Gedragsspecial 1 hoe honden leren

Gedragsspecial 1 hoe honden leren

Inleiding

In deze special over het leerproces en de lichaamstaal van je hond gebruik ik voor je hond “hij” in het beschrijven van de oefeningen.

Om je hond met succes op te voeden en te trainen, zijn er enkele voorwaarden waaraan eerst voldaan moet zijn. De eerste is dat je hond zich goed voelt en geen stress ervaart. Een hond met stress is niet in staat om te leren. De tweede is dat je de aandacht van je hond hebt.

Je hond is rustig en stabiel als in zijn basisbehoeften is voorzien. De lichamelijke behoeften zijn vervuld. Je hond voelt zich veilig en zeker.

Gedrag leren 1

Leren met beloningen

Bij het trainen van je hond maak je gebruik van beloningen. Als je hond doet wat jij graag wilt ga je belonen. Als je hond niet doet wat je wilt, dan geef je geen beloning, maar je corrigeert ook niet. Je gaat dan de oefening iets makkelijker maken, zodat je hond met kleine stapjes steeds meer leert om te doen wat jij wilt en je hem dus steeds kunt belonen.

Belangrijk is dat je hond zoveel mogelijk succes kan hebben met de oefeningen en dat hij de laatste oefening altijd met succes afrondt. Daarom moet je altijd stoppen met oefenen zolang je hond nog aandacht heeft en laat merken met plezier te leren. Als je hond zijn aandacht verliest, ben je al te lang doorgegaan en eindigt het oefenen niet met succes.

Zodra je hond de oefening goed doet, is het belangrijk dat je direct de beloning geeft, zodat hij de beloning aan het goed doen de oefening kan koppelen. Dit noemt men positieve bekrachtiging. Om de timing van het belonen makkelijker te maken, kun je in plaats van direct belonen een clicker of beloningswoord gebruiken.

Een clicker heeft de voorkeur, die klinkt altijd hetzelfde en de timing kan perfect. Het gebruik van een clicker is dan het eerste dat je jouw hond aanleert. Hij zal snel in de gaten hebben wat de betekenis is. Vervolgens moet je bij elke goed uitgevoerde oefening direct met de clicker een klik geven. Je hond koppelt dat dan aan de oefening en weet dat de beloning snel komt.

Om te belonen moet je altijd wat lekkers bij je hebben. Hondensnoepjes, treats en kleine stukjes kaas of worst zijn het makkelijkst. Zorg wel voor gezonde beloning en kies geen troep met geur- kleur- en smaakstoffen. Gedoogd rauw vlees is de beste beloning. Het is vergelijkbaar met zijn dagelijkse vers vlees voeding.

Je hond met woorden prijzen en met je hond spelen zijn ook beloningen. Spel is echter niet geschikt om bij ieder stapje in de opbouw van de oefeningen te doen, omdat het de concentratie van je hond verstoort. Als je een oefening voor de laatste keer succesvol hebt herhaald, kun je wel afsluiten met spel.

De beloning is voor de hond de motivatie om te doen wat wij van hem vragen, want we willen graag gedrag zien dat voor de hond niet vanzelfsprekend of interessant is.

Denk eraan de oefeningen te herhalen, eerst op dezelfde plek onder dezelfde omstandigheden en daarna op wisselende plekken in andere omstandigheden. Bedenk dat je hond iets dat hij in huis heeft geleerd niet automatisch ook buiten doet, hij zal het op die nieuwe plek opnieuw moeten leren. Hetzelfde geldt voor andere afleidingen om hem heen.

Deze manier van oefenen en trainen gaat niet uit van een hond die gedwongen wordt om aan je opdrachten te gehoorzamen, maar van samenwerking met de hond. Zo maak je het oefenen zo leuk mogelijk voor beiden.

Door de training van je hond op deze manier te benaderen ben je eigenlijk altijd bezig met trainen, in huis tijdens spel, tijdens de wandeling buiten, alles wat je samen doet met je hond heeft ook een element van leren in zich. Voor je hond en ook voor jezelf.

Correcties tijdens training

Over correcties zijn de meningen van de deskundigen verdeeld. De één is fel tegen elke vorm van correctie. Zelfs een keer “nee” zeggen tegen een hond gaat al te ver volgens die mening. De ander vindt correcties prima, zelfs tijdens trainingen.

