Gedragsspecial 2 hond en training

Gedragsspecial 2 hond en training

Inleiding

In deze special over commando’s en opdrachten aan je hond gebruik ik voor je hond “hij” in het beschrijven van de oefeningen.

Als je gelezen hebt hoe het leerproces bij een hond gaat, kun je door met de training van je hond, het daadwerkelijk aanleren van gedrag en activiteiten. Zoals beschreven in het leerproces is het gebruik van een clicker aan te raden. Het kan ook met een bevestigingswoord, maar een clicker is duidelijker voor je hond.

Gedrag training 2

Handcue

Bij elke oefening zal je merken dat je eerst de hond het gewenste gedrag of de gewenste activiteit gaat aanleren en er daarna pas een commando aan gaat koppelen. Wat je eigenlijk doet is gebruik maken van een handcue. Dat is een handgebaar waarmee de hond weet wat je van hem verwacht.

Voor je hond is dat handgebaar logischer dan het gesproken woord. Je hond zal altijd oog hebben voor wat je doet, hoe je houding is en hoe je beweegt. Ook een handbeweging valt daaronder. Het gesproken woord komt pas op het laatst en is vooral voor onszelf, dat wij willen dat de hond doet wat we zeggen. Dat lukt pas als voor de hond eerst duidelijk is wat hij moet doen. Pas daarna zal hij het woord (de klank) aan de actie koppelen.

Opdrachten

Bij het aanleren van opdrachten is het belangrijk dat elk gezinslid dezelfde handcue en ook hetzelfde commando gebruikt. Voor je hond is dat het meest duidelijk. Als de één bijvoorbeeld ‘lig’ gebruikt als opdracht om te gaan liggen en de ander het woord ‘af’ gebruikt, dan maakt dat het voor de hond lastiger. Dus voorkom dat en maak goede afspraken met elkaar.

Touch

Deze oefening maakt gebruik van het natuurlijke instinct van je hond om zijn neus te volgen. Kies met welke hand je de hond wilt voeren, de andere hand is de voorraadhand. In de beschrijving ga ik ervan uit dat de rechterhand de voerhand is.

Kies een beloning die je hond erg lekker vindt, bijvoorbeeld worst of kaas, gesneden in kleine blokjes. Wrijf met de beloning over je rechterhandpalm, zonder dat je restjes achterlaat. De bedoeling is dat je hand ruikt naar de beloning. Hou de voorraad die je de hond als beloning wilt geven in je linkerhand en zorg dat je hond die hand niet ziet.

Ga nu tegenover je hond staan, hurken, knielen of zitten, afhankelijk van hoe groot je hond is. Beweeg je geopende rechterhand met de palm naar boven langzaam richting de neus van je hond. Door de geur zal je hond zijn neus en mond in je hand drukken en dat is precies de bedoeling.

Zodra hij dat doet geef je de bevestiging met de clicker of het beloningswoord. Je gooit dan uit je voorraadhand één blokje van de beloning in je geopende hand en laat je hond zijn beloning eten. Je geeft nog geen commando, dat doe je pas als je hond de oefening goed beheerst. Daarom ga je deze oefening vaak herhalen.

Zodra je hond goed bekend is met deze oefening, kun je een stap verder door je rechterhand steeds iets meer te draaien, zodat je steeds iets meer de rug van je hand naar je hond beweegt. Hij moet dan meer moeite doen om je handpalm aan te raken.

Ook ga je steeds je hand iets verder van zijn neus af houden, zodat hij meer naar je toe moet komen. Vergeet niet bij elke stap te blijven klikken en belonen.

Zodra je hond dit allemaal goed beheerst, ga je een commando aan de oefening toevoegen. Elke keer als je hond je hand aanraakt, zeg je ‘touch’. Ook dit ga je weer uitbouwen, door je hand steeds iets verder van je hond af te houden. De bedoeling is dat je op een gegeven moment eerst het woord ‘touch’ zegt en je hond dan naar je hand toekomt en deze aanraakt.

Zorg dat je deze oefening op verschillende plekken doet en zowel binnen als buiten. Uiteindelijk kent je hond dit commando zo goed, dat je ook naar een voorwerp kunt wijzen en het commando ‘touch’ geeft, zodat je hond het voorwerp aanraakt met zijn neus.

Impulscontrole

Deze oefening is een vervolg op de touch-oefening, je hond is dan al bekend met het commando ‘touch’. Er is geen nieuw commando.

Je hebt weer een voorraadhand en een voerhand. Zorg dat je hond ziet dat je beloning in je voorraadhand hebt, maar hou de hand gesloten als hij dat wil pakken. Je hond kan er een tijdje aan likken, zijn neus erin drukken of proberen met zijn poot je hand te openen, dat laat je niet gebeuren.

Zodra je hond deze pogingen staakt, zeg je ‘touch’ terwijl je je rechterhand geopend hebt. Zodra je hond je geopende hand aanraakt geef je de beloning door vanuit de voorraadhand één beloning in je voerhand te gooien en je hond dit te laten opeten.

Je hebt impulscontrole bereikt als je de voorraadhand open kunt houden en je hond er toch niet zonder toestemming iets van probeert te pakken.

Zitten

Je hoeft je hond niet te leren zitten, dat kan hij al vanaf de puppytijd. De bedoeling is dat je hond ook op commando gaat zitten. Dat is vrij eenvoudig, want je gaat in op een bekende houding van je hond. Het enige nieuwe is dat je gaat bepalen op welk moment je hond gaat zitten. Hou in gedachten dat je geen dwang moet gebruiken, dus duw je hond niet met zijn achterste naar de grond.

Zitten vanuit staande positie

Zorg dat je hond ontspannen is, aandacht heeft en recht staat. Zelf ga je voor hem staan, hurken of knielen. Laat je hond zien dat je een beloning hebt en hou die een stukje voor en boven zijn neus. Beweeg je hand met de beloning heel langzaam over zijn kop richting zijn staart.

Je hond zal met zijn neus de beloning willen volgen, heft dus zijn kop op en voor hem is het dan makkelijker om te gaan zitten. Precies op het moment dat zijn achterste de grond raakt bevestig je direct met de clicker en geef je de beloning. Geef nog geen commando.

Als je hond niet gaat zitten, maar opspringt of steeds verder achterwaarts beweegt, draai je dan om en negeer je hond heel even. Beloon uiteraard niet en zeg ook niets. Daarna begin je van voren af aan, op een gegeven moment zal je hond snappen dat je wat anders van hem verlangt en gaan zitten.

