Gedragsspecial 3 hond en probleemgedrag

Gedragsspecial 3 hond en probleemgedrag

Inleiding

In deze special over gedragsproblemen en probleemgedrag gebruik ik voor je hond “hij” in het beschrijven van de oefeningen.

Je hebt als het goed is gelezen hoe het leerproces bij een hond gaat en hoe je bepaalde commando’s en opdrachten kunt aanleren. Het gaat dan om commando’s die goed of in ieder geval door ons gewenst gedrag oproepen.

Toch komt het veel voor dat honden gedrag laten zien dat niet goed is. Het is dan niet goed voor jou of het is niet goed voor je hond of het is niet goed voor beiden. Je hebt dan te maken met een gedragsprobleem of probleemgedrag.

Gedrag agressie 2

Oorzaken van gedragsproblemen

Als een hond probleemgedrag vertoont, zoals grommen, blaffen, kauwen, trekken en opspringen, dan is de oorzaak één van de volgende.

  • Je hond heeft pijn.
  • Je hond verveelt zich, heeft onvoldoende uitdaging.
  • Je hond heeft stress, is angstig, voelt zich onveilig.
  • Je hond is onzeker over zijn positie, mist leiderschap.
  • Je hond heeft ernstig probleemgedrag.

Pijn

Het eerste dat je moet doen bij probleemgedrag dat ineens de kop opsteekt is nagaan of je hond helemaal gezond is en geen pijn heeft. Dat kan betekenen een bezoek brengen aan de dierenarts om hem na te laten kijken.

Dan hebben we het over probleemgedrag dat niet al doorlopend aanwezig was, maar dat zich ineens openbaart of dat weer terugkomt nadat je hond het afgeleerd had.

Verveling en uitdaging

Het kan zijn dat je hond, zonder dat je het beseft of zo bedoelt, een saai leven leidt. Je wandelt met je hond, je geeft je hond te eten, hij heeft zijn eigen plekje, af en toe doe je even een spelletje, je haalt hem aan, aait en kriebelt hem even, allemaal heel fijn voor je hond, maar helaas niet genoeg.

Naast de wandelingen en de korte momenten van aandacht en spel, kan je hond weinig anders doen dan luieren en voor sommige honden staat de hele dag een bak met voer klaar, waar hij dan (ook deels uit verveling) naartoe gaat om zich vol te eten.

Kortom, er zit te weinig uitdaging in het dagelijkse leven van je hond. Hij kan zich niet vermaken met de dingen die jij doet (lezen, tv kijken, computeren, met een mobiele telefoon bezig zijn, enz.)  en om toch iets te doen te hebben gaat hij dingen doen die een hond eigen zijn, hij gaat op dingen kauwen, hij gromt en blaft bij het minste geringste, enz.

Dit kun je de hond niet kwalijk nemen, je laat hem eigenlijk weinig andere keus. Door hem dan te zien als een hond die probleemgedrag vertoont en hem als probleemhond te behandelen, los je niets op. Sterker nog, soms wordt afstand gedaan van een hond om juist deze reden.

De oplossing is simpel, het probleemgedrag van je hond zal snel minder worden en zelfs verdwijnen als je hem de juiste uitdaging gaat geven, met hem gaat trainen en oefenen. Er is altijd wel iets te leren of iets te verbeteren of iets te vernieuwen.

Als je de basisbeginselen al hebt doorlopen met je hond, dan ligt er misschien een uitdaging in moeilijker hersenwerkjes of in meer fysieke behendigheidsoefeningen of in het perfectioneren van zijn speurend vermogen. Het hangt dus van de aard en de interesses van je hond af, daar moet je wel oog voor hebben en dan werken aan hetgeen voor hem een uitdaging is en je zult ervaren dat je hond zich weer prima gaat gedragen en dat de band met jou sterk verbetert.

Gedrag graven

Stress, angst en onveiligheid

Een deel van het probleemgedrag kun je waarschijnlijk ook terugvinden in het lijstje met stresssignalen. Het kan goed zijn dat je hond het probleemgedrag vertoont, omdat hij stress ervaart, niet voor eventjes, maar doorlopend. Soms is het moeilijk te onderkennen waar die stress vandaan komt.

Als je hebt gekozen voor een adoptiehond, een asielhond, een herplaatshond of een hond uit een andere opvangsituatie, dan weet je eigenlijk heel weinig van zijn verleden en wat daarin voor hem aangrijpend is geweest. Hoe ouder je hond is op het moment dat hij bij jou komt, hoe meer hij al is gevormd door zijn eerdere ervaringen in het leven.

Het is juist dan heel belangrijk om positief met je hond aan het werk te gaan. De oefeningen die gebaseerd zijn op beloningen zonder correcties wekken geen stress op bij je hond en zijn daarom niet alleen een training om commando’s te leren, maar ook een prima manier om zelfvertrouwen bij je hond te bevorderen.

Jij als baasje hebt het goede met je hond voor, anders zou je dit nu niet aan het lezen zijn. Daarom zie je ook dat het in huis al vrij snel beter gaat en je hond over de angst en stress heen komt. Buiten is het een ander verhaal. Het kan goed zijn dat je hond, zodra hij over de drempel is gestapt, omslaat in een angstige hond, die schrikt van elke beweging en elk geluid. De buitenwereld is te bedreigend.

Maak je geen zorgen, maar zorg dat je wel het goede gaat doen voor je hond. Dat begint met jou. Als je zelf ook in de stress schiet, zal het voor je hond nog erger worden. Dus blijf zelf kalm en zelfverzekerd. Je hond pakt jouw emotie feilloos op en een angstig baasje mag niet verwachten dat de hond kalm en stabiel is.

Ga ook niet mee in de angst van je hond. Dus ga niet paniekerig roepen dat het allemaal zo erg en zo moeilijk is voor hem. Jouw aandacht moet positief zijn, jouw uitstraling moet een stimulans zijn voor je hond om te leren dat het kennelijk allemaal niet zo erg is als hij vreest.

Geef je hond vooral de tijd en de ruimte om zijn directe omgeving al snuffelend te ontdekken. Hou die omgeving klein. Ga in het begin op zo rustig mogelijke momenten naar buiten, probeer de prikkels zoveel mogelijk te beperken.

Hou andere mensen en andere honden op afstand en zorg dat je zelf altijd tussen je hond en de prikkel in staat. Laat vooral je hond bij een naderende bedreiging niet voor je uit gaan. Vraag als dat nodig is andere mensen op afstand te blijven of hun hond op afstand te houden. Niet iedereen heeft in de gaten hoe de situatie is en jij bent verantwoordelijk voor jouw hond, om hem te beschermen. Als andere mensen raar opkijken van jouw verzoek, dan is dat hun probleem. Schaam je dus niet om het voor je hond op te nemen.

Angst kan ook in huis voorkomen, als er bezoek komt met nieuwe mensen en eventueel andere honden. Ook dan is het aan jou om je hond te beschermen. Op zijn eigen plek behoort hij veilig te zijn en niet gestoord te worden door mensen die hem willen aanhalen of aaien.

Een hond die stress en angst ervaart is nog in de opbouw van zijn basisbehoeften en heeft nog niet het niveau van veiligheid en zekerheid bereikt. Zorg dat je daar eerst aan werkt. Voor je hond is vertrouwen de tegenhanger van angst. Zelfvertrouwen, maar ook het vertrouwen van de mensen die het dichtst bij hem staan. Alles wat je doet om die band te versterken, zal je hond helpen om zijn angsten te overwinnen. Besef wel dat hier tijd en geduld voor nodig is.

Positie en leiderschap

Onzekerheid bij honden heeft direct te maken met de mate waarin wij als baasjes consequent zijn. Als je bepaald gedrag van je hond verlangt, dan verlang je dat hij dat gedrag ook altijd laat zien en niet de ene keer wel en de andere keer niet. Als je ander gedrag juist niet wilt zien van je hond, dan moet je het ook nooit willen zien en niet het een enkel keertje toch oogluikend toestaan.

Een voorbeeld. Stel je hond mag niet op de bank liggen. Dan wordt hij ziek en je vindt hem zielig. Hij mag dan wel op de bank liggen onder een warm dekentje. Zodra hij beter is mag hij niet meer op de bank liggen. Wij worden gedreven door onze sentimenten. Voor je hond is zoiets totaal onbegrijpelijk. Het maakt hem onzeker en gefrustreerd. Je hond heeft niet het vermogen te interpreteren dat je het die ene keer wel toeliet omdat hij ziek was. Voor je hond mag iets wel of iets mag niet, zo zwart-wit heeft hij het graag. Dan weet hij waar hij aan toe is en kent zijn positie.

Daar komt bij dat in de hondengedragspsychologie corrigeren nagenoeg gelijk wordt gesteld aan straffen. Het is soms moeilijk te volgen. Zo heb je gedragspsychologen die de werkwijze van Cesar Millan afkeuren met als deel van hun motivatie dat er bij zijn methodes altijd wordt gezegd: “Probeer dit niet zelf thuis”. Dat zou al aangeven hoe gevaarlijk zijn methodes zijn. Ondertussen zeggen ze dat je als hondenbaasje een beroep moet doen op een gedragsdeskundige, omdat je niet verkeerd bezig mag zijn. Wat is het verschil, vraag ik me af. Juist omdat dit type deskundigen de psychologie van de honden zo belangrijk vindt en ook van een hoog niveau. Te hoog voor de meeste hondenbaasjes. Het lijkt erop dat de commercie rondom het bijsturen van hondengedrag het is gaan winnen van het belang van de honden.