Volgens mij hebben correcties in trainingen een averechts effect. Je hond moet met plezier kunnen oefenen en heeft daarbij kalmte en concentratie nodig om iets te leren. Correcties veroorzaken altijd en bepaalde mate van stress en dat verbreekt de concentratie, maakt je hond onrustiger en neemt het plezier weg. Dus leren door middel van correcties werkt niet goed.

In het dagelijkse gedrag van je hond kan volgens mij een verbale correctie soms nodig zijn. In alle rust en zonder verbaal of fysiek geweld “nee” zeggen als hij bijvoorbeeld iets van de tafel af wil pakken vind ik niet verkeerd. De betekenis van het woord “nee” kan op een positieve manier worden aangeleerd, zodat je hond er geen stress door krijgt, maar wel weet dat hij iets van plan was dat we liever niet zien gebeuren. Acties als slaan en zo zijn natuurlijk wel uit den boze.

Als ik met mijn honden wandel en ze zijn los van de lijn, dan hebben ze geleerd links te blijven lopen. Het woordje “links” is bekend. Als ze toch naar rechts van me gaan zeg ik op een rustige en toch strenge manier “nee” en ze wandelen weer naar links. Uiteraard heb ik het links lopen regelmatig beloond bij het aanleren van het woord en af en toe beloon ik nog steeds als ze het keurig doen.

Belonen van goed gedrag

Zoals ik al eerder opmerkte is het een beetje vreemd dat mensen vaak geen aandacht geven aan goed gedrag van hun honden, maar direct geneigd zijn (verbaal) te corrigeren als het gedrag ongewenst is. Er is een leuke oefening om juist aan het goede gedrag aandacht te geven en het te belonen. Bedenk dat de hond zich bijna altijd goed (niet slecht) gedraagt, dus het is heel makkelijk deze oefening te doen.

Oefening:
In huis ga je naar je hond toe en zodra er aandacht voor elkaar is ga je hem belonen met iets lekkers, zoals stukjes gedroogd vlees. Geef de beloning uit je hand en leg het niet op de grond. Praat dan rustig en vriendelijk tegen je hond en beloon hem opnieuw. Ga hier een minuutje mee door.

Tijdens de wandeling kan dit ook. Blijf af en toe even stilstaan, zoek de aandacht van je hond en beloon. Praat even rustig tegen hem en beloon opnieuw. Ook hier de beloning uit de hand geven, er een minuutje mee doorgaan en dan verder wandelen. Later in de wandeling doe je dat nog eens en nog eens.

Op deze manier krijgt het goede gedrag de aandacht en de beloning. Als je alleen reageert op slecht gedrag zal je hond, die graag je aandacht krijgt, juist meer van dat slechte gedrag gaan vertonen.

Gedrag aanleren

Een hond leert door de directe gevolgen van zijn gedrag. Gebeurt er iets positiefs (zoals een beloning), dan zal hij dat gedrag vaker laten zien. Gebeurt er iets negatiefs of helemaal niets, dan zal een hond het gedrag steeds minder gaan vertonen en er uiteindelijk helemaal mee stoppen.

Denk even terug aan wat met gedrag wordt bedoeld. Gedrag is alles wat je hond doet, zoals lopen, rennen, zwemmen, eten, drinken, zitten, liggen, staan, bijten, likken, jagen, vechten, paren, plassen, poepen, graven, springen, grommen en blaffen. Ook niets doen is gedrag. Het is dan aan ons de keuze welk gedrag we willen bekrachtigen en welk gedrag we liever niet zien. Besef wel dat bepaald gedrag afleren lastig is. Het is makkelijker om ongewenst gedrag te vervangen door gewenst gedrag.

Gedrag dat je hond zelf leuk vindt en dat hem een beloning oplevert, zal hij snel aanleren. Gedrag dat je hond niet zo leuk vindt, of waar hij het nut totaal niet van inziet, kun je het beste aanleren door het te laten volgen door gedrag dat hij wel leuk vindt. Je hond is prima in staat om te gaan begrijpen dat het één volgt op het ander. Dus als je hond een trekspel met een touw geweldig leuk vindt, dan kun je dat vooraf laten gaan door een gedrag dat je graag van hem wilt zien, bijvoorbeeld dat hij eerst moet gaan zitten, voordat het spel begint.

Naast het belonen met iets lekkers, met spel of iets anders dat je hond als beloning ervaart, moet je ook zorgen dat je steeds verbale complimenten geeft. Zeg dat hij het goed doet, geweldig doet, dat hij super zijn best doet of in welke bewoordingen dan ook. Je stemgeluid is bepalend voor hoe de hond je complimentjes ervaart, dus klink zo enthousiast mogelijk als hij een oefening goed doet.