Let ook op de beweging die je met je hand maakt als je de beloning langzaam beweegt. Voor je hond wordt dit het gebaar (de lichaamstaal) waarmee hij weet dat hij in de zithouding moet gaan. Je kunt dat gebaar later nog iets aanpassen als je geen beloning vasthoudt. De beweging van je hand omhoog met de palm van je hand naar boven gericht is veel gebruikt als handcue om te gaan zitten.

Zodra je de oefening regelmatig een aantal keren hebt herhaald en je hond de oefening helemaal beheerst, ga je het handgebaar gebruiken zonder de beloning. Reageert je hond daar ook bij herhaling met succes op, dan kun je een commando toevoegen, zoals ‘zit’. Het commando geef je als je hond al in beweging is om te gaan zitten, maar nog voordat zijn achterste de grond raakt.

Als laatste is het de bedoeling dat je het belonen weer afbouwt. Het is immers niet de bedoeling dat je voor altijd het gaan zitten op commando moet blijven belonen. Je hond weet wat je van hem verwacht en zal dat blijven doen op basis van het handgebaar of het gesproken commando. Het is wel goed om incidenteel nog eens te belonen.

Het afbouwen van de beloning kun je het beste doen door alleen nog de bovengemiddelde prestaties te belonen, dus als je hond heel snel gaat zitten. Zoals elk nieuw commando moet ook het gaan zitten op meerdere plakken onder wisselende omstandigheden aangeleerd worden. Test als laatste of je hond ook zonder het handgebaar gaat zitten, dus met alleen het commando.

Verderop besteden we aandacht aan het ‘blijf’ commando, maar het is goed te beseffen dat je hond op het commando ‘zit’ al moeten blijven zitten, totdat je toestemming geeft weer te gaan staan.

Zitten vanuit liggende positie

Dit gaat hetzelfde als het leren zitten vanuit staande positie, met als enige verschil dat je begint door je hand met de beloning voor de neus van je liggende hond te houden met je handpalm naar boven en je hand vervolgend omhoog te bewegen. Dit hoeft niet zo langzaam als bij het zitten vanuit staande positie.

Als je hond niet mee beweegt naar zitten positie, beweeg je hand met de beloning dan boven zijn hoofd, zodat hij enthousiast wordt.

Zitten vanuit lopen

Dit is voor je hond het meest lastige, omdat jij loopt en je hond naast je loopt. Je wilt dat je hond op commando gaat zitten, terwijl je zelf doorloopt. Bouw dit langzaam op, geef het commando zit op het moment dat je de voet neerzet aan de kant van de hond, meestal is dat links. Om te voorkomen dat je hond direct weer meeloopt kun je in het begin je pas wat vertragen, maar uiteindelijk moet je hond gaan zitten terwijl jij in hetzelfde tempo doorloopt.

Liggen

Net als zitten is ook liggen een natuurlijke houding voor je hond, die hij al vanaf puppytijd kent. Het enige dat we willen is het gaan liggen onder commando brengen.

Liggen vanuit zittende positie

De makkelijkste manier is om je hond vanuit een zittende positie naar een liggende positie te brengen. Zelf ga je voor je hond staan, hurken of knielen. Laat je hond zien dat je een beloning in handen hebt, hou die een stukje voor zijn neus en beweeg je hand rustig naar de vloer met je handpalm naar beneden, tussen zijn voorpoten en beweeg je hand dan steeds iets verder van je hond af.

Je hond zal de beloning willen volgen en beweegt mee door zijn voorpoten naar voren te bewegen, zodat zijn lijf en kop dalen. Zodra hij de liggende houding bereikt bevestig je direct met de clicker dat hij doet wat de bedoeling is en geef je de beloning. Geef nog geen commando.

Als je hond gaat staan, draai je dan om en negeer je hond heel even. Zeg niets en beloon hem ook niet. Breng hem daarna eerst in zittende positie en doe de oefening opnieuw.

Let weer op de beweging die je met je hand maakt als je de beloning beweegt. Voor je hond wordt dit het gebaar (de lichaamstaal) waarmee hij weet dat hij moet gaan liggen.

Je kunt dat gebaar later nog iets aanpassen als je geen beloning vasthoudt. De beweging van je hand omlaag met de palm van je hand naar beneden gericht is veel gebruikt als handcue om te gaan liggen. Eventueel kun je daar een klopje met je hand op de vloer aan toevoegen.

Zodra je de oefening regelmatig een aantal keren hebt herhaald en je hond de oefening helemaal beheerst, ga je het handgebaar gebruiken zonder de beloning. Reageert je hond daar ook bij herhaling met succes op, dan kun je een commando toevoegen, zoals ‘liggen’, ‘af’ of ‘down’.

Als laatste is het de bedoeling dat je het belonen weer afbouwt. Het is immers niet de bedoeling dat je voor altijd het gaan liggen op commando moet blijven belonen. Je hond weet wat je van hem verwacht en zal dat blijven doen op basis van het handgebaar of het gesproken commando. Het is wel goed om incidenteel nog eens te belonen.

Het afbouwen van de beloning kun je het beste doen door alleen nog de bovengemiddelde prestaties te belonen, dus als je hond heel snel gaat liggen. Zoals elk nieuw commando moet ook het gaan liggen op meerdere plakken onder wisselende omstandigheden aangeleerd worden. Test als laatste of je hond ook zonder het handgebaar gaat liggen, dus met alleen het commando.

Net als bij het zitten moet je hond ook bij het liggen niet uit zichzelf weer gaan staan. Dan mag pas op het moment dat je daar het commando toe geeft.

Liggen vanuit staande positie

Dit gaat bijna hetzelfde als het liggen vanuit zittende positie. Hou de beloning  voor de neus van je hond en beweeg het snel naar de vloer, met je handpalm weer naar beneden, tussen zijn voorpoten. Hou je hand stil en geef je hond even de tijd, want deze verandering van positie is voor hem best wel moeilijk.

Als je hond niet mee beweegt naar een liggende positie, trek dan je hand met de beloning langzaam weg van zijn voorpoten. Je hond zal dan met zijn neus naar voren reiken en zo makkelijker in liggende positie gaan.

Liggen vanuit lopen

Ok bij het liggen is het voor je hond lastig als jij doorloopt. De opbouw gaat in kleine stapjes, vergelijk het met het gaan zitten vanuit lopen.