Zeker, honden hebben gevoelens en emoties, ze kunnen die alleen laten zien via hun lichaamstaal, maar dat is wel een ondubbelzinnige manier om zich te uiten. Bij mensen is het altijd maar de vraag of wat ze zeggen over hun emoties klopt en of dat het hele verhaal is. Dus het lijkt me niet juist dat we honden als net zulke complexe psychische wezens als mensen beschouwen. Een hond is zelf altijd duidelijk en een hond is erbij gebaat duidelijkheid terug te krijgen.

Goed gedrag belonen is een prima manier om je hond iets aan te leren, maar als je gedrag merkt dat je hem graag af wilt leren, dan kom je met negeren van het slechte gedrag niet altijd waar je wilt. Gedragsproblemen ontstaan meer dan eens door deze onzekerheid van de hond, als er vertroebeling is in de relatie tussen baasje en hond. Wij mensen zijn de baas over honden en als je dat leiderschap op een goede manier invult, dan is je hond daar heel blij en tevreden mee.

Honden onderling

Als de deskundigen het er onderling dan zo over oneens zijn wat de beste manier is om ongewenst gedrag te benaderen, dan is het goed om te kijken hoe honden dat zelf doen.

Sommige honden leven in roedels, gezellig met twee of meer in huis. Andere honden zijn de enige hond in huis, maar hebben omgang met andere honden die ze tegenkomen.

Als honden op die manier met elkaar samen zijn, dan weten ze precies wat ze aan elkaar hebben. Hun lichaamstaal is duidelijk en consequent. De ene hond neemt een hoge houding aan en laat daarmee zien zich de hogere te voelen en de andere hond neemt een lagere houding aan en accepteert de ander als hogere. Geen enkel probleem meer en ze kunnen van alles samen doen. Rennen, spelen, ravotten, niets dat hun plezier in de weg staat.

Sommige mensen zien de houdingen van beide honden en vinden dan de hond die zich klein maakt zielig. Een typisch menselijk sentiment, waar honden gelukkig geen last van hebben. Het klein maken is niet zielig, de hond die zich als hogere opstelt ziet de ander niet als zielig en de hond die zich als lagere opstelt vindt zichzelf ook niet zielig. Het is zoals het is, daar zijn ze beiden heel tevreden mee, zolang de mens zich er maar niet mee bemoeit om het te veranderen.

Kijk dan eens wat er gebeurt als de lagere hond zich niet goed gedraagt ten opzichte van de hogere hond. De hogere hond corrigeert direct, draait zich plotseling om en maakt zich groot of gromt tegen de lagere hond of maakt een korte uitvallende bijtbeweging, zonder echt toe te bijten. De lagere hond weet gelijk weer wat zijn plek is. Er is op geen enkele moment sprake van negeren van het ongewenste gedrag.

Gaat de lagere hond toch door met het door de hogere hond ongewenste gedrag, dan wordt de correctie steeds feller. Als de lagere hond inbindt en zich schikt naar de hogere hond, zijn alle problemen direct verdwenen. Waar mensen nog wel eens de neiging hebben toch nog even een tijdje boos te blijven, te mopperen en te klagen, is dat bij honden niet zo. Na de correctie is alles goed en kunnen de honden direct met elkaar verder en is gezamenlijk spel een logisch vervolg.

De les die wij als mensen uit het gedrag van honden onderling kunnen leren is dat we honden niet moeten vermenselijken, dus geen menselijke eigenschappen aan de hond toedichten die ze niet bezitten. Honden horen bij onze gezinnen, maar ze zijn niet als onze kinderen, ze zijn onze honden.

Om probleemgedrag op te kunnen lossen, moeten wij als mensen leren om onze honden te “lezen” zoals honden elkaar “lezen”. Zo kunnen we inzien hoe de hond zich voelt en wat hij waarschijnlijk als volgende zal gaan doen. Met die wetenschap kunnen we gericht de hond sturen, weg van het gedrag dat we niet willen en richting het gedrag dat we juist wensen.

Dit is wat het betekent om “baasje” te zijn, je bent er verantwoordelijk voor om je hond rust, veiligheid, duidelijkheid en stabiliteit te geven.

Die positie als leider heb je niet automatisch bij je hond. Dat je op papier eigenaar bent betekent niets voor je hond. Je moet in zijn ogen die positie “verdienen” door als een goede leider met hem om te gaan. Je houding en je gedrag ten opzichte van de hond moeten zuiver en consequent zijn. Alleen zo zal je hond jou als leider respecteren.

Zorg dat je altijd rust en gezag uitstraalt. Laat je emoties niet de overhand krijgen door boos te worden en te blijven, door tegen je hond te schreeuwen of door wanhopig te gaan doen als hij niet naar je luistert. Om je hond te corrigeren is het voldoende om met een strenge klank in je stem te zeggen dat hij moet stoppen met gedrag dat je niet wenst. Zoals honden onder elkaar even grommen om iets duidelijk te maken.

Herkenningspunten

Het is snel te herkennen of je in de juiste positie ten opzichte van je hond staat. Kijk naar elke willekeurige hondenbezitter die je tegenkomt tijdens de wandeling.

Als de relatie tussen baasje en hond goed is, dan zie je een hond die goed met zijn baasje meeloopt, doet wat hem gezegd wordt, probeert te begrijpen wat zijn baasje van hem wil en die zijn best doet om het respect van zijn baasje te krijgen.

Als de relatie tussen baasje en hond niet goed is, dan zie je een hond die zich niet goed gedraagt, die voor het baasje uit loopt, aan de lijn trekt, tegen alles en iedereen blaft en opspringt, die verwacht dat zijn baasje zich aan hem aanpast en meer van dat soort ongewenst gedrag.

Ook in huis zijn diverse tekenen te herkennen van een verstoorde verhouding, zoals een hond die baknijd vertoont, de bank of een andere plek opeist en verdedigt en overal gaat liggen zonder plaats te maken voor het baasje als die erlangs wil.

Negeren is dan geen optie, want dat zal er nooit iets veranderen of hooguit ten nadele van wat je wilt bereiken. Je zult je positie als baasje moeten innemen en je hond vervolgens moeten corrigeren voor het gedrag dat je onacceptabel vindt.

Probleemgedrag

Als pijn, verveling, stress en positie niet de oorzaak zijn, dan heb je te maken met een hond die ernstig probleemgedrag laat zien.

Ook als je daarbij tekenen van stress ziet (angst, nervositeit, paniek) kan het zijn dat de hond daar heel moeilijk van af te helpen is. Zijn reactie kan dan zo extreem zijn dat hij wegkruipt en onbenaderbaar is of juist uitvalt naar jou als baasje of naar andere mensen en dieren.

Als je dat merkt, is het verstandig om je eigen beperkingen te erkennen en de hulp van een ervaren en betrouwbare gedragsdeskundige in te roepen.

Gedrag agressie 1

Oplossingen voor gedragsproblemen

Er zijn een aantal manieren om met ongewenst gedrag om te gaan. Als je hond zich een keertje gedraagt op een manier die je niet fijn vindt, dan wil het best wel helpen om dat gedrag te negeren. Het gedrag kan een probeersel van je hond zijn om aandacht te krijgen en negatieve aandacht is nou eenmaal ook aandacht.

Zodra je merkt dat je hond zich weer netje gedraagt, geef je hem die aandacht, dat is dan zijn beloning. Was hij op iets anders uit, dan is een andere beloning mogelijk beter. Dat ligt echt aan de situatie.

Komt het ongewenste gedrag vaker voor, bijvoorbeeld elke keer flink tekeer gaan als de bel gaat, dan helpt alleen het negeren van dat gedrag niet meer, je zult er tegen op moet treden. Je geeft een correctie op het ongewenste gedrag en zodra je hond het gewenste gedrag vertoont, beloon je dat natuurlijk direct.

Een goede correctie heeft bepaalde kenmerken. Je hond raakt niet in de stress, je hond weet precies welk gedrag jij verkeerd vindt, je bent consequent in wat je wel of niet corrigeert en je hond wordt beloond als hij met het gedrag stopt.

Je hond zal ervan leren dat het ongewenste gedrag iets oplevert dat voor hem niet prettig is, een vermaning. Daarna leert hij dat het iets leuks oplevert als hij met dat gedrag stopt en zich weer goed (normaal) gaat gedragen.

Wat ook kan helpen bij sommige vormen van ongewenst gedrag is je hond leren het gedrag op commando te vertonen. Dat werkt bij gedragingen zoals blaffen. Honden blaffen nu eenmaal en het is niet de bedoeling dat het je hond verboden wordt te blaffen. Je wilt het alleen binnen de perken houden en dan is deze oplossing een mogelijkheid.

Ongewenst gedrag kan bij alle honden ontstaan. Zowel bij herplaatste honden, geadopteerde honden en honden die als puppy bij je zijn opgegroeid. Bij herplaatste en geadopteerde honden is het nadeel dat het gedrag al aanwezig kan zijn op het moment dat je de hond in huis neemt en dat je niet weet waardoor en wanneer het ontstaan is. Je hond kan dat gedrag misschien al heel lang tonen, dan is het behoorlijk ingesleten en zal je meer geduld moeten hebben om dat gedrag om te buigen naar positief gedrag.