Het aanleren van gedrag gaat het best door het gewenste gedrag uit te lokken bij je hond, te wachten op de reactie van je hond en hem dan te belonen voor het gedrag.

Gedrag afleren

Er zijn gedragingen waar je direct op wilt (moet) ingrijpen, bijvoorbeeld als je hond op het punt staat je boterham van tafel te pakken of je schoenen als kluif te gebruiken. Andere gedragingen zijn minder urgent en je kunt negeren gebruiken als methode om het gedrag af te leren, bijvoorbeeld als de hond jankt of blaft als je even zonder hem naar buiten gaat of als de bel gaat.

Ingrijpen:
Om in te grijpen op ongewenst gedrag kun je het beste iets gebruiken dat verstorend werkt op hetgeen je hond van plan is. Zelf heb ik een klein blikje met een paar fietskogeltjes erin en het dekseltje is dichtgeplakt. Zodra ik zie dat mijn hond iets van tafel wil pakken, dan gooi ik dat blikje naast hem op de grond. Hij schrikt iets, maar niet zo dat hij er stress van krijgt. Het is net genoeg om het gedrag te voorkomen.

Belangrijk hierbij is ten eerste dat je hond de verstoring niet aan jou of aan iemand anders kan koppelen. Weet je hond namelijk dat jij de verstoring veroorzaakte, dan zal je hond leren het verkeerde gedrag niet te vertonen in jouw bijzijn. Ten tweede is het belangrijk dat je direct iets nuttigs gaat doen met je hond, een bepaalde oefening, een spel of wat dan ook. Zo is er voor je hond vervangend gedrag in plaats van het ongewenste gedrag.

Negeren:
Bij ongewenst gedrag waarop we niet direct hoeven in te grijpen, kunnen we de methode van negeren toepassen. Door het ongewenste gedrag te negeren en aandacht te geven aan het gewenste gedrag, leert je hond dat het ongewenste gedrag hem niet oplevert wat hij graag wil, namelijk aandacht. Zodra je ziet dat je hond het ongewenste gedrag staakt en zich weer goed gedraagt, geef je hem aandacht en beloning.

Belangrijk hierbij is dat je het ongewenste gedrag volledig negeert. Je zegt dus niets tegen je hond, je kijkt niet naar je hond en je raakt je hond niet aan. Dus als je hond jankt, blaft, tegen je opspringt of wat dan ook, dan negeer je hem volledig. Zodra hij stil is, rustig staat, zit of ligt, dan geef je hem alle aandacht en beloon je hem.

Wat vaak gebeurt is dat tegen de blaffende hond ‘stil’ wordt geroepen of tegen de opspringende hond ‘laag’ of ‘af’ of ‘zit’ wordt geroepen. Woorden die de hond misschien nog niet eens kent als commando en ook al kent hij ze wel, dan nog is hij in een staat van opwinding, waardoor de opdrachten op dat moment niet het gewenste effect hebben. Dan ontstaat het hele rijtje van irritatie, frustratie, mopperen, correctie, bestraffing, enz.

Doordat je niets zegt of doet, kan je hond ook niet ongehoorzaam zijn. Zodra hij gedrag laat zien dat wel gewenst is (zelfs al is dat uit pure verveling gaan zitten), dan beloon je dat gedrag. Het kan misschien even duren voordat het gewenste gedrag er is, maar dat geduld is nodig in het leerproces van je hond.

Gedrag verbeteren

Bij het aanleren van gedrag is het belangrijk dit op meerdere plekken te doen en in wisselende omstandigheden. Je hond leert dan ondanks allerlei afleidingen precies dat te doen wat jij van hem verwacht en je hebt het gewenste gedrag steeds direct beloond. Zodra die basis er is en je hond het gewenste gedrag laat zien zodra jij hem daar opdracht toe geeft, dan kun je met hele kleine stapjes het gedrag verder verbeteren.

Dit doe je als eerste door de afstand tussen jou en je hond groter te maken op het moment dat je met hem oefent, bijvoorbeeld dat hij op commando gaat zitten. Bij het aanleren van het gaan zitten zal je hond vlak bij je staan. Beheerst hij dat goed, dan kun je gaan oefenen dat hij ook op commando gaat zitten als je verder van hem af bent.