Staan

Net als zitten en liggen is staan een natuurlijke houding voor je hond, hij is als puppy gaan staan toen zijn pootjes hem konden dragen. Nu willen we graag dat je hond ook op commando gaat staan.

Staan vanuit zittende positie

Hou een beloning in je hand voor de neus van je hond en beweeg je hand horizontaal weg van zijn neus. Je hond zal de beloning willen volgen en om dat te doen moet hij gaan staan.

Zodra je hond staat, moet je de beloning iets laten zakken, om te voorkomen dat hij omhoog kijkt, want dan zal hij de neiging hebben om direct weer te gaan zitten. Staat hij, dan klik je direct en geeft hem de beloning.

Let ook op de beweging die je met je hand maakt als je de beloning beweegt. Voor je hond wordt dit het gebaar (de lichaamstaal) waarmee hij weet dat hij moet gaan staan. Dit gebaar blijft hetzelfde zonder beloning in handen. De beweging van je hand horizontaal van de neus weg is veel gebruikt als handcue om te gaan staan.

Ook bij deze oefening geldt weer, herhaal het regelmatig, op wisselende plekken en met verschillende afleidingen. Voeg uiteindelijk het commando ‘staan’ toe.

Staan vanuit liggende positie

Dit gaat bijna hetzelfde als het leren staan vanuit staande positie, met als enige verschil dat de beloning eerst omhoog en dan horizontaal weg van de neus beweegt. Als de hond niet gaat staan, tik dan even met de beloning op de grond voor zijn poten om zijn aandacht te vergroten en probeer het opnieuw.

Omrollen

Hiervoor is het nodig om je hond eerst in liggen positie te krijgen, dus die oefening moet hij beheersen.

Neem een beloning in je hand, hou die voor de neus van je hond, beweeg vanaf zijn neus naar zijn schouderblad en dan langzaam helemaal door naar de andere kant. Zodra je hond op zijn rug ligt beloon je direct.

Ook bij deze oefening geldt weer, herhaal het regelmatig, op wisselende plekken en met verschillende afleidingen. Voeg uiteindelijk het commando ‘rollen’ toe.

Blijven

Om je hond te laten blijven op de plek waar jij wilt zijn er twee zaken van belang. De eerste is de positie van je hond. Als hij zit of ligt is de kans groter dat hij op zijn plek blijft dan als hij staat. Vanuit staande positie is het voor je hond heel makkelijk (en ook heel verleidelijk) om toch een paar pasjes te verzetten. De tweede is de tijd tussen het gewenste gedrag en de beloning. Die tijd gaan je namelijk oprekken en om die tijd te overbruggen moet je gebruik maken van je stem. Blijf met rustige stem tegen je hond praten, totdat je het moment hebt bereikt waarop je hem kunt belonen.

Als je de hond al hebt getraind op de commando’s voor zitten en liggen, dan is het blijven al in die commando’s ingesloten. Je hond moet dan blijven zitten of liggen totdat jij hem weer vrij geeft of een andere opdracht.

Breng je hond naar de plek waar hij moet blijven en laat hem bij voorkeur gaan zitten of liggen. Zelf blijf je voor je hond staan. Zodra je hond in positie is wacht je 2 tellen, terwijl je zegt hoe goed hij het doet en beloont na die 2 tellen. Deze oefening ga je herhalen, waarbij de overbruggingstijd laat variëren tussen de 2 en 5 tellen, niet langer. Het hangt ook van je hond af welke tijd in dit stadium haalbaar is, een relaxte hond kan makkelijker die 5 tellen aan dan een super actieve hond.

Lukt het je om je hond bij herhaling 5 tellen op zijn plek te laten blijven, dan kun je beginnen om iets afstand te nemen. Zodra je hond in positie is, doe je met de voet die het verst van je hond af is (meestal de rechter) een kleine stap naar achteren. Na 2 tellen ga je terug naar je beginpositie en beloon je. Na een aantal herhalingen verplaats je vervolgens je gewicht  naar het been waarmee je de stap naar achter hebt gemaakt. Ook dan na 2 tellen weer terug en belonen.

Breidt dit langzaam uit totdat je een pas naar achteren kunt doen, je gewicht kunt verplaatsen, met je andere voet ook die pas naar achteren kunt doen en zo 5 tellen op één pas afstand van je hond kunt staan terwijl hij op zijn plek blijft. Als dat bij herhaling lukt, kun je de stap ook naar voren gaan maken. Bij het naar voren stappen zal je hond eerder de neiging hebben je te volgen, daarom doe je deze stap pas als de stap achterwaarts goed gaat.

Je blijft de overbruggingstijd opvullen met rustig praten tegen je hond. Dat je ondanks het nemen van afstand toch aandacht aan hem blijft geven is in dit stadium van de oefening belangrijk, het is zijn motivatie om op zijn plek te blijven.

Je kunt desgewenst het commando “blijf” toevoegen en ook het bij dit commando behorend handgebaar. Dat is een opgeheven hand met de palm van je hand richting je hond (zoals een politieagent die het verkeerd laat stoppen). Doe deze handcue niet te dicht voor de kop van je hond, dat kan hem aan het schrikken maken en zo de oefening verstoren.

Stap voor stap (letterlijk) ga je nu steeds iets meer afstand nemen van je hond en laat je de tijdsduur groter worden voordat je weer bij hem terug komt. Laat pauzes vallen in het praten tegen hem. Na een tijd oefenen kun je een stukje weglopen van je hond, terwijl hij op zijn plek blijft.

Herhaling is belangrijk, het liefst niet teveel in één keer (hooguit 2 of 3 minuten), maar vaker korte oefensessies houden. Pas als je hond zover is dat hij feilloos op zijn plek blijft, ook al ben jij een halve minuut aan de wandel, kun je afleidingen toevoegen. Begin met makkelijke afleidingen en maak die steeds moeilijker.

Besef dat als jij je jas aan doet, of de zak met hondenbeloningen pakt, dat het voor je hond bijna onmogelijk is om op zijn plek te blijven. Dit is dan ook de ultieme oefening en die kun je pas van hem verwachten als het blijven helemaal perfect gaat.

Plaats

Het is mooi als je hond kan blijven op de plek waar jij wilt dat hij blijft, het is nog mooier als die plek zijn eigen plaats is. Dat kan een mand, een kussen, een bench, of misschien wel een hoekje van de bank zijn.