Trekken aan de lijn

Honden die groot zijn geworden zonder ooit aan een lijn te hebben gewandeld, zullen het netjes meelopen aan een ontspannen lijn niet beheersen. Dat mag je ook niet verwachten. Ook puppy’s moeten leren netjes mee te lopen en als ze dat eenmaal geleerd hebben, zullen ze in de puberteit nog wel eens terug kunnen vallen. Geen nood, je kunt altijd bij elke wandeling trainen op het oplossen van dit trekgedrag.

Het is helaas best vaak te zien, baasjes die hun hond uitlaten, maar eigenlijk is het meer omgekeerd, de hond sleurt zijn baasje mee. Wat het baasje dan misschien doet is hard terug trekken, maar dat lost niets op. Sterker nog, honden zijn meestal dol op trekspelletjes en kunnen makkelijk dit trekgedrag aan de lijn ook als een soort spel gaan benaderen. Een spel waarbij de hond in controle is.

Hoewel ik een voorstander ben van het gebruik van tuigjes en geen halsbanden, zijn juist tuigjes uitermate geschikt voor je hond om aan de lijn te trekken. De oplossing is dan niet om het tuigje door een halsband te vervangen. Je hond kan prima een tuigje om hebben, maar zal moeten leren niet aan de lijn te trekken. Het zijn niet de middelen die het resultaat moeten afdwingen, het gaat om het positief aanleren van goed meelopen zonder te trekken.

Gedrag trekken 2

Door te trekken aan de lijn krijgt je hond steeds wat hij wil, hij is eerder bij dat plekje waar hij zo graag wil snuffelen, hij spurt naar een andere hond toe, enz. Hij heeft succes met zijn gedrag, hij gaat trekken en jij gaat sneller lopen, misschien niet altijd, maar feit is dat als hij eenmaal succes heeft, dan zal hij het steeds weer proberen. De hond wordt op die manier geweldig beloond voor zijn trekgedrag, ook al is belonen het laatste waar jij aan denkt.

Het kan ook zodanig vervelend voor jou zijn, dat je steeds minder zin krijgt om met je hond te wandelen. Dat ellendige getrek de hele tijd, er is voor jou geen lol meer aan. Dus dan maar wat korter wandelen, met als gevolg dat je hond met meer energie overblijft en je daardoor meer risico loopt op nog meer ongewenst gedrag. Het lost dus niets op, integendeel zelfs.

Verwacht niet dat trekgedrag in een paar dagen verdwenen kan zijn, het vraagt geduld en consequent handelen om dit af te leren. Zorg dat je hond voor de start van de wandeling rustig is, dus niet in een enthousiaste stemming zoals het geval kan zijn als er gewandeld gaat worden. Besef dat je hond graag naar afleidingen gaat en dan dus nog meer geneigd is tot trekken, dus probeer te oefenen op een rustige plek en zorg dat je zelf voldoende tijd hebt voor de wandelingen en niet gehaast bent.

Het oefenen bestaat uit twee delen. Als eerste dat je jouw hond duidelijk gaat maken dat trekken aan de lijn gedrag is dat je niet wilt en ten tweede dat je jouw hond duidelijk maakt wat je wel van hem verwacht. Het oefenen op goed meelopen is voor veel mensen een frustrerende bezigheid als het niet snel resultaat geeft. Dan zijn reacties als boosheid en mopperen het gevolg. Dat moet je koste wat kost voorkomen. Je gaat je hond leren dat het leuk is om goed mee te lopen aan de lijn.

Begin dan aan de wandeling en houd jouw einde van de lijn met een ontspannen arm vast. Zodra je hond de lijn strak trekt, stop je met lopen. Geef niet mee met je arm, dan heeft hij met trekken al een armlengte gewonnen. Hou je hand met de lijn op dezelfde plek en blijf stilstaan. Doe verder niets, trek niet terug aan de lijn, zeg ook niets, geef geen aandacht aan je hond.

Wacht tot je hond uit zichzelf de spanning van de lijn haalt. Het kan een tijdje duren waarin je hond om zich heen kijkt, snuffelt en zo meer. Reageer nergens op, pas als hij de spanning van de lijn haalt loopt je door. Ook dat doorlopen doe je zonder aandacht te geven of iets te zeggen.

Zodra je weer loopt zal het trekken vrij snel weer beginnen en dan doe je precies hetzelfde opnieuw. Het is echt niet zomaar even verholpen, het vereist de discipline dat je deze handelswijze consequent vol blijft houden. Afhankelijk van de hond kan dit van enkele dagen tot weken duren. Je hond zal wel steeds sneller in de gaten hebben wat er mis is en waarom jij stopt met lopen.

Er is een manier om de frequentie van de correctie te verhogen en je hond nog nadrukkelijker te laten merken dat je het trekken absoluut niet accepteert. Dan ga je niet doorlopen zodra hij de spanning van de lijn haalt, maar doe je slechts één stap. Je hond zal gelijk verder willen lopen en dus de lijn direct weer straktrekken. Door dit te herhalen heeft je hond al snel door dat ook hij na één stap weer stil moet staan. Zodra je wel weer normaal doorloopt zal het trekken ook weer beginnen, dus de basistraining zet je wel door, deze toevoeging is alleen om het effect te verhogen.

Door deze manier van trainen zal de wandeling in tijd wel even lang duren, maar in afstand een stuk korter zijn. Dat is voor je hond niet zo leuk en dat is prima. Zodra hij zich goed gaat gedragen worden de wandelingen vanzelf weer langer.

Zodra er afleiding komen is er grotere kans op trekgedrag. Een andere hond die je tegemoet komt lopen, je hond zal dan waarschijnlijk de neiging hebben erheen te trekken. Jammer voor hem, maar jij blijft stilstaan. Het andere baasje zegt misschien “laat hem maar komen hoor”, maar jij hebt daar niets mee te maken, jouw verantwoording is naar je eigen hond.

Naast het stoppen met lopen als de lijn strak is, ga je op de momenten dat je hond wel goed meeloopt beloning gebruiken. Een clicker is hier niet nodig, het is namelijk niet één specifiek moment dat je beloont. Zolang je hond mee blijft lopen met slappe lijn, kun je belonen.

Gedrag trekken 1

Net zoals je de frequentie van het trekken kon verhogen, kun je ook de frequentie van het goed meelopen verhogen. Daarvoor ga je tegenover je hond staan en doe je een stap naar achteren. Je hond zal meegaan met die stap en zo niet, dan nodig je hem daartoe uit met een gebaar, het noemen van zijn naam of een klein beetje spanning op de lijn.

Zodra je hond naar je toe komt, maak je een halve draai, zodat je naast je hond komt te lopen en je hond precies daar is waar je hem hebben wilt tijdens de wandeling. Op dat moment ga je de hond flink belonen. Zolang hij op de goede plek loopt, kun je blijven belonen. Zorg daarom wel dat je goede en niet te grote beloningen hebt, het liefst in één hap weg.

Zo werk je drievoudig aan het trekken. Ten eerste door te stoppen als de lijn strak is. Ten tweede door verder te lopen bij een slappe lijn, want doorlopen is op zich al de beloning. Ten derde ook nog voerbeloning als hij het goed doet.

Niet willen komen

Het niet willen komen als je de hond roept kan een hardnekkig probleem zijn. Lees als eerste door hoe je het beste je hond kunt leren te komen op commando. Bedenk dat ook de timing van belang is.

Is je hond met andere honden aan het spelen, dan is hij behoorlijk ongevoelig voor jouw roepen, want het spel wint het op dat moment meestal. Een heel goed getrainde hond zal wel komen, maar dat is een resultaat na veel trainingsarbeid.

Waar je op moet letten zijn de rustmomenten in het spel van de honden. Die momenten komen altijd. Ze stoppen even met achter elkaar aan rennen en staan even om zich heen te kijken. Gebruik dat moment om je hond te roepen, want op dat moment is hij het meest ontvankelijk.

Let ook op wat je zelf doet. Zo makkelijk gebeurt het dat bij elke keer roepen er wat meer irritatie in doorklinkt. Als je hond na meermaals roepen uiteindelijk wel bij je komt, weet hij natuurlijk wel dat je eerder hebt geroepen. Je ziet dan dat je hond heel langzaam naar je toekomt, meestal niet eens in een rechte lijn.

Het lijkt erop dat je hond je daarmee tot het uiterste wil irriteren, maar het tegendeel is waar. Je hond herkent de boosheid en irritatie in je stem en probeert je op die manier tot rust te brengen. Het is dus niet zo (wat je wel vaak hoort zeggen) dat je hond zich schaamt of zich schuldig voelt.

Voor honden is dat heel normaal gedrag, met gebruik van lichaamstaal, maar wij mensen zijn geneigd het te zien als bewust treuzelen. Dat is het dus niet, het is bedoeld om te zorgen dat je niet boos wordt en dat je kalmeert. Als de hond uiteindelijk dan bij je is, kun je nog maar één ding doen en dat is je hond belonen voor het komen.

Het valt me op hoe vaak mensen op dat moment beginnen te mopperen en daar een tijdje mee doorgaan. Zo jammer, want ze maken het voor de hond alleen maar moeilijker om de volgende keer te komen als hij geroepen wordt.

Alleen thuis blijven

Je hond is een huisdier en een gezelschapsdier. Hij voelt zich op zijn gemak met mensen om zich heen, in ieder geval met jou vlakbij hem. Ga je zonder je hond de deur uit en blijft hij alleen achter, dan is dat voor hem een moeilijke situatie, waarin hij zich niet prettig voelt.