Bouw het vergroten van de afstand heel langzaam op. Je hond zal altijd de neiging hebben om dichter naar je toe te komen en dat kan zijn aandacht voor je commando verstoren. Je hond moet zich dus wel rustig voelen op de afstand die er tussen jullie is, daarom moet je deze afstand met hele kleine stapjes groter maken.

Het tweede verbeterpunt is de duur van de oefening. Je hond heeft geleerd bepaald gedrag op commando te tonen, maar hoe lang moet hij dat gedrag tonen voordat je hem beloont? Bij gedrag dat je hond inmiddels goed beheerst, bijvoorbeeld overal gaan zitten zodra je dat tegen hem zegt, dan ga je met kleine stapjes steeds iets langer wachten voordat je hem de beloning geeft.

Als je te snel gaat of te grote stappen ineens zet, dan zal je hond vaker de oefening niet met succes kunnen afsluiten en dan loop je het risico dat je hond het opgeeft en dat jij je gaat ergeren omdat het niet lukt. Hou altijd in gedachten dat oefenen voor zowel jou als voor je hond leuk moet zijn.

Aandachtsoefeningen

Een voorwaarde om je hond ook maar iets te kunnen leren is het hebben van zijn aandacht. Zonder aandacht steekt je hond niets van je op. Logisch daarom dat de eerste oefening is je hond te leren aandacht voor jou te hebben. Voor elke oefening die hierna komt is het uitgangspunt dat je pas iets gaat oefenen met je hond als hij naar je kijkt.

Gedrag leren 2

Aandacht is makkelijk aan te leren. Er zijn een paar oefeningen om dat te bereiken. Elke oefening moet je een aantal keer herhalen en uiteraard wordt de aandacht steeds beloond. Let wel op dat je alleen de aandacht beloont, al is die er maar even. Al het andere goede gedrag is prima, maar de beloning is voor de aandacht die je hond aan je geeft. Stel dat je hond braaf gaat zitten, maar niet naar je kijkt. Dan beloon je dus niet. Voor het belonen ga je bij voorkeur een clicker gebruiken.

Gebruik van de clicker

Uit de oefening over het belonen van goed gedrag heeft je hond geleerd dat het normaal is de beloning uit je hand te krijgen. Dan is het een goed moment om de clicker toe te voegen. Je houdt de beloning in je gesloten hand, je hond zal volle aandacht voor je hand hebben. Dan klik je met de clicker en beloont direct door je hand te openen. Op die manier gaat je hond de koppeling maken tussen het klikgeluid en de beloning. De timing van het juiste beloningsmoment is dan veel makkelijker. Je klikt op het moment van het gewenste gedrag en je hond weet dat de beloning komt. Denk er wel aan dat klikken altijd betekent dat je de hond beloont, dus ook als je per ongeluk klikt.

Doe dit een aantal dagen en test dan of de hond de clicker begrijpt door als hij iets anders doet (snuffelen, liggen) een keer te klikken. Als hij direct komt voor zijn beloning heeft hij door hoe het werkt. Doe dit testen verder niet meer, want de clicker is bedoeld om gewenst gedrag te belonen en niet om zomaar te belonen.

Waar ik vanaf nu over belonen spreekt, bedoel ik het bevestigen met de clicker en vervolgens geven van de beloning.

Aandacht zonder afleidingen

Het is belangrijk om met aandachtsoefeningen te beginnen zonder afleidingen. Zo geef je de hond de maximale kans om te begrijpen wat de bedoeling is.

Oefening:
Geef de hond iets lekkers en laat hem zien dat je nog meer in je hand hebt. Draai je dan om zodat je met de rug naar je hond staat. Zeg niets, doe niets, maar wacht tot je hond in beweging komt, uit zichzelf weer voor je komt staan (of zitten) en naar je kijkt.

Afhankelijk van de hond kan het even duren, maar uiteindelijk komt elke hond in beweging. Beloon direct (klikken en belonen) en herhaal de oefening meerdere keren op meerdere plekken, zowel binnen als buiten.

Oefening:
Laat je hond iets lekkers zien en leg het buiten bereik van de hond ergens neer waar hij het wel kan zien liggen. Je hond zal eerst een tijdje staren naar het lekkers en daarna zal hij naar jou kijken. Klik direct en geef de beloning. Doordat je hond de clicker kent, weet hij dat de beloning komt en geeft het niet dat het een paar tellen duurt om de beloning te pakken en te geven. Herhaal deze oefening meerdere keren.