Door je hond te leren naar zijn plaats te gaan, los je meteen een paar andere problemen op, bijvoorbeeld dat je hond op de bank ligt, terwijl jij daar wilt gaan zitten, of dat je hond in de doorloop van kamer naar keuken ligt waar jij langs wilt. In plaats van je hond weg te sturen van die plekken (dat is een vorm van correctie), kun je hem beter leren naar zijn plaats te gaan.

Het enige dat je doet is vanuit de aandacht van je hond voor jou naar zijn plaats kijken en eventueel wijzen. Zodra je hond een beweging in de richting van zijn plaats maakt, klik je met de clicker en beloont. Dit bouw je langzaam op, je laat je hond steeds iets verder richting zijn plaats gaan. Net zolang tot hij zijn plaats bereikt en aanraakt.

Dan is de volgende stap om het klikken en belonen uit te gaan stellen tot je hond gaat liggen. Heeft hij eenmaal door wat de bedoeling is, dan zeg je het commando ‘plaats’ erbij.

Zodra het lukt om je hond naar zijn plaats te sturen, ga je zo snel mogelijk de beloning afbouwen. Zorg dat je, eigenlijk net als elk ander commando, met een vrolijke stem praat. Het hoeft absoluut niet streng te klinken, het is geen strafplaats, maar juist bedoeld als een fijne plaats.

Tenslotte oefen je door met het toevoegen van afleidingen. Dan kan van alles zijn, andere gezinsleden die de kamer in komen of vanuit de gang op de deur kloppen. Iemand die aanbelt, als er iets door de brievenbus wordt bezorgd, enz.

Ga naar

Dit is een heel leuk commando om je hond aan te leren. Je hebt er wel meerdere mensen voor nodig, dus samen met je gezin of vrienden is dit prima aan te leren. Om te beginnen ga je met een aantal mensen in een kring staan en zorg je dat iedere persoon iets lekkers in handen heeft.

Laat één van de mensen (persoon A) de hond bij zich houden. Deze persoon A kiest iemand anders (persoon B) uit en geeft je hond de opdracht ‘Ga naar B’ (uiteraard de echte naam van die persoon gebruiken) en wijst met zijn vinger naar die persoon B. Daarna doet persoon A niets meer en zegt ook niets meer, hij negeert de hond volledig.

Persoon B moet nu door zijn knieën zakken en zich klein maken, dat verlaagt de drempel voor je hond om te komen en maakt hem ook meteen duidelijk wie wordt bedoeld met de naam van persoon B.

Als je hond de opdracht ‘zitten’ goed beheerst, kan persoon B het commando ‘zitten’ geven, maar dat is geen vereiste. De oefening is bedoeld om je hond van persoon naar persoon te sturen. Wel geeft persoon B je hond de beloning. Dan stuurt persoon B je hond naar persoon C en zo kun je wel even doorgaan. Maak het niet al te lang.

Stoppen

Vooral voor honden die ook los lopen is het belangrijk dat ze reageren op het commando dat ze moeten stoppen met lopen. Ook aangelijnd kan het heel handig zijn, zodra jij stopt met lopen, stopt je hond ook. Dit is aan te leren, bij voorkeur in combinatie met het gaan zitten, want een staande hond kan makkelijk nog enkele bewegingen maken, een zittende hond blijft op de plek waar hij is.

Eén van mijn eigen honden heeft een tijd lang zelf het commando om te stoppen verbonden aan het hier komen. Zodra ik zei te stoppen, draaide hij om en kwam naar me toe. Op zich heel mooi natuurlijk, maar stoppen kan, zeker bij een loslopende hond, ook een noodstop betekenen en dan is het belangrijk dat de hond echt stopt en geen enkele kant op beweegt.

Om het stoppen te oefenen begin je met je hond aangelijnd. Je loopt een stukje en stopt dan. De kans is groot dat je hond stopt met lopen omdat jij dat doet, zo niet dan moet hij wel stoppen aan het einde van de lijn. Zeg dan het commando ‘stoppen’ of ‘wachten’ zodat je hond het woord leert dat hoort bij wat je op dat moment doet. Ook als je hond geen keus heeft (einde van de lijn) moet je wel belonen.

Het is goed als je zelf een voor de hond herkenbare houding aanneemt, omdat je lichaamstaal zo belangrijk is voor je hond. Je kunt het beste rechtop gaan staan met je handen in je zij, dat is een duidelijk herkenbare houding die je tijdens het lopen niet hebt.

In het begin kan het nodig zijn om je hond met een beloning in de zitpositie te krijgen, omdat het niet de bedoeling is dat je het commando om te gaan zitten ook zegt. Het commando ‘stoppen’ moet gaan betekenen dat je hond stopt met lopen én gaat zitten. Beloon extra als je hond behalve stoppen met lopen ook gaat zitten.

Als je hond niet gaat zitten, geef hem dan even tijd om te leren dat hij ook moet gaan zitten zonder daarvoor een extra beloning te krijgen. Je kunt in plaats van de beloning natuurlijk wel de handcue voor het gaan zitten gebruiken.

Uiteindelijk zal je hond tijdens het lopen zodra je zelf stil gaat staan in de stophouding ook stil gaan staan en gaan zitten.

Hier komen

Het op commando bij je komen is voor loslopende honden uiterst belangrijk. Samen met het commando om te stoppen kan het voor je hond zelfs van levensbelang zijn. Je moet kunnen voorkomen dat je loslopende hond doorloopt naar een gevaarlijke plek, ongeacht of dat een weg is met verkeer, een spoorwegovergang of een ander soort gevaar. Het is daarom nodig dat je hond altijd reageert op het commando om naar je toe te komen.

Neem een beloning in je hand en zorg dat je op een afstand van ongeveer 5 meter van je hond staat. Als je dit buiten traint, heb je een lange lijn nodig, je hond is dan niet los, maar heeft wel flinke bewegingsruimte. Zorg buiten wel voor een rustige plek zonder afleiding om te beginnen met de oefening.

Roep zijn naam en wacht tot hij uit zichzelf naar je toe komt lopen. Als hij niet uit zichzelf in beweging komt, kun je lichtjes aan de lijn trekken om hem te stimuleren. Zodra hij dichtbij je is zeg je het commando ‘kom’ of ‘hier’.