Dat kan erin uitmonden dat hij allerlei dingen gaat doen die jij liever niet ziet gebeuren. Hij kan gaan zitten janken en blaffen. Niet eventjes, maar dat de hele tijd volhouden, zolang als jij van huis bent. Jij hoort het niet, maar tenzij je in een hutje op de hei woont, horen anderen dat wel en zullen daar niet blij mee zijn.

Ook kan hij zijn eenzaamheid gaan afreageren op bijvoorbeeld je bank of een stoel. Kauwen is voor een hond een rustgevende bezigheid en in zijn onrust vanwege jouw afwezigheid is het voor hem een logische stap om dan maar aan te vallen op je meubels. Misschien kan hij ook wel zijn nagels in het tapijt zetten, want ook dat is een natuurlijke reactie vanuit zijn gevoel. Misschien wil hij niets liever dan voor het raam kijken waar je bent en of je al terug komt. Dat in het proces de planten van de vensterbank tuimelen is dan bijkomende schade.

Al met al reden genoeg om het gedrag bij het alleen thuis zijn te willen veranderen. Het is te simpel om te zeggen, geef je hond iets te doen, zoals kauwen op een Kong. Hoe aangenaam dat ook is voor je hond in jouw aanwezigheid, bij jouw afwezigheid is het mogelijk helemaal geen optie. De angst van het verlaten zijn door zijn baasje is te groot.

Verlatingsangst

Verlatingsangst komt veel voor bij puppy’s en volwassen honden die op een nieuwe plek komen te wonen. Je hond heeft nog niet ontdekt dat je na vertrek ook weer terug komt. Bovendien vindt hij het sowieso erg naar als je hem alleen laat.

Van kleins af aan leert een puppy om altijd de moederhond te volgen. Dat is van levensbelang. Komt de hond bij jou, dan heeft hij jou in plaats van de moederhond en weet dan niet beter dan dat hij altijd bij jou in de buurt moet blijven. Totdat jij de deur uit gaat en hem alleen laat. Op zich natuurlijk mooi dat je een hond hebt die jou volgt, maar er moet wel iets aan de verlatingsangst gedaan worden.

Dat is niet met een simpele oefening te bereiken. Het heeft te maken met wat je hond als ervaring leert kennen. Allereerst het voorzien in de basisbehoeften. Het heeft tijd nodig voor je hond om te ontdekken dat je altijd zult zorgen voor eten, drinken, onderdak , beweging, enz.

Dan komt het oefenen met het alleen laten van je hond. Begin daar in huis mee op kleine schaal. Even de kamer uit met de deur achter je dicht. Even later de kamer weer in. Doe dat veel en doe dat zonder aandacht aan je hond te geven bij het gaan en terug komen. Trek je ook niets aan van janken of blaffen gedurende de korte tijd dat je in een andere ruimte bent.

Al ben je maar even weg en niet eens het huis uit, toch leert je hond ervan. Het vertrouwen dat je na het weggaan ook weer terug komt groeit. Ga vervolgens variëren in tijd dat je uit de kamer bent. Niet steeds iets langer, maar wisselend. De bedoeling is dat je hond van tevoren niet precies weet hoe lang je ongeveer weg zult blijven. Uiteindelijk gaat het erom dat hij weet dat je terug komt. Als je hond in de tijd dat je weg was stil is gebleven, kun je hem gaan belonen. Want dat is het gedrag dat je wilt zien.

Uit deze aanpak blijkt wel dat je met een nieuwe puppy of hond in huis niet direct weer zomaar weg kunt gaan. Verwacht dus niet bij de aanschaf van een hond dat je na een paar snipperdagen weer aan het werk kunt. Je zult het alleen thuis blijven van je hond langzaam moeten opbouwen. Het vertrouwen van je hond in jou moet zich ontwikkelen.

Tot slot is het natuurlijk goed als je hond voor het alleen achter blijven goed moe is. Dus als je weg gaat, zorg dan vooraf dat je hem beweging hebt gegeven en ook spel hebt gedaan. Vooral hersenwerkjes kunnen je hond flink uitputten. In combinatie met het ontstane vertrouwen kan je hond dan tijdens jouw afwezigheid gaan rusten in plaats van de boel bij elkaar te blaffen en janken.

In de bench

Wil je tijdens je afwezigheid je hond in een bench doen, dan is het wel belangrijk dat je voor die tijd al hebt gewerkt aan het verblijf in de bench. De bench is voor je hond geen opsluitplek, hoewel je het daar wel voor wilt gebruiken. Daarom moet je de bench een voor je hond fijne plek maken. Geef hem eten in de bench, leg speeltjes in de bench, geef een Kong in de bench, enz. Het gaat erom dat hij de bench kan associëren met prettige ervaringen.

Opspringen

Het tegen jou of anderen opspringen is een gedrag dat vooral voortkomt uit enthousiasme. Je komt net thuis en je hond is blij je te zien. Hij toont dat door tegen je op te springen. De kans is groot dat je ongewild en ongemerkt zelf dit gedrag bij je hond hebt toegelaten, namelijk toen hij nog een puppy was.

Honden onder elkaar gaan daar heel simpel mee om, springt een puppy in zijn enthousiasme tegen een volwassen hond op, dan zal die hond snel duidelijk maken dat de puppy wat meer respect moet tonen. Een grauw en een snauw en de puppy weet dat hij te ver is gegaan. De volwassen hond draait zich om en geeft de puppy geen aandacht meer.

Bij mensen is dat anders, het is zo innemend als zo’n klein bolletje hond tegen je opspringt, want ach, hij komt niet verder dan je knie en wat kan daar nou mis mee zijn. Voor de puppy is de beloning jouw aandacht en dat je zo lief tegen hem praat en hem aait. Dan worden puppy’s groot. Het opspringen ziet er dan ineens heel anders uit. Hij komt veel hoger, is een stuk groter en zwaarder en je vindt het dan niet zo prettig meer.

De oplossing is simpel, leer van de honden zelf. Ga bewust de situatie opzoeken waarin je hond geneigd is tegen je op te springen, bijvoorbeeld als je even weg was en weer thuis komt. Zodra je hond tegen je opspringt zeg je op strenge toon nee en je draait je om. Blijft hij opspringen, dan negeer je hem. Stopt hij met opspringen, dan draai je naar hem toe en geeft hem aandacht. Een andere beloning is overbodig, het gedrag kwam voort uit de behoefte van je hond om jouw aandacht te krijgen en dus is die aandacht de beloning.

Heef het omdraaien en negeren onvoldoende succes, dan kun je als alternatief bij het opspringen zelf een stapje naar voren doen. Voor je hond is dat lastig. Hij staat op de achterpoten bijna verticaal en als jij naar voren stapt verliest hij de balans. Het opspringen wordt dan een onprettige ervaring en die zal je hond niet blijven volhouden.

Uiteraard is het met één keer trainen niet gelijk verholpen, je zult dit moeten herhalen. Als je hond het gedrag heeft afgeleerd bij jou, dan is het ook zaak dat hij bij anderen niet meer opspringt. Omdat het niet altijd reëel is te verwachten dat mensen die je toevallig tegenkomt deze training kennen en willen meewerken, zal de correctie vooral van jouw krachtige “nee” moeten komen.

Een commando toevoegen is niet de bedoeling. Je hoort veel mensen “laag” roepen als hun hond opspringt, maar commando’s zijn niet bedoeld om je hond iets af te leren, maar om iets aan te leren. Voor het afleren volstaat het om “nee” te zeggen, op alle ongewenst gedrag waar je op gaat corrigeren.

Zindelijkheid

Heb je een puppy in huis genomen, dan zal deze zeker nog niet zindelijk zijn. Gaat het om een volwassen hond via herplaatsing of adoptie, dan kan de hond blijken nog niet zindelijk te zijn of een terugval in zindelijkheid te hebben.

Bij puppy’s behoort het zindelijk maken bij het opgroeien. Een puppy heeft nog niet de controle en niet de blaasinhoud zoals een volwassen hond. Daarom moet je met een puppy vaker in actie komen dan bij een volwassen hond, al is de gedachte achter het aanleren van zindelijkheid hetzelfde. Je hebt een paar vaste routines nodig, zoals dagelijks op dezelfde tijdstippen met je hond naar buiten gaan, waaronder op enkele vaste momenten, aan het eind van de avond, na het slapen en ongeveer een half uur na het eten.

Je kunt gebruik maken van een bench. De maat bench moet wel een passende maat zijn voor je hond. Het is kenmerkend voor puppy’s en volwassen honden (en veel andere dieren) dat ze hun eigen verblijfplek niet willen bevuilen, zeker als het ook nog de plek is waar ze eten.

Je puppy of hond zal proberen te vermijden zijn behoefte in de bench te doen. Uiteraard kan een puppy dat niet al te lang volhouden, dus dit werkt alleen in combinatie met het geregeld even naar buiten gaan. Je kunt je puppy, gedurende de perioden dat je hem niet constant in de gaten houdt, in de bench laten.

Op de genoemde vaste momenten haal je je puppy of hond uit de bench en ga je naar buiten voor een kleine wandeling waarin hij zijn behoefte kan doen. Die drang moet er nu wel zijn. Uiteraard is belonen van elke buiten de deur gedane behoefte heel belangrijk.

Hou er rekening mee dat een puppy niet de hele nacht zijn behoefte op kan houden, ook niet in de bench. Je zult hem dus gelegenheid moeten geven om in de nacht ook nog één of twee keer naar buiten te kunnen. Langer dan 3 à 4 uren zijn plas ophouden is voor een puppy te lang.

Als je de hond even alleen moet laten, doe hem dan in de bench, geef hem niet de kans terug te keren naar zijn eerdere plasplek binnen, zolang hij nog niet volledig zindelijk is.