Oefening:
Laat iemand anders het lekkers in de hand houden, buiten bereik van de hond, maar wel goed zichtbaar voor hem. Zeg niets, de hond zal weer een tijdje staren en dan naar jou kijken. Zorg dat jij hem op dat moment beloont, want het gaat om de aandacht voor jou. Dus je klikt en geeft zelf een beloning. Herhaal deze oefening een aantal keren.

Oefening:
Tijdens de wandelingen zal je hond regelmatig even stoppen om te snuffelen. Zodra hij uitgesnuffeld is, zal hij weer verder willen lopen. Blijf dan staan en wacht tot je hond naar je kijkt. Beloon de aandacht en herhaal deze oefening op momenten dat je hond ergens gestopt is om te snuffelen en weer verder wil lopen. Het belonen kan in deze oefening betekenen dat je hem met woorden prijst en verder loopt. Want verder lopen is wat je hond graag wil na het snuffelen. Gebruik je alleen woorden, gebruik dan de clicker niet. Die is gekoppeld aan voerbeloning.

Begin deze oefening op een rustige plek, herhaal het eerst geregeld op rustige plekken en breidt het daarna langzaam uit naar plekken met meer afleiding.

Oefening:
Neem wat lekkers in je hand en geef je hond iets lekkers zodra hij een seconde naar je kijkt. Herhaal dat een paar keer en probeer dan 2 seconden te wachten met belonen en vervolgens 3 seconden. Overvraag je hond niet, de wachttijd moet je met kleine stapjes opvoeren en altijd stoppen met de oefening na een succes.

Aandacht tijdens afleidingen

Tijdens een wandeling met je hond kom je allerlei afleidingen tegen, waar je hond erg veel aandacht voor heeft. Het is natuurlijk gedrag van je hond dat hij reageert op allerlei prikkels om hem heen. Soms zijn het geurtjes die zijn aandacht volledig opeisen, soms zijn het dingen zoals voertuigen die voorbij rijden en soms zijn het mensen zoals spelende kinderen of dieren zoals andere honden.

Om de aandacht terug op jou te krijgen en je hond te laten wennen aan al die gebeurtenissen, kun je de volgende oefening doen.

Oefening:
Ga een paar keer rustig ergens zitten en geef je hond de kans de omgeving in zich op te nemen. Zodra er iets gebeurt dat om de aandacht van je hond vraagt, ga je op dat moment de hond belonen. Zo gaat hij de gebeurtenis aan iets leuks koppelen. Stop met belonen zodra de omgeving weer rustig is.

Het belonen kan in dit geval zeker ook inhouden dat je zelf met je hond gaat spelen, bijvoorbeeld een trekspel met een touw, want spel met jouw aandacht op hem is een prima beloning en een trekspel richt de aandacht van de hond nog meer op jou. Doe dit gedurende een week tijdens de wandelingen.

Aandacht gekoppeld aan de naam

Je gaat je hond leren om zijn onverdeelde aandacht aan jou te geven zodra je zijn naam zegt. Bij het zeggen van de naam van je hond is het de bedoeling dat je hond oogcontact met jou maakt. Begin hiermee op een plek met weinig afleiding en zorg dat je hond rustig is. Een hond die opgewonden en enthousiast is heeft te weinig concentratie op de oefening.

Oefening:
Hou wat voerbeloning in je hand en zeg de naam van je hond. Probeer dat op een vrolijke toon te doen. Zodra je hond oogcontact maakt beloon je hem. Herhaal dit een aantal keren, maar niet te snel achter elkaar, geef je hond tussendoor ook wat ruimte voor afleiding. Als je hond behalve jou aankijken ook naar je toe komt als je roept is dat prima. Het hoeft niet, maar het mag wel.

Geef je hond bij deze oefening wel even de tijd om te reageren, maar als je hond echt niet reageert als je zijn naam zegt, dan is hij waarschijnlijk ergens door afgeleid. Probeer dan om niet zijn naam te herhalen, maar met liefkozende naampjes alsnog zijn aandacht te trekken.

Oefening:
Je hond weet dat je iets lekkers in je hand hebt en dat is voor hem de grootste motivatie. Maar als de vorige oefening goed gaat, dan ga je een stap verder. Je houdt het voer niet in de hand, maar in een broekzak of beloningstasje. Roept weer je hond en wacht op oogcontact. Geef je hond hier wel even rustig de tijd voor. Zodra je hond oogcontact maakt, klik je met de clicker. Vooral in deze oefening is de juiste timing heel belangrijk. Pak dan wat voer en beloon je hond.