Als je simpelweg het commando ‘hier’ gebruikt is het makkelijk om daar een hele vrolijke, enthousiaste klank aan te geven. Dat zal je hond extra motiveren om bij je te komen.

Een andere belangrijke stimulans is je lichaamshouding. Als je rechtop staat heeft je hond meer moeite om bij je te komen dan als je jezelf klein maakt, dus ga op je hurken zitten om de drempel voor je hond te verlagen. Als je dan ook nog je armen uitnodigend opent en heel vrolijk klinkt, zal je hond graag naar je toe komen. Gaat het nog moeizaam, probeer dan iets achterwaarts te bewegen, dat triggert je hond om makkelijker naar je toe te willen komen.

Zodra hij bij je is beloon je uiteraard en dat mag best uitgebreid. Het is belangrijk dat je hond beseft dat bij je komen als je roept voor hem echt iets geweldigs oplevert. Een kleine beloning is dan wel weinig, prijs hem de hemel in, aai en kriebel hem waar hij dat graag heeft en doe een spel met hem. Herhaal deze oefening een paar keer en stop met een succes, ga niet te lang door per keer oefenen, maar oefen dit wel meerdere keren per dag.

Lukt dit goed, dan is de volgende stap om de afstand te vergroten. Buiten is dat afhankelijk van de lengte van je lange lijn. Maak dus de afstand steeds iets groter en als ook dat probleemloos gaat is het tijd om afleidingen toe te voegen.

Het is belangrijk om deze oefening steeds kort te doen, zodat het vooral niet vervelend wordt voor je hond, maar wel geregeld te doen, meerdere keren per dag. Daarbij zijn wisselende omstandigheden belangrijk, dus oefen op diverse plekken met verschillende soorten afleidingen.

Zodra het aangelijnd helemaal goed gaat (dat je de lijn niet meer hoeft te gebruiken om je hond op gang te brengen), wordt het tijd de lijn los te gaan maken. Het helpt natuurlijk als je ook binnen hebt geoefend, dan is het hier komen zonder lijn al bekend. Je gaat buiten weer vanaf het begin oefenen, dus eerst op korte afstand en bouw dat op dezelfde manier als aangelijnd langzaam op.

Denk aan je lichaamshouding. Op een gegeven moment kun je eerst je hond roepen en zodra hij naar je kijkt en jij je klein maakt en achterwaarts beweegt, komt hij naar je toe.

Net als bij het commando ‘stoppen’ kun je ook bij het commando ‘hier’ of ‘komen’ toevoegen dat je hond gaat zitten, uiteraard bij deze oefening pas als hij bij je is.

Hier komen met hulp

Het hier komen kun je ook aanleren als je hulp hebt van een tweede persoon. Laat de andere persoon je hond bij zich houden. Roep dan zijn naam en zodra hij kijkt zeg je het commando ‘hier’. De andere persoon moet dan direct je hond loslaten en niets meer zeggen of doen.

Om deze oefening te herhalen is het belangrijk dat je hond steeds begint bij die andere persoon. Het is immers de bedoeling dat jij je hond leert om bij jou te komen. Zou je het om en om doen, dan raakt je hond in verwarring, omdat hij wisselend bij iemand anders moet komen. Eerst leren dat hij bij jou komt en dan kan hetzelfde alsnog worden aangeleerd bij een andere persoon. De verdere oefening is hetzelfde als de vorige.

In de praktijk

Het is belangrijk om je loslopende hond regelmatig even bij je te roepen en te belonen. Dat belonen bouw je nooit helemaal af. Voor je hond is het belangrijk dat het komen iets goeds oplevert. Als jij je hond regelmatig bij je roept, beloont en vervolgens weer vrij laat, dan heeft je hond eigenlijk een dubbele beloning. Zowel de voerbeloning als de vrijheid.

Als je alleen je hond laat komen om hem aan te lijnen, dan weegt de voerbeloning niet op tegen het verliezen van de vrijheid en zal je hond geneigd zijn minder goed te luisteren. Als je dan het uiteindelijke komen (na lang roepen en wachten) ook nog laat volgen door boosheid en gemopper, dan heeft je hond uiteraard de volgende keer al helemaal geen prikkel meer om bij je te komen als je roept.

Volgen

Volgen betekent dat je hond netjes naast je loopt terwijl hij aangelijnd is. Uiteraard kun je ook trainen om je loslopende hond te laten volgen, maar dat is wat tegenstrijdig. Waarom zou je eerst je hond vrij geven om hem vervolgens te laten volgen? Dus richten we ons op het aangelijnd volgen.

Besef dat volgen een tijdelijk gedrag moet zijn tijdens de wandeling en dat je niet een hele wandeling van je hond mag verwachten dat hij netjes blijft volgen. Ook aangelijnd heeft je hond tijdens de wandeling wat bewegingsruimte nodig. Hij wil zijn behoeftes doen, hij wil zo hier en daar snuffelen en die ruimte moet je hem absoluut geven.

Laat je hond daarom volgen als het echt even nodig is, bijvoorbeeld als het even druk is om jullie heen, met naderend verkeer of dat er allerlei andere afleidingen zijn waar hij op af zou willen gaan. Op dat moment vraag je de aandacht van je hond en laat hem even volgen.

Om volgen aan te leren is een basisvereiste dat je hond al netjes mee kan lopen aan een slappe lijn. Als hij nog trekt aan de lijn, moet je eerst daaraan werken, voordat je met volgen kunt beginnen.

Mijn voorkeur is om het volgen links van me te doen. De reden is simpel, je loopt op een straat zonder voetpad en daar loop je als voetganger aan de linkerkant van de weg. Je wilt zorgen dat je zelf tussen je hond en het verkeer blijft, dus loopt je hond links van jou.

De beste volgpositie is dat je hond met zijn voorpoten gelijk staat met jouw benen, dus niet een stukje achter jou. De reden is simpel, je wilt je hond wel kunnen zien tijdens het volgen, maar niet op de manier dat je hond te ver voor jou uit is, hij moet een eventuele handcue van jou kunnen zien.

Aandacht van je hond op jou is de kern voor succes, als je hond alleen maar oog heeft voor alle afleidingen om hem heen, dan zal hij niet kunnen volgen. Dus begin op een rustige plek waar geen of weinig afleidingen zijn.