Mochten er tijdens de periode van training toch ongelukjes in huis gebeuren, verwijt het je hond niet en wordt niet boos op hem. Je hond wil graag een schone woonomgeving, maar moet het nog leren, dat gaat niet van de ene op de andere dag. Standjes en correcties kunnen het proces van zindelijk worden alleen maar vertragen.

Als je ziet gebeuren dat je hond in huis een behoefte wil doen, zeg dan krachtig ‘nee’ en breng je hond direct naar buiten.

Zorg dat je de ongelukjes opruimt zonder dat je hond het kan zien, want anders kan hij gaan denken dat het zo de goede manier is. Gebruik voor het schoonmaken bij voorkeur wat lauw water met azijn, zodat geen geurmarkering achterblijft.

Als je buiten bent, zorg dan voor een rustige plek waar je hond zich veilig voelt. Een puppy of hond die zich buiten niet veilig voelt, zal daar de behoefte niet durven doen. Blijf daarom dicht bij huis en als je er geen problemen mee hebt, kan het in de aanleerfase ook in de eigen tuin.

Mee in de auto

Sommige honden stappen probleemloos in de auto en vinden het heerlijk om mee te rijden. Andere honden hebben er veel moeite mee, zijn angstig en kunnen zich niet ontspannen. Ze hijgen, kwijlen en soms braken ze zelfs. Een heleboel stress dus.  Dan is het zaak het meerijden in de auto tot een leuke gebeurtenis te maken.

Begin met je hond in de auto te laten zonder te starten. Even wennen aan het in de auto zijn, zonder dat er gereden wordt en zonder geluid van de motor. Je kunt dan naast je hond gaan zitten en even later samen weer uit te stappen. Eenmaal weer buiten geef je een beloning.

Dan ga je iets langer in de auto. Het tuigje van de hond maak je vast aan het gordelpunt en je blijft even zitten. Geef positieve aandacht aan je hond. Dan weer losmaken van de gordel, uitstappen en belonen.

Zo bouw je in kleine stappen op. Als volgende dat jij in plaats van naast je hond achter het stuur gaat zitten. Nog steeds niet starten. Elke stap moet eerst veilig voelen voordat je de volgende stap zet. Gaat ook dit goed, dan start je wel de motor en die zet je dan ook direct weer uit.

Gebruik na elke stap een beloning en geef die achteraf. Het is verkeerd om je hond met voer de auto in te lokken. Je3 hond kan dan over de grens van zijn angst heen gaan om bij de beloning te komen. Dan doet hij wel wat je wilt bereiken, maar zijn angst wordt niet minder, eerder meer. Het gaat er juist om dat je in kleine stapjes de angst weet te overwinnen.

Het oefenen gaat dus met je hond op de achterbank. Dat hoeft niet de eindsituatie te zijn. Misschien wil je uiteindelijk je hond helemaal achterin. Zodra je hond vertrouwd is met auto rijden, kun je de stap maken naar een andere plek in de auto. Bedenk wel dat helemaal achterin verder van jou af is en dus opnieuw lastig kan zijn. Voor je hond. Bovendien kun je een speciaal hondendeken in de auto gebruiken. In combinatie met de bevestiging van het tuigje aan een gordelpunt is dat wel veiliger dan je hond los helemaal achterin.

Hou de eerste ritjes die je maakt met je hond kort en zorg dat die ritjes een positieve associatie opleveren. Dus ga niet te snel naar de dierenarts, maar ga naar een losloopveld, naar het bos of iets anders dat je hond erg leuk vindt. Zo wordt de autorit de voorbode van een prettige gebeurtenis.

Een paar dingen nog om goed op te letten. Het probleem kan groter worden als er teveel fixatie is op het weggaan met de auto. Als je weet dat je hond er angstig voor is, is het waarschijnlijk dat je van tevoren zelf ook al de nodige spanning voelt als je met hem in de auto wilt. Dat versterkt de spanning bij je hond en hij voelt zich daardoor bevestigd in zijn angst. Om dat te voorkomen is het goed om bezig te gaan met de gemoedstoestand, zowel die van jou als die van hem. Voorkom elke vorm van irritatie of frustratie bij jezelf.

Bedenk eens wat je hond erg leuk vindt om te doen en waar hij echt vrolijk van wordt, een leuk spel of zoiets en doe dat voorafgaand aan de autorit. Daarmee breng je hem in een toestand van vrolijkheid en ervaart hij geen stress. Voor jou zelf is het ook belangrijk dat je ontspannen bent als je met hem bezig gaat, ook als je hem in die positieve gemoedstoestand naar de auto leidt. Hou het steeds leuk en maak er zelf geen probleem van. Heb zelf ook niet de verwachting dat het wel weer moeilijk zal gaan. Honden pakken onze emoties feilloos op en reageren met stress op onze negatieve emoties.

Die combinatie van een goede gemoedstoestand en een fijne plek in de auto kunnen helpen om het voor je hond leuk te maken om mee te gaan. Zodra je weer thuis komt ga je ook gelijk iets leuks doen als je hond uit de auto is. Hij zal gaan ervaren dat elke autorit voor hem iets leuks oplevert en zo zal hij leren dat er geen enkele reden is om angstig te zijn.

Blaffen

Het blaffen van je hond kan vervelend zijn en soms ook voor anderen storend, bijvoorbeeld als je hond in de nachtelijke uren zijn geblaf luid en duidelijk laat horen. Op zulke momenten heb je geen andere keus dan direct iets te doen, hem bevelen stil te zijn. Op andere momenten kan bij blaffen juist wel gebruik worden gemaakt van negeren van het ongewenste gedrag. Zeg dan helemaal niets tegen je hond, kijk hem ook niet aan, maar doe alsof hij er niet is. Ongeacht hoe lang het duurt, je hond zal een keer stoppen met blaffen. Dat is het moment dat je hem beloont en je hond snapt dat je het stoppen met blaffen beloont.

Die beloning hoeft niet eetbaar te zijn. Sterker nog, je hond zal blaffen omdat hij iets wil en je kunt op het moment dat hij stopt met blaffen juist dat gaan doen wat hij graag wil. Bijvoorbeeld, je wilt met hem gaan wandelen en je hond staat enthousiast voor de dichte deur te blaffen. Je negeert hem volledig en zodra hij stopt met blaffen open je de deur en zeg je, kom we gaan.

Als je op een door jou gewenst moment bewust wilt gaan trainen op het stoppen met blaffen, dan moet je het blaffen van je hond zelf uitlokken. Je weet al bij welke gebeurtenissen je hond gaat blaffen en die gebeurtenissen gebruik je. Bijvoorbeeld weer als je voor de deur staat om uit te gaan, of als je een balletje pakt om weg te gooien en je hond gaat dan enthousiast blaffen, of als de bel gaat, of als er iemand in huis de trap af komt lopen, enz. enz. Zodra je hond bij die gebeurtenis begint te blaffen, begin je direct met negeren totdat hij stopt met blaffen en dan direct zijn beloning krijgt.

Wat je ook kunt doen als hij begint te blaffen is een aantal stukjes beloning gereed houden, tegen je hond zeggen “blaf” (terwijl hij dus blaft) en dan belonen dat hij doet wat je vraagt door één stukje te geven. Zodra je hond aan de snack gaat ruiken en die op gaat eten, kan hij niet meer blaffen en is dus stil. Dat laat je direct volgen door het commando “stil”. Blijft hij stil, dan geeft je hem nog een paar snacks, zodat het commando om stil te zijn rijkelijker wordt beloond dan het commando om te blaffen. Zo krijgt het stilzijn op commando een grotere waarde voor je hond. Vervolgens lok je het blaffen weer uit en herhaalt deze training.

Je hond kan ook gaan blaffen bij bepaalde gebeurtenissen. Zoals in de tuin, als er mensen langslopen, vogels overvliegen of geluiden van de buren doordringen. Je hond blaft niet om aandacht te krijgen, dus negeren helpt niet. Het heeft te maken met het beschermen van zijn omgeving. Je hond wil mogelijke binnendringers op afstand houden. De mensen die voorbij lopen, de vogels die overvliegen, ze hadden natuurlijk sowieso al niet de bedoeling in de tuin te komen, dus je hond ervaart het als een succes door het blaffen. Reden om er vooral mee door te gaan.

Je hond weet wat hij heeft en wil niet dat daar inbreuk op wordt gemaakt, dus iedereen die langs loopt of overvliegt kan een bedreiging zijn voor wat hij heeft. De momenten dat je hond blaft komen natuurlijk plotseling, maar voor zover het lukt is afleiden de beste aanpak. Zijn aandacht opeisen, zodat hij leert dat ook zonder zijn geblaf niemand binnendringt. Dat is een proces en zal niet na een paar keer al voor een ommekeer zorgen.

De basis is aandachtoefeningen doen, zodat hij leert op elk moment dat jij het wilt hij zijn aandacht op jou moet richten. Als je dat vervolgens ook doet op het moment dat er mensen langslopen of vogels overvliegen, zal het hem keer op keer duidelijker worden dat het blaffen niets toevoegt.

Als je wandelt met je hond aangelijnd, kan hij gaan blaffen naar andere honden. Dat heeft mede met het aangelijnd zijn te maken. Een hond die vrij loopt kan elke reactie kiezen die hij op dat moment verstandig vindt. Erheen gaan, blijven staan of weglopen. Een aangelijnde hond heeft die keuze niet en dat maakt de ontmoeting veel spannender. Daarop reageert je hond door te blaffen, hij kan er niet heen en hij kan niet weg, hij kan alleen wat de lijn hem toelaat.