De kans bestaat dat je hond zoekt naar de beloning, het is namelijk nieuw dat die buiten beeld is. Doe en zeg dan helemaal niets, maar geef je de hond een minuutje de tijd om alsnog jou aan te kijken. Gebeurt dat niet, roep hem dan nogmaals, eventueel gevolgd door een liefkozend naampje. Beloon hem alleen als hij jou aankijkt. Is er geen oogcontact, dan volgt er geen klik en geen beloning.

Deze oefening vergt veel van je hond en daarom  moet je deze met veel geduld doen en ook vaak herhalen. Doe dit totdat je hond niet meer naar je hand gaat kijken maar alleen nog oogcontact maakt. Hij moet dus snappen dat jij alleen bij oogcontact klikt en beloont. Het uiteindelijke doel is dat je hond altijd reageert als je zijn naam zegt, ondanks dat je geen (zichtbare) beloning voor hem hebt en ondanks dat er afleidingen zijn die concurreren om de aandacht. Voor het training van dat laatste is de volgende oefening geschikt.

Oefening:
Zorg dat je hond voor je staat (of zit), zeg zijn naam en zodra hij oogcontact met je maakt beloon je hem. Laat vervolgens iemand de kamer binnenkomen of de hond van opzij benaderen. Het is bijna zeker dat je hond zich zal draaien om naar de andere persoon te kijken.

Zodra dit gebeurt, moet die andere persoon zich omdraaien en geen interesse tonen in de hond. Dan roep jij opnieuw de naam van de hond en als je hond ook dan jou aankijkt (en de andere persoon dus negeert ) beloon je hem.

Ook deze oefening is erg moeilijk voor de hond en vraagt veel geduld. Je mag ook niet verwachten dat het direct helemaal lukt. Het is natuurlijk gedrag van je hond dat hij zijn aandacht op de nieuwe omstandigheid richt. Doet je hond deze oefening met succes, dan mag je gerust meervoudig belonen, iets lekkers, complimentjes en zijn favoriete spel. Zorg altijd dat je er voldoende tijd tussen laat voordat je deze oefening gaat herhalen.

Oefening:
Deze oefening is net als de vorige, met als enige verschil dat de andere persoon dichterbij je hond moet komen, zodat je hond die persoon kan besnuffelen. Roep pas op dat moment je hond bij naam en zodra hij je aankijkt beloon je hem weer uitbundig.

Deze oefening kun je natuurlijk steeds moeilijker maken, door meer personen om de hond heen te laten en door op andere plekken te oefenen waar nog meer afleiding is. Als je hond op het punt komt dat hij alle afleiding laat voor wat het is en zijn aandacht op jou richt, dan heb je de basis bereikt waarop je de hond alles aan kunt leren wat je maar wilt.

Oefening:
Als je hond zo ver is dat je steeds zijn volle aandacht krijgt, kun je weer een stap verder. Je neemt nu wel weer voerbeloning in je hand. Deze keer is dat bedoeld als afleiding. Wacht weer op oogcontact en zodra dat contact er is klik je en beloon je die aandacht.

Ga dan in kleine stapjes het moment van klikken uitstellen, dus laat je hond langer oogcontact maken alvorens te belonen.
Weer een stap verder is dat je tijdens dat oogcontact je arm gaat bewegen met de hand waarin je de voerbeloning hebt. Kijk of het je hond lukt het oogcontact met jou vast te houden.

Gaat ook dat goed, dan is de volgende stap om je hond uit te dagen met de voerbeloning in de open hand. Hou de hand met de beloning voor hem. Blijft hij oogcontact vasthouden, beloon hem dan uitbundig met voerbeloning, maar ook met aanhalen en spel.

De laatste stap is extra prikkels toevoegen. Dat mag van alles zijn waarvan je verwacht dat je hond er interesse in kan tonen. Het doel is dat je hond bij het horen van zijn naam altijd oogcontact met jou gaat maken en dat ook blijft vasthouden.

Maak er een punt van om samen met je hond plezier te hebben in deze oefening en de aandacht die je aan elkaar geeft. Dat schept een enorm sterke band tussen jou en je hond.

Handcue

Een handcue wil niets anders zeggen dan een beweging met je hand maken waar je hond op reageert. In feite zijn de meeste oefeningen om gedrag aan te leren zodanig van opzet dat je er al een bepaalde beweging met je hand bij maakt.