Breng je hond, bij voorkeur met een handcue en zonder aan de lijn te trekken, in de gewenste positie naast je. Lukt dat niet, lok hem dan met een beloning naar die positie. Hij mag gaan zitten, maar hij mag ook blijven staan, dat is voor deze oefening niet van belang.

Dan zet je één stap vooruit en zegt de naam van je hond, nog zonder commando. Als je hond ook die ene stap zet en dan samen met jou stopt, heeft hij succes en dat beloon je natuurlijk. Gaat het een tijd lang goed met één stap, dan ga je verder met 2 stappen en zo bouw je het langzaam op.

Bedenk dat je hond tijdens het volgen de hele tijd aandacht voor jou moet hebben en dat is best wel moeilijk. Je hond wil zijn aandacht graag verdelen tussen jou en wat er nog meer om hem heen is. Daarom is het belangrijk de oefening niet langer dan een paar minuten per keer te doen.

Herhaal het in elke wandeling en als je lange wandelingen maakt, dan kun je het herhalen tijdens diezelfde wandeling.

Zodra je merkt dat je boven de 5 stappen komt en je hond het nog steeds goed doet, kun je een commando aan de oefening toevoegen. Er zijn er meerdere geschikt, kies welk commando jij wilt gebruiken en hou je voortaan aan dat ene commando. Je kunt zeggen ‘volg’ of ‘volgen’ of ‘naast’ of ‘voet’. Zeg uiteraard eerst de naam van je hond en dan het commando, zo weet hij dat de opdracht voor hem is bedoeld.

Wat kan helpen om van deze oefening een succes te maken is dat je tijdens het volgen rustig tegen je hond praat, maakt niet uit waarover, maar het is dan makkelijker voor hem om zijn aandacht op jou te houden. Vooral in de situatie dat je afleidingen tegenkomt is dat belangrijk en noem dan ook een paar keer zijn naam tijdens het praten.

Als je hond tijdens de oefening te ver voor je gaat lopen, stop dan met lopen en roep hem. Gebruik bij voorkeur de handcue om hem weer in de startpositie naast je te krijgen en begin opnieuw. Oefening baart kunst en dat geldt zeker voor deze oefening. De beloning is ook heel belangrijk, want je beloont je hond in feite niet alleen voor het volgen, maar ook voor zijn niet aflatende aandacht voor jou en dat is een enorme prestatie van je hond.

Correcties tijdens het volgen

Het kan gebeuren dat tijdens het volgen je hond een ander looptempo gaat aanhouden dan jij of een andere richting kiest. Dan is er geen sprake meer van volgen, want volgen vergt de aandacht van je hond en dat hij zich aan past aan jouw tempo en dezelfde kant op loopt als jij.

De oplossing is dat je het tegengestelde moet doen van wat je hond doet. Als je hond langzamer gaat lopen, dan vang je dat op door zelf juist iets sneller te gaan lopen. Als je hond sneller gaat lopen, ga jij juist iets langzamer lopen. Als je hond de neiging heeft naar links van je weg te buigen of zelfs volledig linksaf te slaan, ga je zelf naar rechts en omgekeerd. Op die manier corrigeer je de hond dat zijn aandacht niet meer op jou was gericht. Past je hond zijn loopgedrag aan en volgt hij weer, dan beloon je hem daar natuurlijk voor.

Het initiatief kan ook van jou uitgaan. Door zelf van looptempo te veranderen, moet je hond steeds op jou letten, het is dus een manier om zijn aandacht makkelijker vast te houden.

Afslaan tijdens het volgen

Probeer je hond met een handcue aan te geven dat je de draai naar rechts wilt maken. Dit kan tijdens volgen altijd, omdat je hond vlak naast je loopt. Bij het gewoon aan de lijn lopen kan je hond wat verder van je af zijn, zodat een handcue niet lukt.

Als je hond links van je loopt, hou dan de lijn in je rechterhand vast en beweeg je linkerhand, met de rug van je hand naar de hond gericht, naar voren afbuigend naar rechts, zodat je hond ten eerste iets sneller gaat lopen (hij heeft de buitenbocht) en ten tweede de draai naar recht met je mee gaat maken.

Probeer ook nu je hond met een handcue aan te geven dat je de draai naar links wilt maken. Hou de lijn in je rechterhand en hou je linkerhand, nu met de palm van de hand naar je hond gericht, iets voor je hond en laat je hand naast je lichaam komen, zodat je hond langzamer gaat lopen (hij heeft de binnenbocht). Maak dan met je linkerhand een halve cirkel naar links, alsof je je armen spreidt, maar dan alleen de linker, zodat je hond de draai naar links met je mee gaat maken.

Wandelen

Wandelen moet gebeuren aan een slappe lijn, je hond mag de lijn niet strak trekken. Doet hij dit wel, dan is er sprake van probleemgedrag en moet je dat gedrag eerst oplossen.

Wat er tijdens een wandeling kan gebeuren is dat je hond niet als een wilde aan de lijn sleurt, maar dat hij in een iets ander tempo dan jij loopt, waardoor de lijn naar voren of naar achteren strak komt te staan. Dit is niet het probleemgedrag dat we ‘trekken aan de lijn’ noemen, maar het is wel lastig en daarom is het goed om je hond aan te leren dat hij zijn tempo moet aanpassen.

We kunnen commando’s gebruiken om zijn looptempo te beïnvloeden. Om meer tempo te maken gebruik je ‘sneller’ en om minder tempo te maken gebruik je ‘langzaam’ of ‘rustig’.

Tempowisseling

Als je hond te snel loopt, dan is het goed om dat snelle lopen eerst onder commando te brengen, voordat we hem leren langzamer te lopen. De logica hiervan is dat hij toch al te snel loopt en we het gedrag niet hoeven aan te leren, alleen nog het commando.

Dat doe je door de naam van je hond te zeggen gevolgd door ‘sneller’ en terwijl je dat zegt ga je zelf direct sneller lopen, iets sneller dan je hond doet, zodat hij zijn tempo aan jou aan moet passen. Herhaal dit geregeld totdat hij het commando kent.

Daarna ga je die oefening direct laten opvolgen door een commando om langzamer te gaan lopen. Je zegt weer de naam van je hond gevolg door ‘langzaam’ of door ‘rustig’ en terwijl je dat zegt vertraag je zelf je looptempo flink, zodat de hond de verandering direct merkt en zich erop aan kan passen. Herhaal ook deze oefening geregeld, zodat hij het commando kan leren.