Om het onder controle te krijgen is het goed meer afstand te houden tot andere honden. Hoe dichterbij de andere hond is, des te meer zal de spanning opbouwen, omdat je hond niet kan reageren met vrije keuzemogelijkheden. Voorkom die spanning en hij zal geen reden hebben om heftig te gaan blaffen. Je ontdekt  gauw genoeg welke afstand voor hem nog goed is en welke afstand te dichtbij is.

Dan nog de situatie dat je hond blaft als er iemand aanbelt of binnenkomt. Het klinkt misschien gek, maar op zich is het best wel een goed teken dat je hond blaft. Hij voelt zich thuis en heeft het naar zijn zin, dan is alles en iedereen die binnenkomt een mogelijke bedreiging voor die harmonie. Daarom reageert hij erop, het is een verstoring van de rust die hij heeft.

Dit blaffen is een primaire reactie en erg moeilijk af te leren. Het is beter om er iets anders voor in de plaats aan te leren. Probeer daarom niet de reactie te corrigeren, maar leer je hond wanneer het genoeg is. Gebruik spel om je hond de betekenis van het commando ‘genoeg’ te leren. Zodra je stopt met het spel, zeg je ‘genoeg’ en bergt de speeltjes op.

Zo krijgt dat woord de betekenis “waar we mee bezig zijn dat stopt nu”. Vervolgens kun je het woord ook gaan gebruiken om het blaffen te stoppen. Het blaffen als eerste reactie wordt geaccepteerd, maar zodra je zegt ‘genoeg’ dan moet het stoppen. Het is belangrijk om het stoppen met blaffen op commando te belonen.

Grommen

Een hond die gromt kan daar meerdere redenen voor hebben. In de ernstigste vorm gromt je hond omdat hij zich bedreigd voelt en waarschuwt. Ook als er iets onplezierigs gaat gebeuren kan je hond grommen, om te laten merken dat hij het er niet mee eens is. Een milde vorm van grommen is als je bijvoorbeeld een trekspel met een touw speelt met je hond. Op dat moment is het tijdens spel dat hij leuk vindt en een uiting van zijn fanatisme.

Het grommen dat we als probleemgedrag merken heeft met een gevoel van bedreiging te maken. Dat is de ernstigste vorm en het grommen heeft dan een groot risico op escaleren.

Grommen tijdens spel hoeven we niet te behandelen, daar gaat geen dreiging van uit, het is in de opwinding van het spel. Grommen bij een onplezierige gebeurtenis kun je corrigeren. Bijvoorbeeld als je hond op de bank ligt en je wilt er met mensen gaan zitten. De hond laat gegrom horen als hij van de bank af moet. Je hond wordt niet bedreigd, maar vind het vervelend. Het grommen is mopperen en mag je corrigeren.

Ook als je hond iets heeft dat je af wilt nemen kun je te maken krijgen met gegrom. Als het iets is dat wel van je hond is, dan kun je beter iets anders aanbieden. De hondentrainster waar ik veel van geleerd heb, deed enkele vaste uitspraken. Eentje daarvan is “handen geven eerst en nemen dan”. Dat zegt wel genoeg, zorg dat je iets anders in de plaats geeft en dan pas neemt wat je terug wilt hebben.

Gaat het om een bedreiging, dan is grommen een signaal dat vrij hoog staat in de ladder van stresssignalen. Corrigeer je hond in die situatie niet als hij gromt. Het grommen is een waarschuwing en bij negeren van die waarschuwing zal je hond een nog sterker signaal inzetten. Door grommen te verbieden zal je hond die stap overslaan en mogelijk bij een bedreigende situatie direct uitvallen en bijten.

Dus als je hond zich bedreigd voelt en gaat grommen, dan zit hij al tegen de grens aan om aan te vallen. Grommen is een ernstige waarschuwing die je zeker serieus moet nemen. Het betekent dat je te laat bent met ingrijpen in de situatie. Er zijn signalen die vooraf gaan aan grommen, situaties waarin je de hond nog wel kunt corrigeren. Bijvoorbeeld als hij zich focust op iets dat hij ziet. Dan kun je die focus doorbreken voordat het verder escaleert.

De oplossing voor grommen bij bedreiging is het wegnemen van de bedreiging of je hond weghalen van die bedreiging, zodat je hond uit zijn stress kan komen en tot rust kan komen. Het is dus belangrijk dat je weet wat bij je hond het grommen veroorzaakt.

Als bijvoorbeeld een kind je hond aan de staart trekt, dan zal je hond eerst proberen zijn staart onder zich te houden, want je hond zoekt de confrontatie niet uit zichzelf op. Blijft het getrek aan zijn staart doorgaan, dan zal hij gaan grommen als laatste waarschuwing. Je moet dan als baasje ingrijpen en het kind bij de hond weghalen, zodat de bedreiging voor je hond stopt, hij tot rust kan komen en het grommen staakt.

Helaas zijn honden vaak als vals aangemerkt, omdat ze iemand hebben gebeten. Dan is er in de lijn van stresssignalen iets verkeerd gegaan. Ze zijn niet gezien en niet gehoord, ze zijn genegeerd of ze zijn onderdrukt. Dan is door mensen aan de hond geen andere keuze gelaten dan zich middels bijten te verdedigen tegen de bedreiging die hij onderging. Aan jou aan baasje is het om het absoluut niet zo ver te laten komen.

Kauwen op spullen in huis

Puppy’s kauwen graag, omdat het ze helpt met de ontwikkeling van hun gebit. Al hebben ze nog niet de kracht van een volwassen hond, die naaldscherpe tandjes gaan makkelijk door zacht materiaal heen. Ook door je huid trouwens, als jij je vingers aanbiedt om op te bijten.

Volwassen honden kauwen ook graag, dat is goed voor hun gebit en kaken. Bovendien zorgt kauwen voor de aanmaak van een hormoon genaamd endorfine dat rustgevend is. Het gehalte van het hormoon cortisol wordt door kauwen juist lager en cortisol is een stresshormoon. Voor je hond is kauwen dus een goede manier om van stressgevoelens af te komen en zich prettig te voelen. Ook kunnen honden ergens op kauwen uit verveling. De endorfine is lichaamseigen en verslavend, dus een kauwende hond wil graag doorgaan met waar hij aan begonnen is.

Heeft je hond de verkeerde dingen uitgekozen om op te kauwen, zoals een stoel, de bank, een kussentje, schoenen, of wat dan ook, dan is het niet voldoende om dat te verbieden en verder niets te doen. Je moet ervoor zorgen dat je hond een alternatief heeft, het liefst vergelijkbaar met zijn favoriete, maar door jou ongewenste kauwobject.

Gedrag slopen 1

Kauwt hij op je kussentjes, geef dan een knuffelbeest voor honden. Kauwt hij op de stoelpoot, geef hem dan een kluifbot. Er zijn een heleboel verschillende kauwspeeltjes voor honden en het is handig om van elk tenminste eentje in voorraad te hebben, een tennisbal, een rubber balletje, een stoffen beest, een flostouw en lang houdbare kluiven.

In de praktijk komt kauwen op de verkeerde dingen het meest voor als honden alleen gelaten worden en vrijelijk hun gang kunnen gaan. Dan gaan ze zich op een gegeven moment vervelen en zoeken naar iets om zich beter te voelen en dan is kauwen een voor de hond volkomen normaal gedrag. Het probleem is dat de honden gaan kauwen op iets wat jij liever heel wilt houden. Voor je hond maakt het niet uit waar hij op kauwt, materiaal heeft geen waarde voor hem.

Het is daarom handig om je hond beperkte ruimte te geven als hij alleen is, wel met een fijne ligplaats, voorzien van water en iets om op te kauwen. Een Kong is een heel geschikt speeltje op hem een flinke tijd bezig te houden. Misschien zal hij een tijd lang alleen likken, uiteindelijk kan hij er niet meer bij en zal ook gaan kauwen. Zo verveelt hij zich niet als hij alleen gelaten wordt.

Vergeet ook niet om na te gaan hoe het met andere activiteiten is. Kan hij voldoende zijn energie kwijt bij de wandelingen? Heeft hij ook hersenwerkjes te doen? Bij gebrek aan beweging of te weinig verstandelijke uitdaging kan ook kauwgedrag ontstaan. Dan is het meer uit verveling en overtollige energie.

Gedrag slopen 2

Als laatste, zorg dat het te begrijpen is voor je hond. Als je toestaat dat je hond op je oude schoenen mag kauwen, maar niet op je nieuwe schoenen, dan maak je het te moeilijk. Onmogelijk zelfs. Dat onderscheid kan je hond echt niet maken. Hij mag niet op schoenen kauwen is een duidelijke regel, op de ene wel en de andere niet is onduidelijk.

Bijten

Honden kunnen bijten, maar bewust bijten om de ander te verwonden zullen honden niet snel doen. Een hond die wel zodanig bijt is in een positie gebracht dat hij geen andere uitweg meer ziet. Alle eerdere signalen zijn genegeerd.

Verder kun je in bijten nog enkele gradaties aanbrengen. Als honden met elkaar spelen bijten ze ook, maar dat is gedoseerd bijten, niet bedoeld om de ander pijn te doen. Als honden met mensen spelen, bijten ze ook. In je arm, je hand of je been. Ook niet bedoeld om pijn te doen, maar soms kan de dosering wat te heftig zijn voor onze dunne huid. We zijn tegen minder bestand dan andere honden met de beschermende vacht.

