeding en voorkom voedingsmiddelen met stoffen die de afweer verzwakken. Geef je honden een goed leven met voldoende rust op een eigen, veilige plek. Voorkom dat je hond stress ervaart. Onderschat vooral niet hoe enorm sterk de weerstand achteruit kan gaan bij een hond die regelmatig stress ervaart.

Wat is het ontstoren van vaccinaties?

Krijgt je hond wel een vaccinatie, dan kun je de gevolgen (bijwerkingen) van die vaccinatie verminderen door de vaccinatie te laten ontstoren. Dit komt er op neer dat je blokkades in het afweersysteem van je hond, die door vaccinaties worden veroorzaakt, voorkomt. Dit kan door gebruik te maken van een homeopathische verdunning van de vaccinatie zelf of door het geven van homeopathische middelen ter preventie van bijwerkingen. Met deze middelen moet je dan al voor het geven van de vaccinatie beginnen. Hiervoor kun je het beste een holistisch dierenarts inschakelen.

Wat is de homeopathische profylaxe?

Tot slot is er nog een methode genaamd homeopathische profylaxe. Deze methode maakt gebruik van homeopathisch gepotentieerde middelen die zijn gemaakt van ziekteverwekkers. De hond maakt dan geen antistoffen aan, omdat er geen ziekteverwekkers in het lichaam komen. Wel krijgt de hond de informatie over de bestrijding van de ziekteverwekker die in de geheugencellen wordt opgeslagen. Het eigen immuunsysteem van de hond kan dan goed reageren als er een besmetting met de ziekteverwekker plaatsvindt. Ook voor deze behandeling kun je het beste een holistisch dierenarts inschakelen.

Wat te doen tegen Kennelhoest en de ziekte van Weil?

Bescherming tegen kennelhoest (bordetella) en de ziekte van Weil (leptospirose) is niet te meten via een titerbepaling. Dat betekent dat je tegen deze ziekten de keuze hebt om je hond jaarlijks te laten vaccineren of je hond er helemaal niet tegen te laten vaccineren. Een tussenweg is er eigenlijk niet. Het zou totaal onzinnig zijn om bijvoorbeeld eens per 3 jaar of 5 jaar tegen leptospirose te laten vaccineren.

Kennelhoest

Kennelhoest is in feite niets anders dan een griep bij honden. Vaccinatie wordt vaak verplicht gesteld door dierenpensions en sommige hondenscholen. Mijn persoonlijke mening is dat hier de vaccinatie een groter risico is voor de gezondheid van je hond dan de ziekte zelf.

Leptospirose

Leptospirose is een ziekte die door verschillende bacteriën veroorzaakt kan worden Er zijn zo’n 230 varianten van de ziekteverwekker en de vaccinatie, de L4 genaamd, beschermt slechts tegen 4 van deze varianten en zelfs dat is niet eens een gegarandeerde bescherming. Bovendien is de vaccinatie tegen leptospirose de meest belastende en risicovolle vaccinatie, zowel vanwege de soort vaccinatie als vanwege de mogelijke bijwerkingen. Tel daarbij op dat de vaccinatie jaarlijks gegeven moet worden en na 3 tot 4 weken herhaald (booster) moet worden om de hond voldoende antistoffen te laten aanmaken, dat is dus 2 keer per jaar een enorme aanslag op het lichaam van je hond.

Dokter Ronald Schultz zei over dit vaccin: “Ik zie nog steeds een groot percentage (30%) honden die niet beschermd zijn na het L4 vaccin. Daarnaast veroorzaakt het Leptospirose vaccin, van alle bacteriële vaccins, de meeste bijwerkingen. Het vaccin biedt maar 3 tot 12 maanden bescherming”.

De gedachte dat je hond na een L4 vaccinatie een jaar lang beschermd is tegen leptospirose is dus een misvatting. De bescherming is slechts tegen een klein deel van de 230 varianten en het kan zijn dat die bescherming al na 3 maanden niet meer werkt.

De meest voorkomende gemelde bijwerkingen na toediening van de L4 vaccinatie zijn nierschade, huidontstekingen, verhoogd risico op kanker, braken, diarree, allergieën, astma, atopische reacties, anafylactische shock, auto-immuun ziektes en overlijden.

Juist voor een ziekte als leptospirose is homeopathische profylaxe een prima alternatief. Komt je hond dan in aanraking met de ziekteverwekker, dan wordt deze herkend en er worden antistoffen aangemaakt. Die antistoffen kan je hond dan veel sneller aanmaken dan zonder die behandeling. De bescherming door homeopathische profylaxe is net zo goed als vaccinatie, maar heeft niet de schadelijke bijwerkingen die het vaccin wel heeft.

Tot slot

Meer informatie over vaccinaties is te vinden in de special over dit onderwerp.

De foto’s zijn beschikbaar gesteld door leden van de Facebook groep Gezond Leven voor Honden

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.