Je hond leert niet alleen het commando dat je geeft, maar vooral het gebaar dat je erbij maakt. Lichaamstaal is namelijk heel belangrijk voor honden. Je houding, je beweging, hoe je kijkt, dat alles zegt een hond meer dan gesproken woorden. In de special over commando’s en opdrachten komt ook de handcue aan bod.

Lichaamstaal

Elke hond gebruikt zijn lichaam om te laten zien hoe hij zich voelt. Honden kunnen alle emoties hebben die wij als mensen ook kennen. Ze kunnen blij en vrolijk zijn, ze kunnen verdrietig zijn, ze kunnen boos zijn, ze kunnen angstig zijn, ze kunnen relaxt zijn en ze kunnen gespannen zijn. Gespannen zijn wordt meestal aangeduid met het woord “stress”. Je hond kan met stress reageren op bepaalde gebeurtenissen en situaties in zijn directe omgeving.

Het trainen met je hond kent een bepaalde mate van stress, omdat de hond met allerlei nieuwe situaties te maken krijgt. Juist ook daarom is het zo belangrijk om de stappen waarmee we oefeningen moeilijker maken heel klein te houden. Lichte stress tijdens het oefenen is er altijd, dat is op zich helemaal geen probleem. Integendeel, het helpt je hond om zich te concentreren. Hij is oplettend en alert. Pas als de stress teveel wordt kan je hond zich niet meer concentreren, leert niets meer en voelt zich ook absoluut niet meer prettig.

Merk je tijdens het oefenen teveel stress bij je hond, zorg dan dat je samen met hem gaat ontspannen. Ga wandelen, doe een spel of een makkelijke oefening waarmee hij zeker succes behaalt. Bedenk ook dat je de oefening waarbij de stress teveel werd te moeilijk hebt gemaakt en doe in die oefening een stap terug.

De signalen die een hond met zijn lichaam laat zien om aan te geven dat hij stress ervaart heeft een duidelijke opbouw. Er zijn signalen van lichte stress (zich wat ongemakkelijk voelen) oplopend naar een zodanig stressniveau (zich ernstig bedreigd voelen) dat een hond agressie in gaat zetten.

De signalen van lichte stress kunnen ook positief zijn, zoals bij de voortekenen dat je met je hond gaat wandelen. Je doet je schoenen aan, pakt de riem en de hond laat enkele signalen zien van opwinding.

Het is belangrijk dat je de stresssignalen bij jouw hond leert herkennen, zodat je kunt beoordelen hoe je hond zich voelt en tijdig in kunt grijpen als de stress teveel dreigt te worden.

Gedrag onzekerheid

Stresssignalen

De opbouw van stresssignalen van mild naar ernstig ziet er als volgt uit.

1. Overspronggedrag
Dit betekent dat je hond het door jou gewenste gedrag uitstelt. Hij hoort je wel, maar vertoont eerst zijn eigen gedrag, voordat hij op je reageert. Dit komt veel voor bij honden in de pubertijd. Je hond is dan onzeker en twijfelt over wat hij moet doen.

  • Snuffelen (op de grond)
  • Krabben (zichzelf)
  • Rollen
  • Uitrekken

2. Kalmerende signalen

  • Gapen
    Als dit voorkomt tijdens de training, betekent het dat je hond onzeker wordt door jouw gedrag, omdat hij de oefening niet begrijpt of omdat jouw lichaamstaal iets anders uitstraalt dan wat hoort bij positieve training (bijvoorbeeld ongeduldig zijn). Hij gaapt terwijl hij niet moe is.
  • Tongelen (lippen aflikken)
    Dit betekent het snel naar buiten steken van de tong en daarbij de lippen of de neus aflikken.
  • Wegkijken
  • Wegdraaien (de rug toekeren)
  • Ogen sluiten
  • Langzaam bewegen
    Dit komt voor als de hond op strenge toon geroepen wordt. Hoe bozer de klank, hoe langzamer de beweging. Langzame bewegingen zijn in de beleving van honden veel minder bedreigend dan snelle bewegingen en op deze manier probeert de hond degene die hem roept te kalmeren.
  • Drentelen

3. Stress reacties

  • Hoge geluiden maken
  • Hijgen, slikken en kwijlen
  • Niezen
  • Voorpoot opheffen (tenen naar achter)
    Dit zie je vaak als je hond twijfelt of hij iets wel of niet mag.
  • Verwijde pupillen
  • Uitschudden
    Dit wordt ook wel het afschudden van adrenaline genoemd.
  • Zwetende poten
  • Trillen
  • Ogen draaien weg, oogwit is te zien
  • Blaffen

4. Focus

  • Kalmerende signalen worden niet meer getoond
  • Sluiten van de mond, gespannen lippen
  • Bevriezen of verstarren
    Dit is een heel sterk stresssignaal. De hond is te bang om weg te lopen en durft zich niet meer te bewegen. Als hij dan wordt benadert, zal hij waarschijnlijk fel uitvallen.