Dan zijn er nog de puppy’s die te maken hebben met de ontwikkeling van hun gebit. Zoals net al besproken bij het kauwen, is kauwen en ook bijten dan een manier om het vervelende gevoel wat te verlichten. Daarin eigenlijk wel vergelijkbaar met peuters die ook alles in de mond doen en er met de pas doorkomende tanden op willen bijten.

Toch is het voor ons mensen vervelend als we die scherpe naaldtandjes van een puppy in onze arm voelen of als een volwassen hond net iets teveel kracht zet tijdens het spel. Dan is het beter om het gesabbel en gebijt van de puppy niet toe te staan  door krachtig ‘nee’ te zeggen. De volwassen hond kun je duidelijk te maken dat het te hard gaat door luid ‘auw’ te roepen.

Onder deskundigen is nogal verschil van mening, of je wel zo kort en krachtig iets mag roepen om iets te verbieden. Kijk dan maar eens hoe honden het onderling oplossen. Als de ene hond bij de andere hond iets doet wat die andere hond niet prettig vindt, dan zal die tweede hond de eerste corrigeren. Meestal door zich tot die hond te richten en een waarschuwende grom te laten horen. Als honden dat van elkaar goed begrijpen, dan moet het ook wel lukken als wij die ‘grom’ laten horen.

Gebruik niet meer woorden, wat we letterlijk zeggen snapt je hond toch niet. Soms is zelfs alleen al het aankijken van je hond genoeg. Oogcontact  is een sterk signaal. Je hond ervaart dat van vreemden als bedreigend en van vertrouwden kan het best intimiderend zijn. Gebruik je wel taal, beperk het dan tot een simpel ‘nee’. Dat is veel effectiever dan hele verhalen.

Honden zijn conflict vermijdende dieren. Als honden zich tegenover elkaar opstellen en strak aankijken, zal meestal één van de honden zich wegdraaien. Met de ogen, met de kop of met het hele lijf.

Als je hond tegen een andere hond of tegen een mens zijn tanden laat zien met gerimpelde neus, dan is het niet best. Je hond geeft daarmee aan klaar te zijn om te bijten. Doet je hond dat bij jou als baasje, dan heb je echt een flink probleem met je hond en kun je niet anders dan deskundige hulp erbij halen. In de pagina met links staan enkele goede gedragsdeskundigen genoemd.

Er zijn veel tegenstrijdige meningen over dit onderwerp, allemaal afkomstig van hondencoaches, gedragsdeskundigen en dergelijke die ervoor geleerd hebben. Toch zijn ze het dan niet met elkaar eens. Wel of niet ingrijpen, wel of niet corrigeren, wel of niet afleiden met een spel of zoiets. Best verwarrend. Kijk daarom vooral goed hoe honden het onderling doen. Dan zie je vaak de fixatie op elkaar, totdat degene die de ander als meerdere erkent de kop wegdraait.

Agressie en Dominantie

Het zijn twee best wel veel gehoorde termen. De hond is agressief of de hond is dominant. Laten we kijken of dit feitelijk juist is of niet.

Om te beginnen met dominantie. Het wordt gezegd als een karakterbeschrijving van de hond. Dat zou betekenen dat de hond tegen alle andere wezens, mens of dier, dominant is. Dat blijkt meestal niet zo te zijn. Dominantie is relatief. Een hond kan dominant zijn naar een andere hond, maar naar weer een andere hond juist niet. Honden bepalen hun onderlinge verhouding. Mensen met meerdere honden zullen het herkennen. Je behandelt al je honden gelijk, maar onder de honden zelf is er een eerste onder gelijken.

Zolang alle honden in een roedel daar vrede mee hebben, gaat het prima. Je kunt als mens niet bepalen wie van de honden de eerste onder gelijken is, dat bepalen ze toch echt zelf. Zo weet ik van iemand die één van zijn honden weg deed, omdat die hond zich niet wilde onderwerpen aan de hond die in de ogen van de mens de eerste was. Dom natuurlijk en de hond is de dupe. Onderling was er geen probleem tussen de honden, alleen een mens had er moeite mee.

Dan over agressief gedrag. Ook een woord dat makkelijk wordt gebruikt. Feitelijk zijn er maar weinig honden puur agressief en als ze dat al zijn, dan is er meestal een reden voor waarin de mens een rol heeft gespeeld.

Gedrag dat je als agressief kunt betitelen heeft doorgaans een heel andere drijfveer. Zo kan een hond beschermend zijn. Dan vindt de hond dat hij zijn baasje moet beschermen of het hele gezin. In feite zegt dat meer over het baasje dan over de hond. Lees nog maar eens terug wat de basisbehoeften van de hond zijn. De hond wil graag veiligheid en bescherming ervaren van zijn baasje en voelt zich daar veel beter bij dan wanneer hij die veiligheid en bescherming zelf moet verzorgen.

Een beschermende hond zal zich steeds plaatsen tussen jou en hetgeen hij bedreigend vindt (bedreigend voor jou). Is er niets of niemand in de buurt, dan zal de hond bij je voeten gaan liggen, klaar om in te grijpen als er wel iets of iemand op jou afkomt. Dit gedrag moet je niet accepteren. Het betekent dat je hond tegen een bedreiging agressief zal reageren, terwijl dat niet aan hem is. Dus stuur je hond van je weg als hij zich zo beschermend opstelt en laat het er niet weer tussenin komen. Hou hem op afstand.

Een andere drijfveer kan zijn dat de hond bezitterig is. Hij ziet zijn baasje of zijn gezin als zijn eigendom waar anderen bij uit de buurt moeten blijven. Ook dan heeft de hond teveel de touwtjes in handen genomen. Herken je dit soort gedragingen bij je hond, dan is het zaak de verhoudingen goed te zetten, om te beginnen door aan de basisbehoeften van je hond te voldoen.

Een hond die bezitterig is, komt bij jou en jij geeft op dat moment de aandacht die hij van jou wil. Jij zit op de bank, hij komt bij je en gaat naast je liggen en jij haalt hem aan. De regie ligt bij hem, hij bepaalt het moment en krijgt wat hij wil. Op het moment dat er dan iemand bij komt, vertoont hij een “beschermende” gedrag, hij claimt jou als het ware. Het is dan geen beschermen, het is opeisen. Jij bent van hem, omdat hij het zo kan bepalen.

Als dit ook jou situatie is met je hond, dan is de eerste stap die je kunt zetten dat jij de regie over gaat nemen. Jij bepaalt wanneer je hond bij jou mag komen en wanneer hij weer weg moet. Jij roept iemand anders bij je en dan wil je dat je hond op afstand blijft. Hij zal naar jou moeten luisteren en doet hij dat niet, dan doe je hem even naar een andere ruimte of naar de tuin. Hij moet leren dat jij degene bent die dat bepaalt en niet hij.

Komt hij uit zichzelf bij jou, dan geef je hem geen aandacht en haalt hem niet aan. Is hij te opdringerig, dan stuur je hem naar zijn plaats. Jij bepaalt wanneer hij bij jou mag komen, dan roep je hem en dan mag hij komen. Zo neem jij de leiding in handen en bepaal jij wat er gebeurt.

Grote kans dat hij niet komt als je hem dan wel bij je roept. Hij schikt zich niet ineens naar de verandering die jij doorvoert en laat dat zien. In het begin van de verandering is dat prima, het gaat er eerst om dat hij gaat merken dat jij degene bent geworden die bepaalt wat kan en wat niet kan. Dus geef hem maar even de tijd, want het is een positieverandering voor hem en dat gaat niet van de ene op de andere dag.

Nog een andere drijfveer van vermeend agressief gedrag is angst. Een angstige hond zal niet als eerste kiezen voor agressie, maar als hij geen andere mogelijkheid meer heeft, zal hij zeker agressie inzetten en bijten. Als je een angstige hond in het nauw drijft, zodat hij niet meer kan vluchten, dan roep je het over je af dat de hond je zal aanvallen. Dat is niets meer of minder dan overlevingsdrang.

Zo kreeg ik eens de situatie voorgelegd van een hond die een kind had gebeten. Volgens het baasje wilde het kind alleen maar de hond aaien. Wat later feitelijk aan de hand bleek te zijn is dat de hond op dat moment in zijn mand lag. Dat is voor hem zijn eigen plek waar hij mag verwachten dat hij kan rusten en met rust gelaten wordt. Hij werd niet met rust gelaten. Een voor hem onbekend kind kwam op hem af.

Hoewel het baasje vertelde dat de hond normaliter geen agressie vertoont bij benadering, ook niet door kinderen, liep het deze keer anders. Dat het kind de hond wilde aaien bleek een aanname van de volwassenen. Niemand had het gezien. Het is een bekend gegeven dat vooral jonge kinderen die zonder toezicht een hond benaderen geneigd zijn ook andere dingen te doen, alsof de hond een speelgoedje is. Er was in ieder geval iets in deze benadering dat voor de hond reden was om uit te vallen.

Feit is dat de hond zijn eigen plaats niet met rust gelaten werd. Feit is ook dat het kind zonder toezicht van volwassenen de hond benaderde. De conclusie mag dan ook zeker zijn dat de situatie voor de hond op z’n minst bedreigend is geweest om te reageren zoals hij heeft gedaan. Helaas werd toch de hond als schuldige bestempeld.