Let dus op de volgorde, je begint eerst met het gedrag dat je hond al vertoont en brengt dat onder commando en dan pas het gedrag dat je wenst. Als je hond dus tijdens de wandelingen te langzaam loopt, ga je beginnen dat langzame lopen onder commando te brengen en daarna pas het sneller lopen.

Als je hond beide commando’s kent is het goed om tijdens de wandelingen deze commando’s te oefenen, ook op momenten dat je hond in hetzelfde normale tempo met je meeloopt, je kunt dan sowieso gaan versnellen of vertragen. Wissel gewoon steeds het tempo naar langzaam, normaal en snel.

Je wandelingen zullen prettiger worden als je het looptempo van je hond kunt sturen. Er zijn ook bijkomende voordelen, ten eerste dat je hond meer aandacht voor je krijgt en ten tweede dat je ook bij ander gedrag, zoals het hier komen, je hond de opdracht kan geven sneller te komen.

Pakken en Afblijven

Pakken en afblijven horen bij elkaar en zijn het beste in een gecombineerde oefening aan te leren. We maken als eerste gebruik van de natuurlijke neiging van de hond om te pakken wat hij graag wil hebben en geven daar het commando ‘pakken’ bij.

Neem een beloning in je hand, zeg de naam van je hond gevolgd door ‘pakken’ en laat hem de beloning van je hand opeten. Dit hoef je maar een paar keer te herhalen, uiteraard niet om hem te leren de beloning te pakken, maar om het commando ‘pakken’ eraan te koppelen.

Neem dan weer een beloning in je hand, zeg de naam van je hond gevolgd door ‘afblijven’. Sluit je hand om de beloning, zodat je hond er niet bij kan. Hij zal dat uiteraard wel proberen door aan je hand te likken en met zijn bek of poten te proberen je hand te openen. Doet hij dit te wild, roep dan ‘au’, keer je hond de rug toe en negeer hem een tijdje, een halve minuut is wel genoeg.

Op het moment dat je hond stopt met zijn pogingen je hand te openen en hij zich terugtrekt, zeg je zijn naam gevolgd door ‘pakken’. Open dan je hand en laat je hond de beloning opeten.

Zorg dat je deze oefeningen als combinatie herhaalt, dus dat je hond de ene keer de beloning direct mag pakken op het commando ‘pakken’ en dat hij de andere keer eraf moet blijven, bij het commando ‘afblijven’. Maak daarbij met kleine stapjes de tijd langer tussen het moment dat de hond stopt met proberen je hand te openen en het moment dat je hem toestemming geeft de beloning te pakken. Een wachttijd van ongeveer 10 tellen is een prima resultaat.

Zodra je hond in staat is 10 tellen te wachten (eraf te blijven), moet hij dat ook gaan leren als je de beloning in je geopende hand hebt. Zeg weer duidelijk zijn naam gevolgd door ‘afblijven’. Het doel is bereikt als je een beloning op elke willekeurige plek kunt neerleggen met het commando ‘afblijven’, totdat je de beloning weer oppakt en met het commando ‘pakken’ aan hem geeft.

Vastpakken en Loslaten

Ook deze beide commando’s horen bij elkaar en  zijn geschikt voor een gecombineerde oefening. Wat je nodig hebt is een spelvoorwerp dat jij en je hond tegelijk vast kunnen houden. Een trektouw is ideaal. Uiteraard moet je hond al wel bekend zijn met het trekspel, anders zegt het touw hem niets.

Zorg dat je hond het touw in de bek neemt en hou zelf het touw goed vast. Je hond mag het touw niet voor zichzelf krijgen, want dan ben jij degene die los heeft gelaten en dat is niet de bedoeling.

Speel even het spel door allebei aan het touw te trekken. Op een gegeven moment hou je op met het bewegen van het touw en geeft mee met je arm, zonder het touw los te laten. Je hond zal dan het trekken van zijn kant staken en staat rustig met het touw in zijn bek. Zo is het spel voor hem niet meer interessant en hij zal op een gegeven moment geneigd zijn het touw los te laten. Op dat moment zeg je ‘los’ of ‘loslaten’. Beloon je hond met iets lekkers.

Als je hond het touw niet uit zichzelf loslaat, gebruik je een beloning die je voor zijn neus beweegt. Je hond zal dan gaan voor de beloning en het touw loslaten. Geef het commando en beloon met de beloning.

Daarna laat je hem het touw weer in de bek nemen en geeft het commando ‘vast’ of ‘vastpakken’. De beloning is het hebben van het touw en het weer starten van het trekspel. Als je hond het touw niet gelijk weer pakt, maak het dan interessanter door het touw snel over de vloer te bewegen.

Zodra deze oefening een aantal keren goed is gelukt, draai je het om. Je geeft eerst het commando ‘los’, wacht tot de hond gehoorzaamt en beloont dan. Daarna geef je eerst het commando ‘vast’ en laat hem het touw pakken.

Gaat ook dat goed, dan is de volgende stap dat je ook zelf het touw loslaat. Het ligt dan op de vloer en je hond mag het niet opeisen na het commando ‘los’. Lukken al deze oefeningen goed, dan kun je het voorwerp veranderen. Gebruik een bal in plaats van een touw of een stok in het bos.

Apporteren

Apporteren is een spel dat je hond moet leren, want het is een combinatie van opdrachten die hij in één commando moet samenvoegen. Hij moet naar een voorwerp gaan, hij moet het voorwerp vastpakken, hij moet weer bij jou terug komen en daar moet hij het voorwerp loslaten. Al deze opdrachten heb je als het goed is je hond afzonderlijk al aangeleerd. Nu is het de stap om ze bij elkaar te brengen.

Als apporteren op de juiste manier wordt aangeleerd, heeft je hond er veel plezier in en levert het hem ook veel op. Het enige offer dat je hond moet brengen is het voorwerp afgeven nadat hij het opgehaald heeft, dat is dan ook het onderdeel dat je het sterkst moet belonen. Begin het oefenen met apporteren op een plek met weinig afleiding, geef je hond de maximale kans zich goed te kunnen concentreren.

Er komt veel kijken bij het aanleren van apporteren. Het is een vrij specialistische oefening en ik verwijs voor de in mijn ogen beste methode om het aan te leren graag naar Hondenschool Online.