5. Klaar om aan te vallen

  • Tanden laten zien
  • Grommen

6. Uitvallen

  • Snappen
  • Uitvallen

7. Bijten

  • Bijten
  • Herhaaldelijk bijten

Uiteraard is het belangrijk dat je stresssignalen zoveel mogelijk kunt herkennen. Zo weet je hoe je hond zich voelt en welk gedrag je kunt verwachten als je de stress laat voortduren.

Net zo belangrijk is dat je niet boos wordt op je hond. Bestraffing of onderdrukking van stresssignalen lost het probleem niet op. De stress blijft dan alsnog en wordt zelfs groter. Maar de waarschuwing die je hond laat zien is weg. Zeker bij de stresssignalen vanaf punt 4 is dat heel gevaarlijk.

De enig juiste manier om hiermee om te gaan is de stress bij je hond te doorbreken. De ene keer betekent dat je hond uit de situatie weghalen. De andere keer betekent het je hond een correctie geven om de aandacht van je hond van de situatie af te halen.

Houding en taal

Vaak denken we dat onze honden ongehoorzaam of eigenwijs zijn, omdat ze niet luisteren naar hetgeen wij zeggen. Commando’s worden herhaald en herhaald, maar de hond handelt er niet naar. Het leidt er helaas toe dat honden soms bestraft worden en dat is onterecht.

Het echte probleem is dat je hond niet alleen afgaat op de woorden (klanken) die wij zeggen, maar vooral ook kijkt naar onze houding, onze lichaamstaal.

Oefening:
Ga rechtop staan op een paar meter afstand van je hond. Maak je schouders breed, hef je kin op en kijk je hond strak aan. Geef dan je hond de opdracht om bij je te komen. De kans is groot dat je hond niet van zijn plaats komt of de langzame beweging laat zien die bij de stresssignalen is genoemd.

Oefening:
Ga vervolgens door je knieën, maak je zo klein mogelijk, kijk je hond niet recht in de ogen en geef opnieuw de opdracht om bij je te komen op precies dezelfde manier (klank, sterkte) als hiervoor. Je zult zien dat je de drempel voor je hond veel lager hebt gemaakt. Niet alleen het gesproken commando (bijvoorbeeld “hier”), maar vooral je houding is voor je hond aanleiding om wel of niet te gehoorzamen.

Besef altijd dat honden onderling uitsluitend met lichaamstaal communiceren. Blaffen is geen taal, blaffen is een signaal. De snelheid en toon van het blaffen heeft een betekenis voor andere honden en als we het goed herkennen, ook een betekenis voor ons.

Elke hond ziet direct aan de lichaamstaal van een andere hond in welke emotionele staat die ander verkeert en zal daarop met zijn eigen lichaamstaal reageren.

De hond kan zeker leren onze gesproken commando’s (klanken) te begrijpen, maar houding, lichaamstaal en gebaren zijn voor hem veel duidelijker te verstaan. Als je hond jou niet kan zien als je hem een commando wilt geven, bijvoorbeeld als hij voor je loopt en je wilt dat hij stil blijft staan, roep hem dan eerst bij naam. Door de aandachtsoefeningen heeft hij geleerd dan zijn aandacht op jou te richten. Vervolgens maak je duidelijk wat je van hem wilt.

Oefening:
Op een plek waar je hond het makkelijks reageert op je commando’s, bijvoorbeeld om te gaan zitten, ga je met de rug naar hem toe staan. Geef dan je hond de opdracht te gaan zitten. Grote kans dat hij het niet zal doen. De houding van je lichaam is ineens totaal anders en al wil je hond nog zo graag naar je luisteren, in deze voor hem vreemde opstelling begrijpt hij niet wat de bedoeling is.

Terug naar: Gedrag van hond en puppy
Doorgaan naar: Special over hond en training

Blogs over gedrag

Reacties zijn gesloten.