Castratie als oplossing

Soms wordt castratie van een reu overwogen om gedrag te veranderen, vooral als dat gedrag kenmerken van agressie heeft. Een castratie heeft invloed op de hormonen en dus ook op gedrag. Als gedrag volledig door testosteron gestuurd is, dan is de gedachte dat een castratie de oplossing is. Op zich een theorie die klopt, maar die alleen klopt als het gedrag volledig door testosteron aangedreven is. Dat is (zoals net besproken) meestal niet het geval.

Zit er meer achter het gedrag, zoals onzekerheid over de positie of angst, dan zal dat niet oplossen door een castratie. Daarmee zeg ik niet dat castratie van een reu een verkeerde stap is, maar wel dat je niet mag verwachten dat je daarmee een gedragsprobleem oplost. Het kan wel de situatie verder verslechteren.

Het is goed iets meer te weten over de invloed van testosteron. Behalve dat het een geslachtshormoon is, heeft het ook invloed op het gedrag. Testosteron werkt namelijk angst verlagend. Een hond met vermeende agressie, die eigenlijk wordt veroorzaakt door angst, kan dan na een castratie onzekerder worden en nog slechter met angst omgaan. Het agressief ogende gedrag zal dan eerder toenemen dan afnemen. Een hond die angst voelt zal in veruit de meeste gevallen agressief uitziende reacties tonen. Heftig blaffen, uitvallen en zelfs bijten.

Omgang met onbekende honden

Elke dag tijdens de wandelingen met mijn honden zie ik het opnieuw. Mensen die met hun honden lopen en hoe die honden totaal verschillend reageren op mijn honden. Nou moet ik eerst vertellen dat ik mijn honden heb aangeleerd dat ze bij me blijven lopen totdat ik ze toestemming geef naar een onbekende hond toe te gaan. Geen eigen initiatieven dus. De reden is dat het eerst duidelijk moet zijn in hoeverre die andere hond open staat voor contact en hoe toegankelijk die andere hond is.

Wat ik zie bij de andere honden zijn reacties als kalm en rustig, enthousiast, uitnodigend, onzeker, angstig, dominant en agressief. Ik noem het bewust agressief, omdat ik het heb over wat ik aan reacties zie. Wel wetend dat die agressie meestal slechts een uiting is van angst en onzekerheid.

Hoe reageert jouw hond op andere honden en hoe reageren andere honden op jouw hond? Wat moet je doen als je bepaalde reacties ziet? Daarover gaan we het nu hebben en ik wil om te beginnen zeggen dat je moet oppassen niet in uitersten te denken.

Als twee honden elkaar voor het eerst ontmoeten en de één benadert de ander wat te snel of te wild, dan laat die ander een grom horen. Dan valt al snel het woord agressief. Lopen de honden rustig verkennend om elkaar heen, dan hoor je zeggen “oh kijk ze zijn al vriendjes”. Heel vreemd is dat. Geef honden ook de tijd om elkaar af te tasten en te leren kennen. Het is wel waar dat honden eerder weten wat ze aan de ander hebben dan mensen. De reden is simpel, honden zijn zoals ze zijn en mensen doen zich vaak anders voor.

Is jouw hond bijvoorbeeld afwachtend in het contact met een andere hond, dan is dat prima. Je hond hoeft niet enthousiast te zijn en direct vriendjes te worden. Ga zelf niet gelijktijdig de andere hond benaderen om die aan te halen of te aaien. Dat verstoort de kennismaking en kan zelfs tot heftige reacties van je eigen hond leiden.

Het verdere verloop van een kennismaking hangt af van de stabiliteit van beide honden. Is in hun basisbehoeften voorzien? Van je eigen hond weet je wel hoe ver je daarmee bent, van die onbekende hond weet je het niet. Als jouw eigen hond nog niet weet dat jij de leider en beschermer bent, dan kan jouw hond het gevoel hebben die rol op dat moment op zich te moeten nemen, maar ook de onbekende hond kan zo reageren. De hond is dan niet jaloers, zoals vaak wordt gezegd, maar vindt dat hij iets te verdedigen heeft en doet dat op zo’n moment ook.

Zo is meestal uitvalgedrag tussen honden niet het gevolg van dominantie of agressie, maar wel van onzekerheid, angst of stress. Datgene waar je hond bang voor is treedt hij juist tegemoet om de bedreiging te verwijderen. Jij hebt de verantwoordelijkheid voor je eigen hond, om in zijn basisbehoeften te voorzien. Voor de andere hond kun je dat niet doen. Daarom is het goed om zelf goed naar de onbekende hond te kijken, voordat je jouw hond toestemming geeft om die hond te benaderen.

Gedrag agressie 2

Laat jouw eigen hond altijd zien dat jij hem beschermt en dat jij de bedreiging op afstand houdt. Zodra je merkt dat hij iets spannend vindt, zijn er twee mogelijkheden, afhankelijk van wat de hond het prettigst vindt. De eerste is dat je naast hem knielt of hurkt en hem geruststelt. De tweede is dat je over hem heen gaat staan, dat hij je benen tegen zijn flanken voelt. Kijk wat jouw hond het fijnste vindt.

Komt de bedreiging dichterbij, zorg dan dat je zelf altijd tussen je hond en de bedreiging in staat. Ook als hij zelf de neiging heeft naar voren te gaan, dan hou je hem kort en achter je. Voor hem moet het duidelijk zijn dat jij tussen hem en de bedreiging in staat. Hoe vaker je dit doet, hoe sneller hij door zal hebben hoe het werkt en dat hij zelf niets hoeft te doen.

Loopt de andere hond los en komt die op jouw hond af, schroom dan niet om die hond weg te sturen als jouw hond de benadering onprettig vindt. Grijp elke gelegenheid die zich voordoet aan om je hond te laten merken dat jij degene bent die voor zijn veiligheid en bescherming zorgt.

Doe dit in alle situaties, ook als je hond de bedreiging niet ziet. Bijvoorbeeld als je langs een straat loopt en er komt een auto aan. Hou gehurkt naast je hond hem even vast aan het tuigje en zorg dat je tussen hem en de langsrijdende auto in staat.

Omgang met honden uit de eigen roedel

Ook in huis kunnen honden elkaar soms in de haren vliegen. De meest voorkomende situatie is als het om voeding gaat. De honden moeten leren dat ze gewoon krijgen wat ze nodig hebben en soms een extraatje. Geef voeding op plekken die ver genoeg van elkaar af zijn, desnoods in een afzonderlijke ruimtes, totdat je honden goed beseffen dat ze altijd krijgen. Het heeft met acceptatie en vertrouwen te maken, dat vraagt even tijd, maar zal zich dan echt wel oplossen.

Een ander regelmatig voorkomend punt is de eigen plek (mand, kussen of bench). Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat elke hond een eigen plek heeft en dat je niet toestaat dat één van je honden op de plek van de andere gaat liggen. De tweede mogelijkheid is dat de honden zelf mogen kiezen op welke plek ze gaan liggen. Dan kan het gebeuren dat de ene hond een plek gaat verdedigen tegen de andere hond. Dat zal met een grom gaan als de andere hond vindt dat hij op die plek hoort te liggen.

Bedenk dat die ene hond dat recht dan ook heeft, je hanteert immers geen eigen plekken in de tweede mogelijkheid. Voor ons mensen is een tussenvorm logischer, de ene hond mag wel op de plek van de ander, maar mag niet grommen om die plek te verdedigen. Dat is voor honden niet logisch.

Omgang met katten en andere dieren

Heb je in huis een hond en een kat, dan wil je natuurlijk graag dat die beiden met elkaar overweg kunnen. In hoeverre dat haalbaar is verschilt per hond en per kat. Er zijn voorbeelden dat honden en katten de dikste maatjes zijn, maar er zijn ook voorbeelden dat ze elkaar totaal niet verdragen. Wat je van je hond mag verwachten is dat hij leert te respecteren dat er ook een kat in huis leeft.

Let wel dat respecteren niet betekent dat ze bevriend raken, het houdt alleen in dat ze elkaar niet zullen opjagen of aanvallen. Als het je zelf niet lukt om je hond dit respect bij te brengen, dan kun je de hulp van een deskundige inschakelen. Het moet echter van twee kanten komen, dus ook de kat zal zich aan moeten passen aan de hond.

Zelfs als een hond in huis accepteert dat er ook een kat is, betekent dat niet dat je hond ook buiten katten zal respecteren. Een kat die wegrent is een prachtig doelwit om achteraan te jagen. Je komt dan op het gebied van de instincten en die zijn heel wat moeilijker te beïnvloeden dan gedrag.

Bedenk dat veel hondenrassen zijn ontstaan met een doel en vaak had dat doel te maken met de jacht. Het gaat dan tegen de natuur van je hond in om het jagen als ongewenst gedrag te bestempelen. Ook hondenrassen die als hoeders zijn ontstaan om bijvoorbeeld kuddes schapen te hoeden hebben instincten. Dat is de kudde te beschermen en belagers weg te jagen.

Instincten zijn moeilijk bij te sturen. Het is geen gedrag en zoals je gedrag kunt aanleren of bijsturen, belonen of berispen, kun je dat met instincten niet. Het is een soort reflex bij het zien van een prooi. Zelfs deskundige hondentrainers geven aan dat het erg moeilijk is je hond daarin bij te sturen. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Is het jachtinstinct bij jouw hond een probleem voor jou, schakel dan deskundige hulp in en besef dat het echt niet met één keertje trainen verholpen zal zijn.

Terug naar: Gedrag van hond en puppy

Blogs over gedrag

Reacties zijn gesloten.