Zoeken

Het commando ‘zoeken’ kun je het beste aanleren met een beloning. Die leg je op ongeveer een meter van je hond ergens neer, terwijl hij ziet wat je doet. Hij moet wel even op zijn plaats blijven, staand of zittend, dat maakt niet uit. Het commando ‘stoppen’ of ‘wachten’ kent hij al, dus gebruik het.

Dan geef je toestemming aan je hond om in beweging te komen en omdat het logisch is dat je hond direct recht op de beloning af gaat, geef je het commando ‘zoeken’. Zodra hij de beloning heeft gevonden en natuurlijk op heeft gegeten, prijs je hem voor het vinden van de beloning.

Dit herhaal je een aantal keren, niet om de hond te leren de beloning te vinden, dat lukt hem sowieso wel, maar om hem dat te laten doen op het commando ‘zoeken’, zodat het woord bij hem bekend wordt.

Lukt dat goed, dan ga je de beloning vervangen door een speeltje waar je hond graag mee speelt. Dat kan een balletje zijn, een knuffeltje, enz. Zodra je hond bij het speeltje is beloon je hem, niet alleen met woorden en een beloning, maar ook door hem even met zijn speeltje te laten spelen. Ook deze oefening ga je een aantal keren herhalen.

Misschien nam je hond het speeltje direct al in de bek, misschien heb je het hem aangeboden. In het laatste geval is de volgende stap dat hij het speeltje in de bek neemt. Daarna kun je het speeltje op steeds iets grotere afstand verstoppen, eerst nog wel in het zicht van je hond, maar later ook buiten zijn blikveld.

Met een beloning en een speelgoedje is het voorspelbaar dat je hond gaat zoeken. Daarom is het belangrijk dat je vooral goed het commando aanleert, zodat je de laatste stap kunt maken naar andere voorwerpen, die voor je hond niet direct interessant zijn.

Zoeken is voor alle honden een geweldig spel. Drukke honden kunnen hun energie goed kwijt en onzekere honden krijgen meer zelfvertrouwen door het zelfstandig zoeken, werken en denken. Door het te zoeken voorwerp steeds in het zicht van de hond te leggen kan hij makkelijk succes hebben en dat sterkt zijn zelfvertrouwen, zodat hij de overstap kan maken naar speuren.

Speuren

Speuren is een vervolg op zoeken. Het verschil is dat je nu niet meer laat zien waar je iets verstopt. Daardoor moet je hond zijn beste wapen inzetten, zijn neus.

Speuren kun je het beste buiten doen met je hond los van de lijn. Dat betekent dat je wel je hond al goed onder controle moet hebben en hij in staat is ook los van de lijn je commando’s op te volgen. Verder is het nodig dat je hond het apporteren al beheerst, want het is wel de bedoeling dat hij het gevonden voorwerp naar jou toe brengt en afgeeft. Uiteraard zoek je een plek uit waar geen afleiding is.

Je hebt een voorwerp nodig met een geur die hij kent of die zeer aanlokkelijk voor hem is. Je kunt denken aan een lekkere beloning, maar dan wel zo dat hij die bij het vinden niet op kan eten. Het is de bedoeling dat hij het gevonden voorwerp naar jou toe brengt. Een beloning die in een gesloten bakje met gaatjes verpakt is waar de geur doorheen kan dringen is dan ideaal.

Je kunt ook kiezen voor het favoriete speeltje van je hond, dat zal hij zeker ook op geur herkennen. Nog een andere mogelijkheid is iets met jouw geur, een gedragen shirt bijvoorbeeld dat je in dat gesloten bakje doet.

Net als bij leren zoeken begin je dichtbij en zodra dat goed gaat leg je het bakje verder bij hem weg. Heeft hij nog steeds succes, dan is het tijd het bakje ergens achter te verstoppen, nog niet direct te moeilijk en nog niet te ver van hem af. Zorg dat je het succes van je hond steeds rijkelijk beloond, dat is zijn motivatie om het spel te leren, tot het moment waarop het spel zalf voor hem de beloning is.

Doe deze oefening op verschillende plaatsen en maak de afstand steeds iets groter. Daardoor zal je hond steeds meer zijn neus gaan gebruiken en dat is precies wat we willen bereiken. Pas goed op dat je het niet te snel te moeilijk maakt, want om plezier in het speuren te hebben, is het voor je hond heel belangrijk dat hij succes heeft en het bakje vindt.

Pootje geven

Er zijn een aantal kunstjes en pootje geven is toch wel de meest bekende. Het is voor je hond een beweging die totaal onlogisch voor hem is, honden schudden geen pootjes. Pootjes zijn om mee te lopen en te krabben.

Je kunt je afvragen of het zinvol is het geven van een pootje aan te leren. Het laatste dat je moet willen is je hond tot een soort van circusartiest te maken. Daarom moet je er wel goed op letten of je hond zelf plezier heeft aan dit soort oefeningen.

Begin met je hond te laten zitten, een staande of liggende hond kan geen pootje geven. Dan geef je het commando ‘pootje’ en til je voorzichtig zijn rechter voorpoot op en hou die even vast met je rechterhand. Terwijl je dat doet beloon je hem. Dan ga je dit een paar keer herhalen. Niet te vaak achter elkaar herhalen, laat je hond dan tussendoor even vrij bewegen.

Tot zo ver heeft je hond dus eigenlijk niets uit zichzelf hoeven doen. Hij hoort het commando’s en jij tilt zijn pootje op. Zodra je de indruk hebt dat je hond begrijpt wat je met het commando bedoelt, spreek je het uit, maar pakt niet zelf zijn poot. Wacht tot hij tenminste zijn poot optilt en beloon die actie.

Ga dan terug naar de vorige oefening waarin je zelf zijn pootje pakt. Hij leert dan de link te leggen dat je zijn poot in jouw hand wilt voelen. Dan weer wisselen naar alleen het commando geven en wachten tot je hond zijn pootje niet alleen optilt, maar ook naar jou uitsteekt. Dan leg je jouw hand onder zijn pootje en beloont hem.

Zo werk je door totdat jij je hand voor je hond kunt houden en hij uit zichzelf zijn poot in jouw hand legt. Maak dat niet te lastig, hou je hand dus niet te ver weg, het gaat er uiteindelijk om dat de hond reageert door zijn poot in jouw hand te leggen.

Gedrag training 1
Terug naar: Gedrag van hond en puppy
Doorgaan met: Special over hond en probleemgedrag

Blogs over gedrag

Reacties zijn gesloten.